Soms vraag ik me weleens af waarom een film een bioscoop release krijgt. Natuurlijk, Taken was een onverwachte hit. Dat valt uit te melken! Death Wish is immers ook tot deeltje 5 gekomen. Waarom wraakfilms altijd veel aan populariteit winnen, is mij nog steeds een raadsel. Wraak is een van de meest primitieve reacties op een heftige gebeurtenis. Oog om oog, tand om tand. Bryan Mills (Liam Neeson) had in het eerste deel een hoop mensen om het leven geholpen, dat hij legitimeert met het feit dat het misdadigers waren die jonge vrouwen verhandelden. Deze mannen waren natuurlijk iemands zonen, vaders, etc. Nu, in Taken 2, neemt een van die vaders (Rade Serbedzija, Snatch.) wraak op Bryan en zijn gezin. Een lichtelijk interessant uitgangspunt, ware het niet dat deze schurk niet clichématiger neergezet had kunnen worden.
Famke Janssen heeft hier een iets grotere rol dan in het origineel, maar mag vooral hulpeloos hangen en liggen terwijl Bryan een paar handlangers om het leven helpt. Dochter Kim (Maggie Grace) mag in deze film wat meer rondlopen en papa uit de nood helpen wanneer hij en mama gevangen zitten. Kim moet haar ouders vinden en Bryan zou geen ex-CIA zijn als hij niet wist hoe hij haar naar hen toe kan leiden. Hij laat Kim granaten gooien in het centrum van Istanboel, zodat hij aan de knal kan horen hoe ver ze van hen verwijderd is. Dit is even ingenieus als belachelijk. Luc Besson (Léon, The Fifth Element) is nu ook weer medeverantwoordelijk voor het schrijven van deze film. De naam Luc Besson is inmiddels een handelsmerk geworden en een soort kwaliteitslabel voor goede actiefilms. En easy money vanuit zijn standpunt.
De film zit vol met belachelijke scènes. Zo laat Bryan zijn dochter auto rijden wanneer ze achternagezeten worden door een stel slechteriken. Hij vertelt haar naar de Amerikaanse Ambassade te rijden en wanneer daar een stel gewapende mariniers klaar staan om te vuren, lijkt het hem het beste om daar gewoon doorheen te rijden. Een telefoontje (nog steeds vanuit de auto!) naar een van zijn ex-CIA vrienden is genoeg om hem na een paar minuten weer los rond te laten lopen. Als de schrijvers een loopje nemen met de geloofwaardigheid, dan moeten zij ook niet vreemd opkijken dat de kijker de ernst van de zaak ook niet serieus neemt. Dat is nog een probleem van deze film: de serieuze toon. Alles wordt zonder ook maar enige ironie verteld, waardoor er geen andere laag overblijft waarop je de film zou kunnen waarderen.
Taken 2 is een mislukt vervolg om een overhypte actiefilm. De film is niet beter dan een gemiddelde Steven Seagal-film en hoort direct thuis in de overvolle grabbelbakken van een Media Markt of Saturn. Het wordt tijd dat Neeson weer eens een wat uitdagender project gaat doen. Tussen Oscar Schindler en Bryan Mills zit namelijk een enorme kloof. Laten we hopen dat hij de verleiding van Taken 3 kan weerstaan.
zondag 23 december 2012
vrijdag 21 december 2012
End of Watch (2012) – 7.5/10
Politieagent is geen beroep, maar een roeping. Het werk houdt niet op na je dienst. Je collega's zijn je familie en je deelt alles met je maatje. Je offert jezelf op voor je familieleden en je laat elkaar nooit in de steek; altruïsme staat hoog in het vaandel. Daar mag je best trots op zijn. End of Watch gaat over de twee partners Taylor (Jake Gyllenhaal) en Zavala (Michael Peña) van de LAPD. Taylor neemt alles op wat ze doen. Hij heeft overal kleine cameraatjes in hun auto geplaatst, heeft bij zijn partner en zichzelf een minicamera op de kleding vastgemaakt en loopt rond met een camcorder. Iedereen vindt het maar onzin. Als ze echter na een wilde achtervolging de daders neerschieten, dat terecht blijkt te zijn, worden ze door het bureau gehuldigd. Wanneer de twee buddies een man aanhouden, vinden ze in zijn auto een hoop geld en een stel wapens. Wat ze niet weten, is dat deze man lid is van een gevaarlijk kartel, dat opereert in de wijken waar Taylor en Zavala patrouilleren. Ze raken steeds meer verwikkeld in hun zaken, dat het op den duur levensbedreigend wordt en leden van het kartel de twee agenten voor goed willen uitschakelen.
Deze derde film van David Ayer (hiervoor maakte hij het matige Street Kings) is niet een reguliere cop buddy film. De humor vloeit voort uit de gesprekken van de twee agenten en zijn nooit onderdeel van de plot. Ook de actie is behoorlijk rauw; zeker niet op zijn plaats in een doorsnee actiekomedie. Dit komt de film allemaal ten goede, want Ayer tracht een realistisch beeld weer te geven van het leven van een politieman. Dit wordt nog eens versterkt door de digitale cameravoering. Het beeld is schokkerig en rauw, vol van over- en onderbelichting, maar met vlagen prachtig. Zo is er een scène waarbij de twee agenten twee vermiste kinderen vinden. De scene is prachtig belicht en een van de kinderen, vol van onschuld, met grote ogen kijkend in de camera, is in beeld gebracht met de kleine camera in het borstzakje van de agent. Een van de meest realistische scènes.
Wat een film mede realistisch maakt is sterk acteerwerk. Dat zit wel goed met deze film. Gyllenhaal en Peña hebben een geweldige chemie en je gelooft echt dat deze twee mannen voor elkaar door het vuur gaan. Ze acteren lekker natuurlijk en ongeforceerd. Ook Anna Kendrick, die indruk maakte in het fantastische Up in the Air, speelt geweldig ingetogen als de vriendin van Taylor. De acteurs die de gangsters spelen (Richard Cabral en Maurice Compte) zijn een geweldige metamorfose ondergaan en lijken zo uit de achterwijken van LA geplukt; angstaanjagend en levensecht.
Het idee dat in elk huis, achter elke hoek gruweldaden schuil kunnen gaan is een beangstigende gedachte, en maakt End of Watch op momenten een ware horror. De ontknoping van de film is bloedstollend intens en heeft een heuse take no prisoners stijl. Niets blijft de hoofdpersonages bespaard en de film heeft tot dat punt zo'n sfeer weten te creëren dat de kijker alles kan verwachten. Het einde is grimmig, maar past perfect bij de toon van de film. End of Watch is keihard en ontroerend. Het is geen reclamefilm voor de politie, maar eerder een reality check. Petje af voor de mensen voor wie dit dagelijkse kost is.
Deze derde film van David Ayer (hiervoor maakte hij het matige Street Kings) is niet een reguliere cop buddy film. De humor vloeit voort uit de gesprekken van de twee agenten en zijn nooit onderdeel van de plot. Ook de actie is behoorlijk rauw; zeker niet op zijn plaats in een doorsnee actiekomedie. Dit komt de film allemaal ten goede, want Ayer tracht een realistisch beeld weer te geven van het leven van een politieman. Dit wordt nog eens versterkt door de digitale cameravoering. Het beeld is schokkerig en rauw, vol van over- en onderbelichting, maar met vlagen prachtig. Zo is er een scène waarbij de twee agenten twee vermiste kinderen vinden. De scene is prachtig belicht en een van de kinderen, vol van onschuld, met grote ogen kijkend in de camera, is in beeld gebracht met de kleine camera in het borstzakje van de agent. Een van de meest realistische scènes.
Wat een film mede realistisch maakt is sterk acteerwerk. Dat zit wel goed met deze film. Gyllenhaal en Peña hebben een geweldige chemie en je gelooft echt dat deze twee mannen voor elkaar door het vuur gaan. Ze acteren lekker natuurlijk en ongeforceerd. Ook Anna Kendrick, die indruk maakte in het fantastische Up in the Air, speelt geweldig ingetogen als de vriendin van Taylor. De acteurs die de gangsters spelen (Richard Cabral en Maurice Compte) zijn een geweldige metamorfose ondergaan en lijken zo uit de achterwijken van LA geplukt; angstaanjagend en levensecht.
Het idee dat in elk huis, achter elke hoek gruweldaden schuil kunnen gaan is een beangstigende gedachte, en maakt End of Watch op momenten een ware horror. De ontknoping van de film is bloedstollend intens en heeft een heuse take no prisoners stijl. Niets blijft de hoofdpersonages bespaard en de film heeft tot dat punt zo'n sfeer weten te creëren dat de kijker alles kan verwachten. Het einde is grimmig, maar past perfect bij de toon van de film. End of Watch is keihard en ontroerend. Het is geen reclamefilm voor de politie, maar eerder een reality check. Petje af voor de mensen voor wie dit dagelijkse kost is.
dinsdag 18 december 2012
Cloud Atlas (2012) – 4/10
Wat moet het tegenwoordig moeilijk zijn voor filmmakers om nog diepgaande films te maken met alle kwalitatief uitstekende series die HBO en andere betaalzenders uitzenden. Het publiek wil meer, verwacht uitgewerkte personages en vooral hoogwaardige kwaliteit; de honger wordt al lang niet meer gestild door series als CSI en diens klonen. De nieuw film Cloud Atlas van Tom Tykwer, Andy en Lana (voorheen Larry) Wachowski heeft een episodisch karakter, maar mist de uitgebreide vertelling van een serie en vooral de uitdieping van de personages.
Maar wat te doen als je maar liefst zes verschillende verhalen hebt – die inhoudelijk maar magertjes verbonden zijn – en die wil vertellen? Het drietal heeft ervoor gekozen om de film heel lang te maken (bijna drie uur!) en vooral heel veel weg te laten. Dit moet een nachtmerrie in de montageruimte zijn geweest. Zoeken naar samenhang is een ware uitdaging en hetgeen wat alles lijkt te verbinden is een vaag thema over universele connectiviteit en keuzes die langdurige invloed hebben op de toekomst. De acteurs in de film spelen verschillende rollen, waarvoor de meesten urenlang in de stoel bij de grimeurs hebben moeten zitten. Sommigen zijn uitstekend gelukt, zoals Tom Hanks in de rol van een vloekende, agressieve pulpromanschrijver, en anderen minder goed, zoals Hugo Weaving als een grote kenau in een verzorgingstehuis, dat eerder doet denken aan een creatie van Wendy van Dijk.
De losse samenhang tussen de verhalen heeft ook te maken met het feit dat de zes segmenten niet door de drie regisseurs samen zijn geregisseerd, maar dat het duo Wachowski en Tykwer elk drie segmenten voor hun rekening hebben genomen. Vooral de toon van de segmenten verschilt en dat komt de coherentie niet ten goede. Zo springt de vertelling van de hak op de tak van overdreven ernstige sci-fi naar schaamteloze slapstick. Nu zijn de Wachowski's niet erg befaamd om hun diepgang. The Matrix en de twee matige vervolgen waren vooral gestileerde films zonder veel emotie. Tykwer heeft met Lola rennt een unieke film gemaakt, maar is daarna nooit echt enerverend meer geweest.
Het is jammer dat een stel sympathieke filmmakers zo de plank kunnen misslaan. Dit project mag met zekerheid de meest pretentieuze onafhankelijke film genoemd worden. Tegelijkertijd blijft de film maar akelig laag aan de oppervlakte. De segmenten die zich in de toekomst afspelen zijn kopieën van films die dit veel beter hebben gedaan; ze doen erg aan een goedkope Blade Runner denken. De scènes in de jaren '70 met Halle Berry zijn oersaai en missen elke noodzaak. Berry is een complete miscast en heeft duidelijk moeite met het neerzetten van haar verschillende personages.
De film kan samengevat worden met één woord: onsamenhangend. Zowel op inhoud als vorm slaagt de film er niet in om een geheel te vormen. De segmenten zijn gekunsteld aan elkaar gemonteerd en de meerdere rollen van dezelfde acteurs werken eerder afleidend dan dat ze een toegevoegde waarde hebben. De regisseurs en acteurs hebben vast veel plezier gehad in het maken van deze film, maar de kijker wordt buitengesloten van dit al vier jaar durende feestje.
Maar wat te doen als je maar liefst zes verschillende verhalen hebt – die inhoudelijk maar magertjes verbonden zijn – en die wil vertellen? Het drietal heeft ervoor gekozen om de film heel lang te maken (bijna drie uur!) en vooral heel veel weg te laten. Dit moet een nachtmerrie in de montageruimte zijn geweest. Zoeken naar samenhang is een ware uitdaging en hetgeen wat alles lijkt te verbinden is een vaag thema over universele connectiviteit en keuzes die langdurige invloed hebben op de toekomst. De acteurs in de film spelen verschillende rollen, waarvoor de meesten urenlang in de stoel bij de grimeurs hebben moeten zitten. Sommigen zijn uitstekend gelukt, zoals Tom Hanks in de rol van een vloekende, agressieve pulpromanschrijver, en anderen minder goed, zoals Hugo Weaving als een grote kenau in een verzorgingstehuis, dat eerder doet denken aan een creatie van Wendy van Dijk.
De losse samenhang tussen de verhalen heeft ook te maken met het feit dat de zes segmenten niet door de drie regisseurs samen zijn geregisseerd, maar dat het duo Wachowski en Tykwer elk drie segmenten voor hun rekening hebben genomen. Vooral de toon van de segmenten verschilt en dat komt de coherentie niet ten goede. Zo springt de vertelling van de hak op de tak van overdreven ernstige sci-fi naar schaamteloze slapstick. Nu zijn de Wachowski's niet erg befaamd om hun diepgang. The Matrix en de twee matige vervolgen waren vooral gestileerde films zonder veel emotie. Tykwer heeft met Lola rennt een unieke film gemaakt, maar is daarna nooit echt enerverend meer geweest.
Het is jammer dat een stel sympathieke filmmakers zo de plank kunnen misslaan. Dit project mag met zekerheid de meest pretentieuze onafhankelijke film genoemd worden. Tegelijkertijd blijft de film maar akelig laag aan de oppervlakte. De segmenten die zich in de toekomst afspelen zijn kopieën van films die dit veel beter hebben gedaan; ze doen erg aan een goedkope Blade Runner denken. De scènes in de jaren '70 met Halle Berry zijn oersaai en missen elke noodzaak. Berry is een complete miscast en heeft duidelijk moeite met het neerzetten van haar verschillende personages.
De film kan samengevat worden met één woord: onsamenhangend. Zowel op inhoud als vorm slaagt de film er niet in om een geheel te vormen. De segmenten zijn gekunsteld aan elkaar gemonteerd en de meerdere rollen van dezelfde acteurs werken eerder afleidend dan dat ze een toegevoegde waarde hebben. De regisseurs en acteurs hebben vast veel plezier gehad in het maken van deze film, maar de kijker wordt buitengesloten van dit al vier jaar durende feestje.
dinsdag 4 december 2012
Lawless (2012) – 6.5/10
Deze film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Na Fargo van de gebroeders Coen betekent dit niet veel meer, aangezien ook maar het kleinste gegeven uit de werkelijkheid deze zin rechtvaardigt. Lawless is gebaseerd het boek The Wettest County in the World van Matt Bondurant, die het leven van zijn grootvader Jack (Shia LaBeouf) en zijn oudere broers Forrest (Tom Hardy) en Howard (Jason Clarke) beschrijft tijdens de drooglegging in de jaren '30 in Franklin County, Virginia. Ze waren zogenaamde bootleggers, die in het geheim hun eigen alcoholische dranken vervaardigden. Het thema is recentelijk populair geworden door de HBO-serie Boardwalk Empire en heeft de broers Weinstein waarschijnlijk aan het idee geholpen deze film uit te brengen. Regisseur John Hillcoat werkt voor de tweede keer samen met muzikant (en scriptschrijver) Nick Cave aan een film.
De zaken van de broers Bondurant worden natuurlijk in de war geschopt door een mysterieuze dame genaamd Maggie Beauford (Jessica Chastain) uit de grote stad, die voor hen komt werken, en de nieuwe deputy Charlie Rakes (Guy Pearce), die een een graantje van de winst mee wil pikken. Rakes is een eersteklas eikel met een rotkop (geweldige prestatie van de grimeurs!). Pearce heeft de rol van zijn leven en houdt zich ook niet in om dit een van de meest memorabele schurken van dit decennium te maken. De rest van de cast mag er ook wezen. Tom Hardy (flink op gewicht door zijn rol als Bane in The Dark Knight Rises) draagt de film en speelt de stille kracht van het drietal. Forrest is stilzwijgend, intelligent, zorgzaam, maar ook een beetje onhandig met vrouwen en andere mensen in het algemeen. Het maakt hem tot een sympathiek en vertederend personage en Hardy laat wederom zien wat voor een fantastische acteur hij is. De Brit heeft in deze film weer zijn stemkunsten ten dienste van zijn rol gezet, wat hem tot een ware kameleon maakt. Gary Oldman, landgenoot en ook bekend om zijn metamorfe gaven, heeft ook een rolletje in deze film als een keiharde, onberekenbare gangster; een eitje voor Oldman.
LaBeouf is zijn Transformers-status inmiddels ontgroeid en laat in dit serieuze werk een sterk staaltje acteerwerk zien. Hij doet denken aan een jonge DiCaprio, maar mist net dat beetje intensiteit in zijn spel, waardoor hij hier niet meer is dan het jonge broertje dat keer op keer de fout ingaat. Eigenlijk zorgen de broers Jack en Howard ervoor dat alles in de soep loopt en ze dienen als mechanismen die de plotwendingen in gang zetten. Howard is aan de zuip wanneer Forrest zijn keel wordt doorgesneden en Jack gaat eropuit met de dochter van de predikant (Mia Wasikowska) en leidt op deze manier Rakes en zijn collega's naar een grote brouwerij. Het spel van Wasikowska is weer heerlijk naturel, zoals dat ook was in The Kids Are All Right. Helaas is ze hier niet meer dan het liefje van Jack.
Lawless is een prachtig geschoten film. De muziek van Nick Cave en zang van countrylegenden Willie Nelson en Emmylou Harris maken de sfeer af. Hoewel dit een solide film is geworden, missen de acteurs toch een chemie onder elkaar. Hardy weet op subtiele wijze diepte aan zijn personage te geven, maar we krijgen nooit het gevoel dat de broers een intrinsieke band met elkaar hebben. Ook de plot komt vooral neer op het kat-en-muisspel tussen Rakes en de broers Bondurant, dat eindigt in een gewelddadige afloop. De film zorgt voor weinig verrassingen en dat is jammer. Alle acteurs doen prima hun best, maar hebben te lijden onder een generieke vertelling.
De zaken van de broers Bondurant worden natuurlijk in de war geschopt door een mysterieuze dame genaamd Maggie Beauford (Jessica Chastain) uit de grote stad, die voor hen komt werken, en de nieuwe deputy Charlie Rakes (Guy Pearce), die een een graantje van de winst mee wil pikken. Rakes is een eersteklas eikel met een rotkop (geweldige prestatie van de grimeurs!). Pearce heeft de rol van zijn leven en houdt zich ook niet in om dit een van de meest memorabele schurken van dit decennium te maken. De rest van de cast mag er ook wezen. Tom Hardy (flink op gewicht door zijn rol als Bane in The Dark Knight Rises) draagt de film en speelt de stille kracht van het drietal. Forrest is stilzwijgend, intelligent, zorgzaam, maar ook een beetje onhandig met vrouwen en andere mensen in het algemeen. Het maakt hem tot een sympathiek en vertederend personage en Hardy laat wederom zien wat voor een fantastische acteur hij is. De Brit heeft in deze film weer zijn stemkunsten ten dienste van zijn rol gezet, wat hem tot een ware kameleon maakt. Gary Oldman, landgenoot en ook bekend om zijn metamorfe gaven, heeft ook een rolletje in deze film als een keiharde, onberekenbare gangster; een eitje voor Oldman.
LaBeouf is zijn Transformers-status inmiddels ontgroeid en laat in dit serieuze werk een sterk staaltje acteerwerk zien. Hij doet denken aan een jonge DiCaprio, maar mist net dat beetje intensiteit in zijn spel, waardoor hij hier niet meer is dan het jonge broertje dat keer op keer de fout ingaat. Eigenlijk zorgen de broers Jack en Howard ervoor dat alles in de soep loopt en ze dienen als mechanismen die de plotwendingen in gang zetten. Howard is aan de zuip wanneer Forrest zijn keel wordt doorgesneden en Jack gaat eropuit met de dochter van de predikant (Mia Wasikowska) en leidt op deze manier Rakes en zijn collega's naar een grote brouwerij. Het spel van Wasikowska is weer heerlijk naturel, zoals dat ook was in The Kids Are All Right. Helaas is ze hier niet meer dan het liefje van Jack.
Lawless is een prachtig geschoten film. De muziek van Nick Cave en zang van countrylegenden Willie Nelson en Emmylou Harris maken de sfeer af. Hoewel dit een solide film is geworden, missen de acteurs toch een chemie onder elkaar. Hardy weet op subtiele wijze diepte aan zijn personage te geven, maar we krijgen nooit het gevoel dat de broers een intrinsieke band met elkaar hebben. Ook de plot komt vooral neer op het kat-en-muisspel tussen Rakes en de broers Bondurant, dat eindigt in een gewelddadige afloop. De film zorgt voor weinig verrassingen en dat is jammer. Alle acteurs doen prima hun best, maar hebben te lijden onder een generieke vertelling.
maandag 3 december 2012
Man from the South - Koblenz (2012) – 7/10
Man from the South komt uit het zuiden. Het zuiden van de Verenigde Staten? Zuid-Europa? Nee, Paul van Hulten komt uit het Brabantse Eindhoven, maar maakt zuidelijke roots muziek. En dan wel heel erg on-Nederlands. Ook hier in Nederland zijn we gecharmeerd van folk, roots en blues. Even weg van al het burgerlijke en het knullige. Wat is er mooier dan uitgestrekte velden, bergen, houten huizen met grote veranda's, afgelegen kerkjes en een zanger met zijn gitaar? Van Hulten houdt van nostalgie en melancholie. Hij spreekt in het korte interview dat bij de tracks van Koblenz zit over het huis van zijn grootvader en hoe geuren en geluiden hem aan vroeger herinneren wanneer hij er langsloopt. Hij houdt van zwaarmoedigheid en moedeloosheid, zonder dat zelf te zijn. Het zijn de motieven die door Koblenz lopen en ze maken dit album, negen nummers tellend, tot een melancholisch geheel, dat ondanks alles toch niet deprimerend werkt.
Opener William begint met een drone van een elektrische gitaar met een flinke dosis distortion, dat wegebt en plaatsmaakt voor van Hulten's fijne, gelaagde stem. De distortion zet de toon zet voor de rest van het album en keert jammer genoeg niet meer terug. Zijn gitaarspel werkt hypnotiserend en hij weet met subtiele elektrische gitaarklanken zijn akoestische geluid kracht bij te zetten. Een zeer geslaagde opener. Into the Gloom klinkt minder droefgeestig dan de titel doet vermoeden. Het heeft een vrolijke, folky gitaar en de zachte klanken van de vibrafoon. Something Made the Streets Melt zet een shufflebeat in met een sample van onduidelijke herkomst en tilt het album naar een hoger niveau, dat boven de traditionele folk uitkomt. Welcome to Camacua, inclusief sitar, en Bring Me Home zijn dan weer wat traditioneler. De sfeer blijft constant en het zijn lekkere nummers om even van de wereld te ontsnappen. De viool in het laatstgenoemde nummer weet de melancholiek nog eens te benadrukken. Van Hulten vervalt af en toe in geijkte, ietwat eenvoudige taalconstructies zoals "down memory lane" en "take me away from here". Hij houdt niet van moeilijk doen en quasi-poëtische teksten.
Het album, opgenomen in 2009 met een stel vrienden, stond nooit op de planning om uitgebracht te worden. Een vriend heeft hem overgehaald om dit wel te doen en we zijn hem dankbaar. Muziek van deze fijne kwaliteit mag niet op de planken blijven liggen, maar moet gehoord worden. De negen nummers hebben veel goede ideeën en wellicht zou een tweede album voor meer samenhang en structuur kunnen zorgen. De bluesy Ain't That Sweet to Me en Hardy Man breken een beetje met de stijl en hangen er los bij. Dit zijn slechts kleine minpuntjes van een kort, maar heerlijk album. Het is te hopen dat we nog veel van Man from the South gaan horen en dat hij die plaat gaat maken die ons allemaal gaat verrassen. Dat hij nog lekker veel on-Hollandse muziek mag maken!
Download het album (gratis) via Bandcamp.
Opener William begint met een drone van een elektrische gitaar met een flinke dosis distortion, dat wegebt en plaatsmaakt voor van Hulten's fijne, gelaagde stem. De distortion zet de toon zet voor de rest van het album en keert jammer genoeg niet meer terug. Zijn gitaarspel werkt hypnotiserend en hij weet met subtiele elektrische gitaarklanken zijn akoestische geluid kracht bij te zetten. Een zeer geslaagde opener. Into the Gloom klinkt minder droefgeestig dan de titel doet vermoeden. Het heeft een vrolijke, folky gitaar en de zachte klanken van de vibrafoon. Something Made the Streets Melt zet een shufflebeat in met een sample van onduidelijke herkomst en tilt het album naar een hoger niveau, dat boven de traditionele folk uitkomt. Welcome to Camacua, inclusief sitar, en Bring Me Home zijn dan weer wat traditioneler. De sfeer blijft constant en het zijn lekkere nummers om even van de wereld te ontsnappen. De viool in het laatstgenoemde nummer weet de melancholiek nog eens te benadrukken. Van Hulten vervalt af en toe in geijkte, ietwat eenvoudige taalconstructies zoals "down memory lane" en "take me away from here". Hij houdt niet van moeilijk doen en quasi-poëtische teksten.
Het album, opgenomen in 2009 met een stel vrienden, stond nooit op de planning om uitgebracht te worden. Een vriend heeft hem overgehaald om dit wel te doen en we zijn hem dankbaar. Muziek van deze fijne kwaliteit mag niet op de planken blijven liggen, maar moet gehoord worden. De negen nummers hebben veel goede ideeën en wellicht zou een tweede album voor meer samenhang en structuur kunnen zorgen. De bluesy Ain't That Sweet to Me en Hardy Man breken een beetje met de stijl en hangen er los bij. Dit zijn slechts kleine minpuntjes van een kort, maar heerlijk album. Het is te hopen dat we nog veel van Man from the South gaan horen en dat hij die plaat gaat maken die ons allemaal gaat verrassen. Dat hij nog lekker veel on-Hollandse muziek mag maken!
Download het album (gratis) via Bandcamp.
woensdag 21 november 2012
Skyfall (2012) – 7/10
Stijl, stijl en nog eens stijl. De nieuwe Bondfilm loopt over van stijl! En Sam Mendes is de verantwoordelijke. Dat ruikt naar verandering. Sinds Casino Royale heeft de Bond-franchise een omwenteling gekend door voor een serieuzere aanpak te kiezen en Daniel Craig te casten, die ook op zijn manier een hele andere invulling geeft aan de traditionele Bond. Maar waarom nog steeds hameren op verandering? Wellicht om het mislukte debacle te doen vergeten dat Quantum of Solace heet. Is Mendes eigenlijk wel de juiste persoon om een actiefilm te regisseren? Met films als American Beauty (zijn zeer indrukwekkende doorbraak), Road to Perdition (een ietwat overgewaardeerd gangsterepos) en Revolutionary Road (een zeer ondergewaardeerd meesterwerk) zou je niet gauw denken dat zijn zesde (!) bioscoopfilm een Bondfilm zou zijn.
De film opent ietwat twijfelachtig en geforceerd. Alsof ze Mendes hebben moeten pushen een met actie doorspekte openingsscène te filmen. Hij is duidelijk geen actieregisseur en de achtervolging op motors door de nauwe straatjes van Istanboel doet een beetje knullig aan. Het is niets nieuws en steekt maar bleekjes af tegen de knappe parkour-stunts uit Casino Royale. Dan volgt het themanummer en is dit keer weggelegd voor Adele. Fan of geen fan, dit is weer een ouderwetse, bombastische Bond tune. Iedereen kon 'm van tevoren meezingen, aangezien het nummer al weken van tevoren in de hitlijsten stond.
De nieuwe Bond is anders, maar heeft toch dezelfde ingrediënten. Even checken:
Het laatste bedrijf is er een die je nog nooit in een Bondfilm hebt gezien. Het speelt zich af in een apart genre, namelijk die van de home invasion à la Straw Dogs. Bond keert terug naar zijn ouderlijk huis in de Schotse hooglanden om daar Silva naar toe te lokken en te verslaan. Dit is werkelijk stijlporno met een hoofdletter S. Hier moet Mendes vast het meest trots op zijn geweest, want de cinematografie is fenomenaal. Het oude huis en de omgevingen zijn prachtig in beeld gebracht. En wat is het tegenwoordig met schurken die op een wel heel erg onspectaculaire wijze aan hun einde komen? Denk aan hoe Bane aan zijn einde kwam in The Dark Knight Rises. Net als deze film is Skyfall het einde van een trilogie van een reboot van een langlopende franchise. Mendes weet heel goed wat diepgang is, maar laat dit ten koste gaan van een ongebruikelijke twist die maar half uitgewerkt is. De film voelt als touwtrekken tussen Mendes en de studiobazen, waarbij ze beiden eindigen met het kortste eind. Bond is weer terug bij af, is in stijl gekomen en gegaan... en zal dit nog keer op keer gaan doen.
De film opent ietwat twijfelachtig en geforceerd. Alsof ze Mendes hebben moeten pushen een met actie doorspekte openingsscène te filmen. Hij is duidelijk geen actieregisseur en de achtervolging op motors door de nauwe straatjes van Istanboel doet een beetje knullig aan. Het is niets nieuws en steekt maar bleekjes af tegen de knappe parkour-stunts uit Casino Royale. Dan volgt het themanummer en is dit keer weggelegd voor Adele. Fan of geen fan, dit is weer een ouderwetse, bombastische Bond tune. Iedereen kon 'm van tevoren meezingen, aangezien het nummer al weken van tevoren in de hitlijsten stond.
De nieuwe Bond is anders, maar heeft toch dezelfde ingrediënten. Even checken:
- Actievolle openingsscène; ✔
- Bombastisch openingsnummer van populaire artiest; ✔
- Schurk met lichamelijk mankement die de wereld wil veroveren; ✔
- Exotische locaties; ✔
- Femme fatale; ✔
- Nietszeggende seksscènes; ✔
- Technische snufjes (weinig gadgets dit keer!); ✔
- "Bond. James Bond." ✔
- Flauwe oneliners; ✔
- Moederfiguur;
- Jeugdtrauma...
Het laatste bedrijf is er een die je nog nooit in een Bondfilm hebt gezien. Het speelt zich af in een apart genre, namelijk die van de home invasion à la Straw Dogs. Bond keert terug naar zijn ouderlijk huis in de Schotse hooglanden om daar Silva naar toe te lokken en te verslaan. Dit is werkelijk stijlporno met een hoofdletter S. Hier moet Mendes vast het meest trots op zijn geweest, want de cinematografie is fenomenaal. Het oude huis en de omgevingen zijn prachtig in beeld gebracht. En wat is het tegenwoordig met schurken die op een wel heel erg onspectaculaire wijze aan hun einde komen? Denk aan hoe Bane aan zijn einde kwam in The Dark Knight Rises. Net als deze film is Skyfall het einde van een trilogie van een reboot van een langlopende franchise. Mendes weet heel goed wat diepgang is, maar laat dit ten koste gaan van een ongebruikelijke twist die maar half uitgewerkt is. De film voelt als touwtrekken tussen Mendes en de studiobazen, waarbij ze beiden eindigen met het kortste eind. Bond is weer terug bij af, is in stijl gekomen en gegaan... en zal dit nog keer op keer gaan doen.
zaterdag 3 november 2012
Heavenly Creatures (1994) – 8/10
Voordat Peter Jackson een van de succesvolste filmreeksen aller tijden maakte (The Lord of the Rings trilogie), was hij in de jaren '80 en '90 al flink aan de weg aan het timmeren om een gerespecteerd filmmaker te worden. Hij filmt het liefst in zijn thuisland Nieuw-Zeeland en Heavenly Creatures is dan ook geen uitzondering. Jackson heeft in zijn films altijd een hang naar het duistere, het macabere. Begin jaren '50 werd het stadje Christchurch opgeschrikt door een gruwelijke moord, gepleegd door de tienermeisjes Pauline Parker en Juliet Hulme. Het slachtoffer betrof de moeder van Pauline, Honora Parker Rieper, en was door de meisjes tienvoudige malen met een steen op haar hoofd geslagen. Wat kan deze jonge meisjes gedreven hebben om zo'n daad te begaan? Genoeg materiaal om een film van te maken, dacht Jackson.
De film had maar liefst twee debuterende actrices: Melanie Lynskey en Kate Winslet. Lynskey is (helaas) het meest bekend geworden als de stalkende buurvrouw Rose uit Two and a Half Men, en het succesverhaal van Winslet mag door de jaren heen duidelijk zijn geworden. Het acteerwerk van beide dames in deze film is werkelijk fenomenaal. Dit des te meer omdat het twee uitermate uitdagende rollen zijn van twee meisjes die een intens hechte vriendschap hadden. Pauline is een braaf meisje dat uit een liefdevol gezin komt. Ze is ontzettend creatief: ze maakt figuurtjes van klei van de koninklijke familie en laat ze spelen in haar fantasieverhalen. Juliet komt met haar familie uit Engeland naar Nieuw-Zeeland en komt uit een liberaal gezin, is welbespraakt en een tikje ondeugend, tot groot ongenoegen van de leraressen van de stijve meisjesschool. Pauline raakt onder de indruk van Juliet en de twee worden al gauw dikke vriendinnen. Ze zwijmelen weg bij de muziek van Italiaanse zangers en vereren hun favoriete filmsterren. Ze ontsnappen de saaie wereld van hun school en duffe ouders en spelen in hun fantasiewereld leden van de koninklijke familie waarbij Pauline's kleifiguurtjes tot leven komen. Jackson toont zich hier weer een meester in practical special effects. Jackson heeft altijd al een liefde gehad voor handgemaakte poppen en monsters; zijn live-action special effects zijn een handelsmerk geworden. Meet the Feebles (1989) is een soort Muppets on acid en Braindead (1992) is een over-the-top horror-komedie.
Door juist hun fantasiewereld te laten zien, worden de personages vele malen interessanter en maakt de beleving van hun vriendschap des te intenser. De realiteit wordt hierdoor ook intenser beleefd en de kijker begrijpt de pijn veel beter wanneer de meisjes elkaar een lange tijd niet mogen zien wanneer Juliet tuberculose krijgt en in quarantaine moet. De ouders van Juliet laten de schaduwzijde van hun liberale leven zien door tijdens haar ziektebed doodleuk op vakantie te gaan. Pauline en Juliet komen deze moeilijke tijd door, door elkaar brieven te schrijven in een langdurig rollenspel, waarbij ze elk de identiteit van een koninklijk familielid aannemen. Het weerzien is euforisch en hun ouders maken zich steeds meer zorgen om de hechte vriendschap. Vader Hulme gaat naar de ouders van Pauline om zijn zorgen te uiten over de volgens hem ongezonde verstandhouding van hun dochters. Het ondenkbare zou toch niet waar zijn? De psychiater van Pauline heeft dan ook grote moeite het woord 'homoseksualiteit' uit te spreken als hij haar moeder informeert dat dit slechts een fase is en dat het wel weer over gaat. Jackson weet slim hier en daar de film van humor te voorzien. Juliet Hulme, die nu door het leven gaat als Anne Perry en bovendien een succesvol schrijfster is, heeft altijd gezegd dat hun vriendschap wel obsederend, maar niet lesbisch geaard was.
Moeder Rieper (de ouders waren niet getrouwd) gaat Pauline steeds meer tegenstaan, helemaal wanneer ze met een jongen wordt betrapt en steeds opstandiger begint te worden. Pauline begint steeds meer een hekel aan haar te krijgen en ziet haar als het grootste obstakel dat haar vriendschap met Juliet in de weg staat. Ze besluit samen met Juliet een plan te maken om moeder uit de weg te ruimen. Met de wetenschap dat deze scène eraan gaat komen, wordt het extra spannend als de dag aanbreekt waarop het gaat gebeuren. Jackson weet als geen ander de spanning op te voeren om uiteindelijk te leiden tot de gruwelijke climax; Jackson is niet vies van een beetje bloed. Niet alleen spanning en tempo is Jackson gegeven, maar ook zijn geweldige camerawerk. Hij staat erom bekend veel verschillende schots van zijn scènes te maken, waardoor ze erg levendig worden; het beeld is altijd in beweging.
Jackson weet hier een uitzonderlijke gevoeligheid voor zijn personages te creëren die in zijn latere films nooit zo fijn en kleinschalig meer worden. The Return of the King (2003) neigt erg naar melodrama en The Lovely Bones (2009) is een half geslaagde film die weinig subtiel is. De geslaagde emotionele gelaagdheid in Heavenly Creatures is grotendeels te danken aan de twee hoofdrolspeelsters die als debuterend actrices een verbluffende prestatie neerzetten. Het is te hopen dat Jackson nog eens zo'n fijne, kleine film maakt, maar met nog drie Hobbit-films en een vervolg op Kuifje voor de boeg, zal dat voorlopig niet gebeuren.
De film had maar liefst twee debuterende actrices: Melanie Lynskey en Kate Winslet. Lynskey is (helaas) het meest bekend geworden als de stalkende buurvrouw Rose uit Two and a Half Men, en het succesverhaal van Winslet mag door de jaren heen duidelijk zijn geworden. Het acteerwerk van beide dames in deze film is werkelijk fenomenaal. Dit des te meer omdat het twee uitermate uitdagende rollen zijn van twee meisjes die een intens hechte vriendschap hadden. Pauline is een braaf meisje dat uit een liefdevol gezin komt. Ze is ontzettend creatief: ze maakt figuurtjes van klei van de koninklijke familie en laat ze spelen in haar fantasieverhalen. Juliet komt met haar familie uit Engeland naar Nieuw-Zeeland en komt uit een liberaal gezin, is welbespraakt en een tikje ondeugend, tot groot ongenoegen van de leraressen van de stijve meisjesschool. Pauline raakt onder de indruk van Juliet en de twee worden al gauw dikke vriendinnen. Ze zwijmelen weg bij de muziek van Italiaanse zangers en vereren hun favoriete filmsterren. Ze ontsnappen de saaie wereld van hun school en duffe ouders en spelen in hun fantasiewereld leden van de koninklijke familie waarbij Pauline's kleifiguurtjes tot leven komen. Jackson toont zich hier weer een meester in practical special effects. Jackson heeft altijd al een liefde gehad voor handgemaakte poppen en monsters; zijn live-action special effects zijn een handelsmerk geworden. Meet the Feebles (1989) is een soort Muppets on acid en Braindead (1992) is een over-the-top horror-komedie.
Door juist hun fantasiewereld te laten zien, worden de personages vele malen interessanter en maakt de beleving van hun vriendschap des te intenser. De realiteit wordt hierdoor ook intenser beleefd en de kijker begrijpt de pijn veel beter wanneer de meisjes elkaar een lange tijd niet mogen zien wanneer Juliet tuberculose krijgt en in quarantaine moet. De ouders van Juliet laten de schaduwzijde van hun liberale leven zien door tijdens haar ziektebed doodleuk op vakantie te gaan. Pauline en Juliet komen deze moeilijke tijd door, door elkaar brieven te schrijven in een langdurig rollenspel, waarbij ze elk de identiteit van een koninklijk familielid aannemen. Het weerzien is euforisch en hun ouders maken zich steeds meer zorgen om de hechte vriendschap. Vader Hulme gaat naar de ouders van Pauline om zijn zorgen te uiten over de volgens hem ongezonde verstandhouding van hun dochters. Het ondenkbare zou toch niet waar zijn? De psychiater van Pauline heeft dan ook grote moeite het woord 'homoseksualiteit' uit te spreken als hij haar moeder informeert dat dit slechts een fase is en dat het wel weer over gaat. Jackson weet slim hier en daar de film van humor te voorzien. Juliet Hulme, die nu door het leven gaat als Anne Perry en bovendien een succesvol schrijfster is, heeft altijd gezegd dat hun vriendschap wel obsederend, maar niet lesbisch geaard was.
Moeder Rieper (de ouders waren niet getrouwd) gaat Pauline steeds meer tegenstaan, helemaal wanneer ze met een jongen wordt betrapt en steeds opstandiger begint te worden. Pauline begint steeds meer een hekel aan haar te krijgen en ziet haar als het grootste obstakel dat haar vriendschap met Juliet in de weg staat. Ze besluit samen met Juliet een plan te maken om moeder uit de weg te ruimen. Met de wetenschap dat deze scène eraan gaat komen, wordt het extra spannend als de dag aanbreekt waarop het gaat gebeuren. Jackson weet als geen ander de spanning op te voeren om uiteindelijk te leiden tot de gruwelijke climax; Jackson is niet vies van een beetje bloed. Niet alleen spanning en tempo is Jackson gegeven, maar ook zijn geweldige camerawerk. Hij staat erom bekend veel verschillende schots van zijn scènes te maken, waardoor ze erg levendig worden; het beeld is altijd in beweging.
Jackson weet hier een uitzonderlijke gevoeligheid voor zijn personages te creëren die in zijn latere films nooit zo fijn en kleinschalig meer worden. The Return of the King (2003) neigt erg naar melodrama en The Lovely Bones (2009) is een half geslaagde film die weinig subtiel is. De geslaagde emotionele gelaagdheid in Heavenly Creatures is grotendeels te danken aan de twee hoofdrolspeelsters die als debuterend actrices een verbluffende prestatie neerzetten. Het is te hopen dat Jackson nog eens zo'n fijne, kleine film maakt, maar met nog drie Hobbit-films en een vervolg op Kuifje voor de boeg, zal dat voorlopig niet gebeuren.
maandag 22 oktober 2012
Killer Joe (2011) – 4.5/10
Dear Mr. Friedkin,
Your 2011 film Killer Joe has finally become available here in the Netherlands and I have been waiting for it for quite a while now. In the early 70s you have made two absolute classics, The French Connection and The Exorcist, and finished your spree in 1980 with the underrated Cruising. In 2003, I went to the cinema on my own to see your new film The Hunted. It was entertaining while it lasted, but it was a shame to see that it had fallen into the mediocre Hollywood category. I am pleased to see that, at your age, you have made a 180 degree turn in terms of new projects, starting with the 2006 film Bug. I did not understand it, but it was a welcome change in your director's reel. And now, with Killer Joe, you have turned movie land and its movie goers upside down again with a mean, dirty, and all over controversial film. It has gotten the rare NC-17 rating in your country and this can mean only one thing: lots of sex and violence! I am glad you have made no consessions towards the milder R rating.
The film is full of nasty surprises, but the good surprise is the performance of the actors. I am glad that you could persuade Matthew McConaughey, the go-to Texan actor it seems, to play the part of Killer Joe. He is so intimidating and yet so slick. He is clean-shaven – everywhere – and yet very rough. Speaking of hair, the women in this movie show a lot of pubic hair. Is this to emphasize a contrast between them being trailer trash and Joe being a more 'civilized' police detective? I have to admit i chuckled when the woman flashed her bush in front of her step-son when she opened the door of the trailer. I know Gina Gershon does not shy away from showing herself, and I am glad she went all the way in this film. She seemed the most committed to this project, as the most humiliating scene of the film involved her performing fellatio on a deep fried chicken leg. Now, I am not an American and KFC is not really a part of our Dutch culture, but is it a visual metaphor for the dumb people sucking the cock of the big fast food chains? I really hope so, because, as you may have noticed, I am trying to make sense of this movie.
The story you have chosen is actually quite simple. It is not unique at all. A guy named Chris (Emile Hirsch) owes some guys some money and he has to get it within a very short period of time. His mother has a big life insurance, and from what we know she is supposed to be a real monster of a woman, so it would be no biggie to get her killed. It turns out all the money will be given to Dottie (Juno Temple), the younger sister of Chris, so through her, they can split it four ways among the dad (great performance by Thomas Haden Church!), the step-mom and the kids. Killer Joe is the corrupt detective who has a killing job on the side, but we never see him kill anyone. Not even the mother! Is this another joke? And who are we supposed to root for in this film? I thought it was Chris, but he is so dumb. It can't be Joe, because he is such a sick fuck. He keeps the young Dottie – how old is she supposed to be again? – as a 'retainer' for his money until he gets his share. You have made everyone (except for Dottie, maybe) an asshole in this movie, so there is no way I was going to invest my emotions in any of them.
The pacing of the story was also a problem for me. There is a lot of meaningless dialogue that goes nowhere and some scenes just drag on. Are we supposed to feel uncomfortable while watching this? When Dottie undressed herself in front of Joe, and he turned around when she revealed her private parts, the viewer is the only one watching her get naked. Was this your intention? Also, the dark humor in this film worked sometimes, but usually not. I did not know when to laugh, because it was so violent. I am all about excessive violence mixed with humor, but there was no contrasting entity in this film that made sense of it all. I did laugh at the suit of the dad falling apart at the notary public. This joke was perfectly timed. The visual humor was so innocent and really appreciated in this dark film. See? That's contrast! This works!
Now, I am not here to tell you what you can and cannot do. You have made this uncompromising film with a big intention – I am not sure what it is, yet – and that is a great thing. Although, I did feel a bit like you were telling me what I can and cannot feel for the characters involved. Everyone was so unlikable that I had no choice but to conform to that. And the ending was so abrupt, that I felt a bit cheated. But please, keep on making these kinds of films. I heard you were making a new one with Nicolas Cage called I Am Wrath, where he takes the law into his own hands. I am very excited! For the record: I'd rather see a failed project from a master than a PG-13 rated, big budget Hollywood production.
Sincerely,
Tomas D. Dekkers
Your 2011 film Killer Joe has finally become available here in the Netherlands and I have been waiting for it for quite a while now. In the early 70s you have made two absolute classics, The French Connection and The Exorcist, and finished your spree in 1980 with the underrated Cruising. In 2003, I went to the cinema on my own to see your new film The Hunted. It was entertaining while it lasted, but it was a shame to see that it had fallen into the mediocre Hollywood category. I am pleased to see that, at your age, you have made a 180 degree turn in terms of new projects, starting with the 2006 film Bug. I did not understand it, but it was a welcome change in your director's reel. And now, with Killer Joe, you have turned movie land and its movie goers upside down again with a mean, dirty, and all over controversial film. It has gotten the rare NC-17 rating in your country and this can mean only one thing: lots of sex and violence! I am glad you have made no consessions towards the milder R rating.
The film is full of nasty surprises, but the good surprise is the performance of the actors. I am glad that you could persuade Matthew McConaughey, the go-to Texan actor it seems, to play the part of Killer Joe. He is so intimidating and yet so slick. He is clean-shaven – everywhere – and yet very rough. Speaking of hair, the women in this movie show a lot of pubic hair. Is this to emphasize a contrast between them being trailer trash and Joe being a more 'civilized' police detective? I have to admit i chuckled when the woman flashed her bush in front of her step-son when she opened the door of the trailer. I know Gina Gershon does not shy away from showing herself, and I am glad she went all the way in this film. She seemed the most committed to this project, as the most humiliating scene of the film involved her performing fellatio on a deep fried chicken leg. Now, I am not an American and KFC is not really a part of our Dutch culture, but is it a visual metaphor for the dumb people sucking the cock of the big fast food chains? I really hope so, because, as you may have noticed, I am trying to make sense of this movie.
The story you have chosen is actually quite simple. It is not unique at all. A guy named Chris (Emile Hirsch) owes some guys some money and he has to get it within a very short period of time. His mother has a big life insurance, and from what we know she is supposed to be a real monster of a woman, so it would be no biggie to get her killed. It turns out all the money will be given to Dottie (Juno Temple), the younger sister of Chris, so through her, they can split it four ways among the dad (great performance by Thomas Haden Church!), the step-mom and the kids. Killer Joe is the corrupt detective who has a killing job on the side, but we never see him kill anyone. Not even the mother! Is this another joke? And who are we supposed to root for in this film? I thought it was Chris, but he is so dumb. It can't be Joe, because he is such a sick fuck. He keeps the young Dottie – how old is she supposed to be again? – as a 'retainer' for his money until he gets his share. You have made everyone (except for Dottie, maybe) an asshole in this movie, so there is no way I was going to invest my emotions in any of them.
The pacing of the story was also a problem for me. There is a lot of meaningless dialogue that goes nowhere and some scenes just drag on. Are we supposed to feel uncomfortable while watching this? When Dottie undressed herself in front of Joe, and he turned around when she revealed her private parts, the viewer is the only one watching her get naked. Was this your intention? Also, the dark humor in this film worked sometimes, but usually not. I did not know when to laugh, because it was so violent. I am all about excessive violence mixed with humor, but there was no contrasting entity in this film that made sense of it all. I did laugh at the suit of the dad falling apart at the notary public. This joke was perfectly timed. The visual humor was so innocent and really appreciated in this dark film. See? That's contrast! This works!
Now, I am not here to tell you what you can and cannot do. You have made this uncompromising film with a big intention – I am not sure what it is, yet – and that is a great thing. Although, I did feel a bit like you were telling me what I can and cannot feel for the characters involved. Everyone was so unlikable that I had no choice but to conform to that. And the ending was so abrupt, that I felt a bit cheated. But please, keep on making these kinds of films. I heard you were making a new one with Nicolas Cage called I Am Wrath, where he takes the law into his own hands. I am very excited! For the record: I'd rather see a failed project from a master than a PG-13 rated, big budget Hollywood production.
Sincerely,
Tomas D. Dekkers
zondag 21 oktober 2012
Moonrise Kingdom (2012) – 7/10
Moonrise Kingdom
gaat over het 12-jarige jongetje Sam (Jared Gilman) is lid van de Khaki
Scouts, onder leiding van Scout Master Randy Ward (Edward Norton), die
zijn gebivakkeerd op het eilandje Penzance in New England. Op een morgen
blijkt Sam vertrokken te zijn en hij heeft een brief achtergelaten met
daarop zijn ontslag van de Khaki Scouts. Hij en het meisje Suzy (Kara
Hayward) hebben in het geheim brieven naar elkaar gestuurd nadat ze
elkaar enige tijd geleden hadden ontmoet en verliefd zijn geworden. Suzy
woont aan de andere kant van het eiland in een groot huis met vader
(Bill Murray), moeder (Frances McDormand) en drie jongere broertjes. Ze
is het buitenbeentje van de familie en ziet in Sam een uitvlucht. Vader
en moeder zijn allebei advocaat, maar hebben ook hun eigen probleem.
Moeder heeft namelijk ook een relatie met Police Captain Sharp (Bruce
Willis).
Al gauw wordt onder de eilandbewoners duidelijk dat zowel Sam als Suzy op dezelfde dag zijn verdwenen. Sam is een weeskind en niet meer welkom bij zijn pleegouders en zal nadat hij gevonden is, overgedragen worden aan Social Services (Tilda Swinton). Er wordt een zoekactie gestart met hulp van de Khaki Scouts. Ondertussen zijn Sam en Suzy samen op avontuur, al jagend en kamperend in de natuur, alwaar hun kalverliefde tot uiting komt.
Het nieuwe kunstwerkje van Wes Anderson mag er zeker wezen. De man staat bekend om zijn eindeloze visuele details. Met films als The Life Aquatic with Steve Zissou en Fantastic Mr. Fox heeft Anderson al meerdere malen bewezen hierin een meester te zijn. Hij heeft er deze keer voor gekozen om zijn film op 16mm-film op te nemen, om het jaren '60 gevoel te accentueren. Het beeld krijgt zo een grofkorrelig effect wanneer dit wordt uitvergroot op het traditionele 35mm-formaat. De hele stijl van de film, inclusief de credits, komen rechtstreeks uit de keuken van Anderson en geen enkele filmmaker komt daarin echt in de buurt. De stijl was de prioriteit en daar heeft de rest van de film helaas onder te lijden.
Moonrise Kingdom heeft om mee te beginnen al te veel personages. Te veel om hen in anderhalf uur goed uit te diepen. Ze zijn allemaal eendimensionale figuren in de prachtige kijkdoos van Anderson. De plot van Sam en Suzy krijgt zo te weinig aandacht en dat is zonde, aangezien het de hoofdattractie van de film is. Ook is het acteerwerk van de kinderen wat twijfelachtig. Ze beschikken niet over de emotionele diepgang om hun personages kleur te geven. Wat overblijft zijn kinderen die de zinnen oplezen die volwassen voor hen hebben geschreven. Anderson zelf en Roman Coppola – de zoon van – zijn hiervoor verantwoordelijk.
Ondanks het gebrek aan diepgang, iets waarin Anderson juist wel excelleert in The Royal Tenenbaums, en het soms moeizame tempo en vreemd gekozen spanningsbogen, is de film geen straf om te zien. Andersons visuele stijl is zo uniek dat dit gegeven de film alleen al de moeite waard maakt. Ook de visuele humor draagt bij aan de charme van de film. Het is nu hopen dat Anderson in zijn volgende project het deksel van zijn kijkdoos oplicht, zodat we een dieper beeld krijgen van zijn personages en hun zo wat ademruimte gunt.
Al gauw wordt onder de eilandbewoners duidelijk dat zowel Sam als Suzy op dezelfde dag zijn verdwenen. Sam is een weeskind en niet meer welkom bij zijn pleegouders en zal nadat hij gevonden is, overgedragen worden aan Social Services (Tilda Swinton). Er wordt een zoekactie gestart met hulp van de Khaki Scouts. Ondertussen zijn Sam en Suzy samen op avontuur, al jagend en kamperend in de natuur, alwaar hun kalverliefde tot uiting komt.
Het nieuwe kunstwerkje van Wes Anderson mag er zeker wezen. De man staat bekend om zijn eindeloze visuele details. Met films als The Life Aquatic with Steve Zissou en Fantastic Mr. Fox heeft Anderson al meerdere malen bewezen hierin een meester te zijn. Hij heeft er deze keer voor gekozen om zijn film op 16mm-film op te nemen, om het jaren '60 gevoel te accentueren. Het beeld krijgt zo een grofkorrelig effect wanneer dit wordt uitvergroot op het traditionele 35mm-formaat. De hele stijl van de film, inclusief de credits, komen rechtstreeks uit de keuken van Anderson en geen enkele filmmaker komt daarin echt in de buurt. De stijl was de prioriteit en daar heeft de rest van de film helaas onder te lijden.
Moonrise Kingdom heeft om mee te beginnen al te veel personages. Te veel om hen in anderhalf uur goed uit te diepen. Ze zijn allemaal eendimensionale figuren in de prachtige kijkdoos van Anderson. De plot van Sam en Suzy krijgt zo te weinig aandacht en dat is zonde, aangezien het de hoofdattractie van de film is. Ook is het acteerwerk van de kinderen wat twijfelachtig. Ze beschikken niet over de emotionele diepgang om hun personages kleur te geven. Wat overblijft zijn kinderen die de zinnen oplezen die volwassen voor hen hebben geschreven. Anderson zelf en Roman Coppola – de zoon van – zijn hiervoor verantwoordelijk.
Ondanks het gebrek aan diepgang, iets waarin Anderson juist wel excelleert in The Royal Tenenbaums, en het soms moeizame tempo en vreemd gekozen spanningsbogen, is de film geen straf om te zien. Andersons visuele stijl is zo uniek dat dit gegeven de film alleen al de moeite waard maakt. Ook de visuele humor draagt bij aan de charme van de film. Het is nu hopen dat Anderson in zijn volgende project het deksel van zijn kijkdoos oplicht, zodat we een dieper beeld krijgen van zijn personages en hun zo wat ademruimte gunt.
zondag 16 september 2012
Ted (2012) – 4/10
Ted is het nieuwe personage van Seth MacFarlane, de bedenker van tekenfilmseries als Family Guy en American Dad!. Hij is tevens verantwoordelijk voor de regie en de stem en bewegingen van de beer. Wie van de humor van de series houdt, zal zich ook goed met Ted vermaken. De grappen vliegen je continu om de oren en zijn van het type hit or miss; alsof MacFarlane wil zeggen: "Vond je deze niet leuk? En deze dan? Deze misschien?" Toegegeven, de humor is een stuk minder irritant in live action; het decor van de 'echte' wereld legt de humor van MacFarlane een welkome beperking op.
Het verhaal van de film is verrassend (of juist teleurstellend) conventioneel. De plot verloopt volledig in de traditie van de bromance. De beer Ted is door John (Mark Wahlberg) als kerstcadeau gekregen toen hij nog een jongetje was. Hij had geen vriendjes en wenste dat de beer tot leven kwam. De beer kwam ook daadwerkelijk tot leven. In de meeste films met levende knuffelbeesten wordt dit voor de ouders geheim gehouden. In Ted laat John hem meteen aan zijn ouders zien die zich (uiteraard!) een hoedje schrikken. De beer blijft zijn hele leven lang zijn maatje. Op het moment waarop de film zich na de credits hervat, is John al vier jaar samen met Lori (Mila Kunis). Zij heeft schoon genoeg van het gelanterfant van John en Ted. Haar vriendje moet nu aan haar bewijzen dat hij een volwassen man is en iets nuttigs met zijn leven gaat doen. Natuurlijk lukt dit heel de film lang niet en is dit het excuus voor vele grappen en grollen. Men kan blijkbaar geen genoeg krijgen van deze thematiek. De man speelt de underdog en doet veel dingen fout tot ergernis van zijn medemens. Aan het eind van het verhaal vergeven we het hem altijd weer als hij dan eindelijk toch de verantwoordelijkheid neemt. Homer Simpson is hier het archetype van en dit figuur is sindsdien steeds minder goed uitgewerkt.
Bij humor gaat het om context. Niets is werkelijk grappig als het niet in relatie tot iets anders staat. Het is jammer dat MacFarlane zo onverschillig is over de context; het maakt de grappen onsamenhangend en ze vloeien nooit of heel zwak voort uit de gebeurtenissen in het verhaal. De gebeurtenissen zijn slechts een decor om grappen te vertellen, terwijl juist een goed verhaal ten grondslag moet liggen aan de grappen. Het is verbazingwekkend hoe sommige grappen uitgewerkt zijn. Zo worden grappen rondom homo's en kinderkanker ontzettend puberaal en zonder ironie verteld. Er is niets waar je geen grap over kunt maken, maar de context vraagt er niet om, waardoor het dwalende grappen zijn die juist onnodig afleiden. Ook de stereotypering van Aziaten is in Ted volledig achterhaald en zou zo passen in een propagandatekenfilm met Bugs Bunny uit de jaren '40.
Het enige middel dat de film nog wat spanning in het laatste bedrijf kan geven is de rol van een levenslange fan van Ted (de eeuwig bedrukte Giovanni Ribisi), die hem het liefst voor zichzelf wil hebben. De twist wordt ingezet als de film al lang aan zijn eind toe is – 106 minuten is echt te lang! De plot is goed voor een film van 80 minuten, maar wordt onnodig gerekt met ontzettend veel vulling in de vorm van grappen die af en toe leuk zijn. Wat juist wel werkt is de chemie tussen John en Ted. Ondanks dat Ted een personage is dat in de postproductie van de film is toegevoegd, lijkt hij daadwerkelijk deel uit te maken van zijn omgeving waarin de menselijke personages heel natuurlijk op hem reageren. Dit gegeven en een paar goede grappen maken dit geen goede film. Het narratief is niet verrassend en veel vaker veel beter gedaan. Het spervuur aan grappen moet verhullen dat het verhaal in wezen geen vlees omvat. Dit werkt voor afleveringen van 20 minuten, maar niet voor een film die vijf keer zo lang duurt.
Het verhaal van de film is verrassend (of juist teleurstellend) conventioneel. De plot verloopt volledig in de traditie van de bromance. De beer Ted is door John (Mark Wahlberg) als kerstcadeau gekregen toen hij nog een jongetje was. Hij had geen vriendjes en wenste dat de beer tot leven kwam. De beer kwam ook daadwerkelijk tot leven. In de meeste films met levende knuffelbeesten wordt dit voor de ouders geheim gehouden. In Ted laat John hem meteen aan zijn ouders zien die zich (uiteraard!) een hoedje schrikken. De beer blijft zijn hele leven lang zijn maatje. Op het moment waarop de film zich na de credits hervat, is John al vier jaar samen met Lori (Mila Kunis). Zij heeft schoon genoeg van het gelanterfant van John en Ted. Haar vriendje moet nu aan haar bewijzen dat hij een volwassen man is en iets nuttigs met zijn leven gaat doen. Natuurlijk lukt dit heel de film lang niet en is dit het excuus voor vele grappen en grollen. Men kan blijkbaar geen genoeg krijgen van deze thematiek. De man speelt de underdog en doet veel dingen fout tot ergernis van zijn medemens. Aan het eind van het verhaal vergeven we het hem altijd weer als hij dan eindelijk toch de verantwoordelijkheid neemt. Homer Simpson is hier het archetype van en dit figuur is sindsdien steeds minder goed uitgewerkt.
Bij humor gaat het om context. Niets is werkelijk grappig als het niet in relatie tot iets anders staat. Het is jammer dat MacFarlane zo onverschillig is over de context; het maakt de grappen onsamenhangend en ze vloeien nooit of heel zwak voort uit de gebeurtenissen in het verhaal. De gebeurtenissen zijn slechts een decor om grappen te vertellen, terwijl juist een goed verhaal ten grondslag moet liggen aan de grappen. Het is verbazingwekkend hoe sommige grappen uitgewerkt zijn. Zo worden grappen rondom homo's en kinderkanker ontzettend puberaal en zonder ironie verteld. Er is niets waar je geen grap over kunt maken, maar de context vraagt er niet om, waardoor het dwalende grappen zijn die juist onnodig afleiden. Ook de stereotypering van Aziaten is in Ted volledig achterhaald en zou zo passen in een propagandatekenfilm met Bugs Bunny uit de jaren '40.
Het enige middel dat de film nog wat spanning in het laatste bedrijf kan geven is de rol van een levenslange fan van Ted (de eeuwig bedrukte Giovanni Ribisi), die hem het liefst voor zichzelf wil hebben. De twist wordt ingezet als de film al lang aan zijn eind toe is – 106 minuten is echt te lang! De plot is goed voor een film van 80 minuten, maar wordt onnodig gerekt met ontzettend veel vulling in de vorm van grappen die af en toe leuk zijn. Wat juist wel werkt is de chemie tussen John en Ted. Ondanks dat Ted een personage is dat in de postproductie van de film is toegevoegd, lijkt hij daadwerkelijk deel uit te maken van zijn omgeving waarin de menselijke personages heel natuurlijk op hem reageren. Dit gegeven en een paar goede grappen maken dit geen goede film. Het narratief is niet verrassend en veel vaker veel beter gedaan. Het spervuur aan grappen moet verhullen dat het verhaal in wezen geen vlees omvat. Dit werkt voor afleveringen van 20 minuten, maar niet voor een film die vijf keer zo lang duurt.
vrijdag 14 september 2012
The Devil's Advocate (1997) – 7.5/10
The Devil's Advocate wordt op blu-ray uitgebracht en wel in de vorm van een Unrated Director's Cut. Wat nu precies de toevoeging van Taylor Hackford was is onduidelijk en de film duurt net zo lang als elke andere versie; een flinke 144 minuten. Dan is er nog een issue dat al sinds de productie van de film bestaat: de sculptuur in het kantoor van John Milton (Al Pacino). Het zou een ongeautoriseerde reproductie zijn van Frederick Hart's Ex Nihilo, dat zich aan de gevel van Washington National Cathedral bevindt. Een rechtszaak was het gevolg, in het nadeel van Warner Bros (de ironie wordt later duidelijk). In de film is de sculptuur digitaal bewerkt en vrijgemaakt van elk overeenkomend detail. Na de uitspraak van de rechter moest elke uitgave dit bewerkte materiaal bevatten, dus ook de nieuwe blu-ray. Dit is slechts een klein minpuntje, want het doet niks af aan de film. Wat het wel is, is een film die echt helemaal jaren '90 is.
Nog even kort de plot: Keanu Reeves speelt de enorm succesvolle advocaat Kevin Lomax (hij heeft nog nooit een zaak verloren!). Hij en zijn vrouw Mary Ann (Charlize Theron) vertrekken vanuit een klein stadje in Florida naar New York op verzoek van een groot advocatenkantoor, om daar nog meer zaken voor hen te winnen. De twee pakken al het geld en roem met beide handen aan en Kevin verliest zijn zicht op de realiteit en verwaarloost zijn vrouw ten koste van zijn carrière. Er gebeuren al gauw onverklaarbare dingen en Mary Ann lijkt psychisch gestoord te worden. De eigenaar van het bedrijf, John Milton, gespeeld door een over-the-top Al Pacino, is in werkelijkheid de duivel en is de oorzaak van alle bovennatuurlijke gebeurtenissen. Het klinkt als een film die ontzettend fout uitgewerkt kan worden, maar de balans tussen (bovennatuurlijke) thriller en satire is verrassend goed. Het heeft de opzet van een thriller, maar Al Pacino weet de duivel op zo'n menselijke manier te spelen ("I'm a humanist!") en het duivel-zijn ironisch neer te zetten ("Call me Dad."), dat de humor hier werkt.
Keanu Reeves acteert hier al net zo houterig als dat hij twee jaar later in The Matrix zou doen. In deze film kan het geen kwaad, aangezien hij een vrij eendimensionaal personage moet spelen die uit is op persoonlijk gewin en geen oog heeft voor wat er om hem heen gebeurt. Charlize Theron speelt de sterren van de hemel en doet alsof ze een Oscar in de wacht wil slepen. Het geeft de film toch de nodige ernst met zich mee en ze houdt de film aan de kant van de drama hier in haar eentje goed in balans. Al Pacino is een rasacteur en het is te zien dat hij duidelijk plezier heeft in het spelen van de duivel. Zijn spel is intens en luchtig op de juiste momenten en weet ook hier de balans te bewaren voor een personage waarbij clichés al gauw op de loer liggen.
Balans is bij deze film dus het sleutelwoord. De plot van de film klinkt absurd, maar de uitwerking ervan is ontzettend vermakelijk. De bijna tweeënhalf uur durende film is daarom ook geen straf. De CGI zijn op sommige momenten misschien wat achterhaald (de gezichten van de demonen zijn nog steeds griezelig!), maar gelukkig is het gebruik hiervan spaarzaam. De vergelijking met The Firm wordt vaak gemaakt, maar deze film heeft de tand des tijds toch beter doorstaan door het hoge vermakelijkheidsgehalte. Een film als deze zou vandaag de dag niet meer op deze manier gemaakt worden, aangezien we ondertussen al allerlei vertellingen over duivels en demonen hebben gezien. De film is daarom ook een goede afspiegeling van wat er in de jaren '90 aan films gemaakt werden. Hollywood-entertainment van de bovenste plank, dus!
Nog even kort de plot: Keanu Reeves speelt de enorm succesvolle advocaat Kevin Lomax (hij heeft nog nooit een zaak verloren!). Hij en zijn vrouw Mary Ann (Charlize Theron) vertrekken vanuit een klein stadje in Florida naar New York op verzoek van een groot advocatenkantoor, om daar nog meer zaken voor hen te winnen. De twee pakken al het geld en roem met beide handen aan en Kevin verliest zijn zicht op de realiteit en verwaarloost zijn vrouw ten koste van zijn carrière. Er gebeuren al gauw onverklaarbare dingen en Mary Ann lijkt psychisch gestoord te worden. De eigenaar van het bedrijf, John Milton, gespeeld door een over-the-top Al Pacino, is in werkelijkheid de duivel en is de oorzaak van alle bovennatuurlijke gebeurtenissen. Het klinkt als een film die ontzettend fout uitgewerkt kan worden, maar de balans tussen (bovennatuurlijke) thriller en satire is verrassend goed. Het heeft de opzet van een thriller, maar Al Pacino weet de duivel op zo'n menselijke manier te spelen ("I'm a humanist!") en het duivel-zijn ironisch neer te zetten ("Call me Dad."), dat de humor hier werkt.
Keanu Reeves acteert hier al net zo houterig als dat hij twee jaar later in The Matrix zou doen. In deze film kan het geen kwaad, aangezien hij een vrij eendimensionaal personage moet spelen die uit is op persoonlijk gewin en geen oog heeft voor wat er om hem heen gebeurt. Charlize Theron speelt de sterren van de hemel en doet alsof ze een Oscar in de wacht wil slepen. Het geeft de film toch de nodige ernst met zich mee en ze houdt de film aan de kant van de drama hier in haar eentje goed in balans. Al Pacino is een rasacteur en het is te zien dat hij duidelijk plezier heeft in het spelen van de duivel. Zijn spel is intens en luchtig op de juiste momenten en weet ook hier de balans te bewaren voor een personage waarbij clichés al gauw op de loer liggen.
Balans is bij deze film dus het sleutelwoord. De plot van de film klinkt absurd, maar de uitwerking ervan is ontzettend vermakelijk. De bijna tweeënhalf uur durende film is daarom ook geen straf. De CGI zijn op sommige momenten misschien wat achterhaald (de gezichten van de demonen zijn nog steeds griezelig!), maar gelukkig is het gebruik hiervan spaarzaam. De vergelijking met The Firm wordt vaak gemaakt, maar deze film heeft de tand des tijds toch beter doorstaan door het hoge vermakelijkheidsgehalte. Een film als deze zou vandaag de dag niet meer op deze manier gemaakt worden, aangezien we ondertussen al allerlei vertellingen over duivels en demonen hebben gezien. De film is daarom ook een goede afspiegeling van wat er in de jaren '90 aan films gemaakt werden. Hollywood-entertainment van de bovenste plank, dus!
zondag 9 september 2012
Men in Black 3 (2012) – 4.5/10
Tien jaar na de sequel en vijftien jaar na het origineel komt dan de voltooiing van de trilogie, het format waar Hollywood maar geen genoeg van krijgt. Men in Black 3 (gelukkig zonder ondertitel) is voorlopig het laatste deel en heeft een passend einde om een trilogie mee af te sluiten, maar zeg nooit nooit, natuurlijk. Will Smith en Tommy Lee Jones keren weer terug als Agent J en K en hoewel Jones prominent wordt vermeld, speelt hij in deze film niet meer dan een bijrol. De regie ligt ook voor dit deel weer in de handen van Barry Sonnenfeld en is zoals de vorige delen schreeuwerig en weinig subtiel.
Het verhaal gaat als volgt. Agent K heeft ooit, eind jaren '60, de arm van de alien Boris the Animal (It's just "Boris"!) afgeschoten en hij wil wraak. Boris wordt gespeeld door de Nieuw-Zeelander Jemaine Clement, die met de eigenzinnige film Eagle vs Shark enige bekendheid maakte. Boris is ook nog de enige in zijn soort en hij is heel erg boos op K. Hij reist terug in de tijd (ja, echt!) om K ditmaal voor te zijn. Dit is blijkbaar gelukt, want K verdwijnt in het heden van de aardbodem en alleen J weet nog dat hij er gisteren nog was; de rest leeft in de realiteit waarin K in de jaren '60 was omgekomen. J reist ook terug in de tijd naar net een dag voor het voorval om Boris te stoppen. Daar komt hij de jonge agent K tegen, gespeeld door de geweldige Josh Brolin (No Country for Old Men), die ook in deze film weer indruk maakt en een ontzettend treffende Tommy Lee Jones-imitatie neerzet. Hij is het hoogtepunt van de film en speelt Will Smith, die een vermoeide en ongeïnspireerde herhalingsoefening doet, helemaal plat.
De film begint wat twijfelachtig en lijkt de tenenkrommende humor van het tweede deel voort te gaan zetten, maar wanneer Agent J de tijdreis heeft gemaakt, herstelt de balans zich wat meer en is het vooral genieten van Brolin. Hij kan de film helaas niet in zijn eentje naar een hoger niveau tillen. Het is goed te zien dat de productie van de film wat tegenslag heeft gekend. De special effects zijn niet altijd even goed uitgevoerd en het gebruik van een green screen wordt af en toe wel heel erg duidelijk. Ook lijkt het verhaal niet zo groots en episch als in de vorige films. De locaties zijn vrij beperkt en eentonig, de slechterik is weinig overtuigend en de humor is een kwestie van hit or miss. Daarbij is voor de gebeurtenissen in deze film nooit een aanleiding gegeven in de vorige films. Zo heeft Agent K een romantische interesse voor Agent O (Emma Thompson), die voorheen nooit te zien was, en is de twist aan het einde leuk gevonden, maar niet meer dan een twist op zichzelf en magertjes uitgewerkt in de aanleiding.
Men in Black 3 is vermakelijk voor zolang hij duurt, maar de geforceerde indruk die de film geeft groots te willen zijn en de moeilijkheden tijdens de productie maken deze film niet tot wat hij zou moeten zijn. Deze film zou de verbetering van het slappe tweede deel moeten zijn, maar haalt dat met hakken over de sloot. Kijk de film voor Josh Brolin, zie de special effects even door de vingers, en je kunt onder het genot van een zak popcorn en een drankje naar keuze nog best wat leuke momenten beleven.
Het verhaal gaat als volgt. Agent K heeft ooit, eind jaren '60, de arm van de alien Boris the Animal (It's just "Boris"!) afgeschoten en hij wil wraak. Boris wordt gespeeld door de Nieuw-Zeelander Jemaine Clement, die met de eigenzinnige film Eagle vs Shark enige bekendheid maakte. Boris is ook nog de enige in zijn soort en hij is heel erg boos op K. Hij reist terug in de tijd (ja, echt!) om K ditmaal voor te zijn. Dit is blijkbaar gelukt, want K verdwijnt in het heden van de aardbodem en alleen J weet nog dat hij er gisteren nog was; de rest leeft in de realiteit waarin K in de jaren '60 was omgekomen. J reist ook terug in de tijd naar net een dag voor het voorval om Boris te stoppen. Daar komt hij de jonge agent K tegen, gespeeld door de geweldige Josh Brolin (No Country for Old Men), die ook in deze film weer indruk maakt en een ontzettend treffende Tommy Lee Jones-imitatie neerzet. Hij is het hoogtepunt van de film en speelt Will Smith, die een vermoeide en ongeïnspireerde herhalingsoefening doet, helemaal plat.
De film begint wat twijfelachtig en lijkt de tenenkrommende humor van het tweede deel voort te gaan zetten, maar wanneer Agent J de tijdreis heeft gemaakt, herstelt de balans zich wat meer en is het vooral genieten van Brolin. Hij kan de film helaas niet in zijn eentje naar een hoger niveau tillen. Het is goed te zien dat de productie van de film wat tegenslag heeft gekend. De special effects zijn niet altijd even goed uitgevoerd en het gebruik van een green screen wordt af en toe wel heel erg duidelijk. Ook lijkt het verhaal niet zo groots en episch als in de vorige films. De locaties zijn vrij beperkt en eentonig, de slechterik is weinig overtuigend en de humor is een kwestie van hit or miss. Daarbij is voor de gebeurtenissen in deze film nooit een aanleiding gegeven in de vorige films. Zo heeft Agent K een romantische interesse voor Agent O (Emma Thompson), die voorheen nooit te zien was, en is de twist aan het einde leuk gevonden, maar niet meer dan een twist op zichzelf en magertjes uitgewerkt in de aanleiding.
Men in Black 3 is vermakelijk voor zolang hij duurt, maar de geforceerde indruk die de film geeft groots te willen zijn en de moeilijkheden tijdens de productie maken deze film niet tot wat hij zou moeten zijn. Deze film zou de verbetering van het slappe tweede deel moeten zijn, maar haalt dat met hakken over de sloot. Kijk de film voor Josh Brolin, zie de special effects even door de vingers, en je kunt onder het genot van een zak popcorn en een drankje naar keuze nog best wat leuke momenten beleven.
zaterdag 8 september 2012
Bernie (2011) – 7.5/10
Bernie gaat over Bernhardt "Bernie" Tiede, de man die op 19 november 1996 een steenrijke weduwe van het leven beroofde, haar vervolgens in een vriezer stopte en negen maanden tot aan zijn arrestatie van haar geld leefde. De film heeft de opzet van een mockumentary, zoals Ricky Gervais' The Office, waarbij tussen het verhaal door, verschillende personages worden geïnterviewd om commentaar te geven op de gebeurtenissen. Het enige verschil is dat de gebeurtenissen zijn gebaseerd op waargebeurde feiten en dat hierbij echte mensen uit het plaatsje Carthage, Texas aan het woorden komen (of zijn het stiekem toch acteurs?).
Jack Black kruipt in de rol van Bernie en het is zonder twijfel zijn beste prestatie tot nu toe. Hij is hier nu niet een melige rock 'n' roller (Tenacious D in the Pick of Destiny en School of Rock), een Mexicaanse worstelaar (Nacho Libre) of een Kung Fu Panda. Black laat als Bernie zien dat hij ook prima rollen aankan die wat meer subtielere nuances vereisen. Goede regie is hierbij funest en dat weet Richard Linklater (Before Sunrise en Before Sunset) maar al te goed. Black weet hier een verwijfde kerel van achter in de dertig neer te zetten zonder te vervallen in karikaturen. Complimenten voor Black en Linklater, die een onvergetelijk personage weten neer te zetten.
Carthage, Texas is zo'n plaatsje waar iedereen elkaar kent en Bernie maakt dan ook al snel een goede naam als hij als begrafenisondernemer de overleden mensen weer mooi maakt, prachtig zingt tijdens hun begrafenissen en de harten van vele oude weduwen steelt. Geen kwaad woord over Bernie, dus. De dorpsbewoners spreken dan ook vol lof over hem tijdens de interviews en niemand had ooit kunnen denken dat hij in staat was een moord te plegen. Bernie was een ontzettend gul en vriendelijk persoon en had met iedereen altijd het beste voor. De persoon waaraan iedereen in Carthage een hekel had en iedereen, inclusief haar kinderen afstootte , was de weduwe Marjorie Nugent (Shirley MacLaine), die zelfs ook Bernie meerdere malen de deur wees. Maar Bernie bleef volhouden, want hij geloofde dat hij ook haar blij kon maken. Mevrouw Nugent raakt op den duur toch gecharmeerd van alle aandacht en de twee worden steeds hechter. Zelfs zo hecht dat ze onafscheidelijk worden en Bernie zijn baan opzegt om fulltime haar bediende te worden. Ze maken samen verre reizen en de weduwe fleurt helemaal op. Maar wat moet een man van achter in de dertig, nooit getrouwd, met zo'n oude vrouw? Zou hij misschien homo zijn? Op het punt dat je je dat gaat afvragen, wordt de vraag aan de dorpsbewoners gesteld. Een vrouw geeft het argument dat enkele apostelen van Jezus ook hun hele leven celibaat waren en dat over hen ook nooit de vraag werd gesteld of ze wellicht homoseksueel zouden zijn.
De film leidt uiteindelijk naar de gebeurtenis waarbij Bernie de weduwe Nugent om het leven brengt door haar vier keer in de rug te schieten. Ze zou de arme Bernie zo gemeen hebben behandeld en zo jaloers zijn op de aandacht die hij alle dorpsbewoners gaf, dat hij haar in een woedeaanval heeft vermoord. Linklater heeft er duidelijk voor gekozen Bernie een sympathiek karakter te geven, precies zoals vele dorpsbewoners hem beschreven; een lieve man die tot het uiterste werd gedreven en plotseling klapte. Hierdoor wordt het verhaal interessanter, in plaats van Bernie als een gewetenloze oplichter af te schilderen. Is het begrijpelijk dat Bernie deze daad heeft begaan en is zijn straf niet te zwaar wanneer je kijkt naar al het goede wat hij voor de mensen van Carthage heeft gedaan? De officier van justitie, gespeeld door Matthew McConaughey die hier met plezier zijn Texaanse afkomst ten volste benut, moet zelfs de rechtszaak verplaatsen naar een ander district, omdat er in de omgeving van Carthage te veel mensen zouden zijn die Bernie te positief zouden veroordelen.
Bernie is een fijne film die knap in elkaar zit, en die zich ook qua vertelling onderscheidt. Linklater heeft, nog meer zelfs dan bij de series van Gervais, de lijn tussen feit en fictie verdund. De mensen die verantwoordelijk waren voor de casting verdienen ook een pluim, want de geïnterviewde dorpsbewoners zijn allemaal ontzettend goede acteurs die heel geloofwaardig 'echte', niet-acterende mensen kunnen spelen. Dit gegeven en een uitstekende Jack Black tillen de film naar een hoger niveau. Aanrader!
Jack Black kruipt in de rol van Bernie en het is zonder twijfel zijn beste prestatie tot nu toe. Hij is hier nu niet een melige rock 'n' roller (Tenacious D in the Pick of Destiny en School of Rock), een Mexicaanse worstelaar (Nacho Libre) of een Kung Fu Panda. Black laat als Bernie zien dat hij ook prima rollen aankan die wat meer subtielere nuances vereisen. Goede regie is hierbij funest en dat weet Richard Linklater (Before Sunrise en Before Sunset) maar al te goed. Black weet hier een verwijfde kerel van achter in de dertig neer te zetten zonder te vervallen in karikaturen. Complimenten voor Black en Linklater, die een onvergetelijk personage weten neer te zetten.
Carthage, Texas is zo'n plaatsje waar iedereen elkaar kent en Bernie maakt dan ook al snel een goede naam als hij als begrafenisondernemer de overleden mensen weer mooi maakt, prachtig zingt tijdens hun begrafenissen en de harten van vele oude weduwen steelt. Geen kwaad woord over Bernie, dus. De dorpsbewoners spreken dan ook vol lof over hem tijdens de interviews en niemand had ooit kunnen denken dat hij in staat was een moord te plegen. Bernie was een ontzettend gul en vriendelijk persoon en had met iedereen altijd het beste voor. De persoon waaraan iedereen in Carthage een hekel had en iedereen, inclusief haar kinderen afstootte , was de weduwe Marjorie Nugent (Shirley MacLaine), die zelfs ook Bernie meerdere malen de deur wees. Maar Bernie bleef volhouden, want hij geloofde dat hij ook haar blij kon maken. Mevrouw Nugent raakt op den duur toch gecharmeerd van alle aandacht en de twee worden steeds hechter. Zelfs zo hecht dat ze onafscheidelijk worden en Bernie zijn baan opzegt om fulltime haar bediende te worden. Ze maken samen verre reizen en de weduwe fleurt helemaal op. Maar wat moet een man van achter in de dertig, nooit getrouwd, met zo'n oude vrouw? Zou hij misschien homo zijn? Op het punt dat je je dat gaat afvragen, wordt de vraag aan de dorpsbewoners gesteld. Een vrouw geeft het argument dat enkele apostelen van Jezus ook hun hele leven celibaat waren en dat over hen ook nooit de vraag werd gesteld of ze wellicht homoseksueel zouden zijn.
De film leidt uiteindelijk naar de gebeurtenis waarbij Bernie de weduwe Nugent om het leven brengt door haar vier keer in de rug te schieten. Ze zou de arme Bernie zo gemeen hebben behandeld en zo jaloers zijn op de aandacht die hij alle dorpsbewoners gaf, dat hij haar in een woedeaanval heeft vermoord. Linklater heeft er duidelijk voor gekozen Bernie een sympathiek karakter te geven, precies zoals vele dorpsbewoners hem beschreven; een lieve man die tot het uiterste werd gedreven en plotseling klapte. Hierdoor wordt het verhaal interessanter, in plaats van Bernie als een gewetenloze oplichter af te schilderen. Is het begrijpelijk dat Bernie deze daad heeft begaan en is zijn straf niet te zwaar wanneer je kijkt naar al het goede wat hij voor de mensen van Carthage heeft gedaan? De officier van justitie, gespeeld door Matthew McConaughey die hier met plezier zijn Texaanse afkomst ten volste benut, moet zelfs de rechtszaak verplaatsen naar een ander district, omdat er in de omgeving van Carthage te veel mensen zouden zijn die Bernie te positief zouden veroordelen.
Bernie is een fijne film die knap in elkaar zit, en die zich ook qua vertelling onderscheidt. Linklater heeft, nog meer zelfs dan bij de series van Gervais, de lijn tussen feit en fictie verdund. De mensen die verantwoordelijk waren voor de casting verdienen ook een pluim, want de geïnterviewde dorpsbewoners zijn allemaal ontzettend goede acteurs die heel geloofwaardig 'echte', niet-acterende mensen kunnen spelen. Dit gegeven en een uitstekende Jack Black tillen de film naar een hoger niveau. Aanrader!
maandag 3 september 2012
Snow White and the Huntsman (2012) – 3/10
Dit jaar zijn er maar liefst twee live-action films van het sprookje Sneeuwwitje verschenen. De kindvriendelijke Mirror Mirror met Julia Roberts en het visuele spektakel Snow White and the Huntsman, met Kristen Stewart (Twilight) als Snow White en Charlize Theron als Ravenna, de boze stiefmoeder. Het is de eerste film van Rupert Sanders en hij doopt het sprookje om tot avonturenfilm. Er zijn ook wat veranderingen toegepast aan het verhaal zelf. Nu is de jager, die Sneeuwwitje in het oorspronkelijke sprookje mee het bos in moest nemen om haar daar te doden, tot een van de hoofdpersonages verheven. The Huntsman Eric wordt gespeeld door Chris Hemsworth (Thor).
De film ziet er prachtig uit en er is duidelijk veel geld gestoken in de sets en de CGI, die af en toe iets te cartoonesk aandoet. Ondanks dat er vier schrijvers aan het script hebben gewerkt, is er weinig verhaal. Voor een film van meer dan twee uur is er weinig ontwikkeling in de personages en de plot te ontdekken. Dit is vooral te wijten aan de regisseur, die er voor kiest de aandacht te vestigen op de actiescènes. Kristen Stewart vertolkt het hoofdpersonage, maar haar acteerkunsten reiken niet ver en ze is ook niet de schoonste in het land. Charlize Theron doet haar uiterste best om iets te doen met wat haar is gegeven. Net als in Prometheus heeft ze weer een bitchy rol met weinig diepgang. Haar acteerwerk komt beter tot zijn recht in een film zoals het ondergewaardeerde Young Adult. Chris Hemsworth laat zien dat hij een degelijke acteur is die evenals Theron moet roeien met de riemen die hij heeft.
Disney heeft met Snow White and the Seven Dwarfs in 1937 een mijlpaal neergezet op gebied van animatie en een blauwdruk geleverd voor verdere vertellingen van het oude sprookje. Ook Snow White and the Huntsman heeft dwergen (gelukkig niet met de namen Dopey, Sleepy, etc.), maar ze worden (ook gelukkig) niet vertolkt door acteurs met dwerggroei. Met slimme shots en met behulp van de computer zijn een handjevol bekende Britse karakteracteurs (waaronder Bob Hoskins en Ian McShane) omgetoverd tot dwergen. Snow White ontmoet ze niet in een huisje, maar onderweg, samen met Eric, en helpen haar Ravenna te verslaan. En dan is er nog William, het jeugdvriendje van Snow White en, naast Eric, een mogelijke partner voor Snow White. Zijn personage is een beetje overbodig en er komt geen oplossing voor hem en Snow White. Ook niet voor Eric. Daar komt nog eens bij dat er geen chemie is tussen de acteurs.
Deze film heeft een vreemd soort haastige vertelling (zoals de weinige en korte scènes met Theron en een vluchtige proloog) als het aankomt op dialogen en uitdieping van de personages. Dit is frustrerend, aangezien de lange duur van de film juist het tegenovergestelde doet vermoeden. Het maakt de film langdradig en daarmee de actiescènes (het overgrote deel van de film) minder urgent. Snow White and the Huntsman barst van de potentie, maar wil door de incompetente regie maar niet van de grond komen. Kristen Stewart kan door haar krappe emotionele bereik als actrice de film niet dragen en je krijgt als kijker het idee dat ze heel erg bezig is met acteren in plaats van het personage te zijn.
Momenteel is er sprake van een vervolgfilm met dezelfde regisseur, maar het ziet er niet naar uit dat mevrouw Stewart gaat terugkeren. Het zou voor Sanders leuk zijn om hier zijn trilogie (dat is de trend) van te maken, maar dan zou hij in het vervolg meer oog voor zijn personages en de plot moeten krijgen. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de oppervlakkigste in het land?
De film ziet er prachtig uit en er is duidelijk veel geld gestoken in de sets en de CGI, die af en toe iets te cartoonesk aandoet. Ondanks dat er vier schrijvers aan het script hebben gewerkt, is er weinig verhaal. Voor een film van meer dan twee uur is er weinig ontwikkeling in de personages en de plot te ontdekken. Dit is vooral te wijten aan de regisseur, die er voor kiest de aandacht te vestigen op de actiescènes. Kristen Stewart vertolkt het hoofdpersonage, maar haar acteerkunsten reiken niet ver en ze is ook niet de schoonste in het land. Charlize Theron doet haar uiterste best om iets te doen met wat haar is gegeven. Net als in Prometheus heeft ze weer een bitchy rol met weinig diepgang. Haar acteerwerk komt beter tot zijn recht in een film zoals het ondergewaardeerde Young Adult. Chris Hemsworth laat zien dat hij een degelijke acteur is die evenals Theron moet roeien met de riemen die hij heeft.
Disney heeft met Snow White and the Seven Dwarfs in 1937 een mijlpaal neergezet op gebied van animatie en een blauwdruk geleverd voor verdere vertellingen van het oude sprookje. Ook Snow White and the Huntsman heeft dwergen (gelukkig niet met de namen Dopey, Sleepy, etc.), maar ze worden (ook gelukkig) niet vertolkt door acteurs met dwerggroei. Met slimme shots en met behulp van de computer zijn een handjevol bekende Britse karakteracteurs (waaronder Bob Hoskins en Ian McShane) omgetoverd tot dwergen. Snow White ontmoet ze niet in een huisje, maar onderweg, samen met Eric, en helpen haar Ravenna te verslaan. En dan is er nog William, het jeugdvriendje van Snow White en, naast Eric, een mogelijke partner voor Snow White. Zijn personage is een beetje overbodig en er komt geen oplossing voor hem en Snow White. Ook niet voor Eric. Daar komt nog eens bij dat er geen chemie is tussen de acteurs.
Deze film heeft een vreemd soort haastige vertelling (zoals de weinige en korte scènes met Theron en een vluchtige proloog) als het aankomt op dialogen en uitdieping van de personages. Dit is frustrerend, aangezien de lange duur van de film juist het tegenovergestelde doet vermoeden. Het maakt de film langdradig en daarmee de actiescènes (het overgrote deel van de film) minder urgent. Snow White and the Huntsman barst van de potentie, maar wil door de incompetente regie maar niet van de grond komen. Kristen Stewart kan door haar krappe emotionele bereik als actrice de film niet dragen en je krijgt als kijker het idee dat ze heel erg bezig is met acteren in plaats van het personage te zijn.
Momenteel is er sprake van een vervolgfilm met dezelfde regisseur, maar het ziet er niet naar uit dat mevrouw Stewart gaat terugkeren. Het zou voor Sanders leuk zijn om hier zijn trilogie (dat is de trend) van te maken, maar dan zou hij in het vervolg meer oog voor zijn personages en de plot moeten krijgen. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de oppervlakkigste in het land?
zondag 2 september 2012
The Awakening (2011) – 6/10
The Awakening is een spookverhaal in traditionele zin: Engeland, begin 20ste eeuw, een eng huis, de geest van een kind, een sceptische hoofdpersoon en mysterieuze bijfiguren. De hoofdrol is weggelegd voor Rebecca Hall, die de onafhankelijke, sterke en geleerde Florence Cathcart speelt. Zij ziet het als haar levenstaak om de mysteries rondom geesten te ontkrachten en de vele charlatans te laten oppakken. Dan verschijnt Robert Mallory (Dominic West van de briljante serie The Wire) ten tonele, gezonden in opdracht van een kostschool in Cumbria, om haar uit te nodigen daar heen te reizen om de geestverschijning van een jongetje te onderzoeken. Na natuurlijk eerst dit verzoek af te wijzen, zien we haar in de volgende scène samen met Robert in de auto, op weg naar de school. Daar treffen ze de gouvernante Maud (Imelda Staunton) en het jongetje Tom (Isaac Hempstead Wright van de serie Game of Thrones).
De film speelt zich af net na de Eerste Wereldoorlog en heeft een sombere toon. Dit is Nick Murphy's eerste speelfilm (daarvoor maakte hij documentaires) en de man heeft oog voor cinematografie. Wat ziet deze film er prachtig uit! De locaties, zoal ex- als interieur, worden volledig uitgebuit om een bleke, ijzingwekkende sfeer neer te zetten. Niet alleen zijn de locaties prachtig, maar ook de composities van de shots zijn briljant in elkaar gezet. Ze variëren van vogelperspectief tot trage dolly shots in de lange gangen van de school. De regisseur heeft er voor gekozen om lang de tijd te nemen voor de shots, wat de sfeer verhoogt.
Wanneer we kijken naar vergelijkbare films zoals The Others en vooral El orfanato, dan is er qua plot niet veel origineels te zien. Als we hier dan nog een vleugje Shutter Island aan toevoegen, dan kun je al op je klompen aanvoelen dat er iets mis is met Florence. Wanneer ze ook daadwerkelijk de geestverschijning van het jongetje ziet, dan gaat het snel bergafwaarts en verandert ze van een nuchtere wetenschapper in een angstige vrouw. Ze voelt zich steeds meer aangetrokken tot de door de oorlog gekwelde Robert en ze krijgt opvallend voyeuristische trekjes. Dit maakt haar personage initieel interessant, maar de uiteindelijke oorzaak van haar gedrag is weinig geloofwaardig.
Het probleem van films met spookhuizen is dat ze vaak een interessante opzet hebben, maar een teleurstellende twist (zie ook The Woman in Black). Het acteerwerk is sterk, zelfs dat van de kinderen, en is naast de cinematografie hetgeen dat de film overeind houdt. The Awakening is een degelijke thriller met horrorelementen en een zwak einde.
De film speelt zich af net na de Eerste Wereldoorlog en heeft een sombere toon. Dit is Nick Murphy's eerste speelfilm (daarvoor maakte hij documentaires) en de man heeft oog voor cinematografie. Wat ziet deze film er prachtig uit! De locaties, zoal ex- als interieur, worden volledig uitgebuit om een bleke, ijzingwekkende sfeer neer te zetten. Niet alleen zijn de locaties prachtig, maar ook de composities van de shots zijn briljant in elkaar gezet. Ze variëren van vogelperspectief tot trage dolly shots in de lange gangen van de school. De regisseur heeft er voor gekozen om lang de tijd te nemen voor de shots, wat de sfeer verhoogt.
Wanneer we kijken naar vergelijkbare films zoals The Others en vooral El orfanato, dan is er qua plot niet veel origineels te zien. Als we hier dan nog een vleugje Shutter Island aan toevoegen, dan kun je al op je klompen aanvoelen dat er iets mis is met Florence. Wanneer ze ook daadwerkelijk de geestverschijning van het jongetje ziet, dan gaat het snel bergafwaarts en verandert ze van een nuchtere wetenschapper in een angstige vrouw. Ze voelt zich steeds meer aangetrokken tot de door de oorlog gekwelde Robert en ze krijgt opvallend voyeuristische trekjes. Dit maakt haar personage initieel interessant, maar de uiteindelijke oorzaak van haar gedrag is weinig geloofwaardig.
Het probleem van films met spookhuizen is dat ze vaak een interessante opzet hebben, maar een teleurstellende twist (zie ook The Woman in Black). Het acteerwerk is sterk, zelfs dat van de kinderen, en is naast de cinematografie hetgeen dat de film overeind houdt. The Awakening is een degelijke thriller met horrorelementen en een zwak einde.
maandag 20 augustus 2012
50/50 (2011) – 6.5/10
Jonathan Levine, die in 2006 debuteerde met de prima slasher All the Boys Love Mandy Lane, staat aan het roer bij de op waarheid gebaseerde film 50/50. Een lastige positie, aangezien de hoofdpersoon een 27-jarige kankerpatiënt is; zie hier maar eens een evenwichtige film van te maken – wansmaak ligt al gauw op de loer. De schrijver van het script, Will Reiser, is de persoon waarop de film is gebaseerd. In de film heet hij Adam en wordt hij gespeeld door de indrukwekkende Joseph Gordon-Levitt, die in (500) Days of Summer al heeft laten zien dat hij goed past in een tragikomische film. De beste vriend van Adam, Kyle, wordt vertolkt door Seth Rogen, die in het echt ook Will Reiser heeft bijgestaan tijdens zijn ziekte. Rogen, die eigenlijk altijd hetzelfde personage (zichzelf?) speelt, is nu juist in deze film de goede persoon.
De titel 50/50 verwijst naar de overlevingskans van Adam. Kyle weet hem op te beuren met het feit dat dit in een casino een prima kans is waarop je kunt inzetten. De film behandelt de ziekte met beleid en is voorzichtig met de grappen. Er valt vooralsnog niet veel te lachen, want het feit blijft dat kanker een uiterst gevoelig onderwerp is. Dit feit leunt dan ook zwaar op de plot en de kijker wordt de morele kwestie voorgehouden of het nu verstandig is om te lachen om de grappig bedoelde situaties in de film. Zo is de eerste scene met de nog niet afgestudeerde psychologe Katherine, gespeeld door Anna Kendrick die een goede indruk achterliet in het uitstekende Up in the Air, heel ongemakkelijk om te zien. De ongemakkelijkheid van Katherine als beginnend psychologe, die tevens elke regel in haar beroep overtreedt, voelt ongepast in het eerste bedrijf van een film over kanker. Het is ook jammer dat het meteen duidelijk wordt dat zij het nieuwe liefje van Adam gaat worden en vervolgens nog meer over de schreef zal gaan. Het personage Rachael (Bryce Dallas Howard) is nog eendimensionaler als de overspelige, manipulerende vriendin van Adam.
De film heeft twee sterke bijrollen. Anjelica Huston, het meest bekend als Morticia uit The Addams Family, speelt een geweldige rol als de moeder van Adam en weet hier meer diepte aan haar personage te geven dan waarschijnlijk in het script stond. Philip Baker Hall is een van de kankerpatiënten die Adam ontmoet tijdens de chemotherapie en de oude rot hoeft eigenlijk weinig zijn best te doen om te overtuigen. Wanneer Adam zijn vorm van kanker aan hem vertelt – een enorm lange naam voor rugkanker – zegt hij droogjes: "Hoe meer lettergrepen, hoe erger het is."
De ongemakkelijkheid die eerst zo zwaar op de film leunt wordt naarmate de film vordert minder. Dit komt vooral doordat Adam wordt opgebeurd door zijn vriend Kyle en ook lol kan hebben, ondanks dat hij ziek is. De serieuze Adam wordt wat losser en komt erachter dat je toch best wel wat vrouwen kan versieren met een kale kop. Maar hij komt ook tot de pijnlijke conclusie dat hij nog niet zo heel veel met zijn leven gedaan heeft. Het laatste bedrijf van de film leunt meer naar drama wanneer Adam te horen krijgt dat de chemotherapie niet aanslaat. Dit is het sterkste moment van de film en Gordon-Levitt laat zien dat hij uitstekend kan acteren. Het moment voordat hij onder narcose wordt gebracht voor een alles-of-niets-operatie is aangrijpend.
50/50 is een persoonlijke film voor Will Reiser, die op aansporen van Seth Rogen het script heeft geschreven. Een noodzakelijke film om de gebeurtenissen te verwerken en een goede, maar met vlagen onevenwichtige film voor de kijker. De humor is goed bedoeld, maar komt vooral in het begin niet goed uit de verf. De verhouding 50/50 voor humor en drama is misschien geen goede beslissing geweest en had iets meer van het een of het ander moeten hebben. Dit was de levensverwachting van de film waarschijnlijk ten goede gekomen.
De titel 50/50 verwijst naar de overlevingskans van Adam. Kyle weet hem op te beuren met het feit dat dit in een casino een prima kans is waarop je kunt inzetten. De film behandelt de ziekte met beleid en is voorzichtig met de grappen. Er valt vooralsnog niet veel te lachen, want het feit blijft dat kanker een uiterst gevoelig onderwerp is. Dit feit leunt dan ook zwaar op de plot en de kijker wordt de morele kwestie voorgehouden of het nu verstandig is om te lachen om de grappig bedoelde situaties in de film. Zo is de eerste scene met de nog niet afgestudeerde psychologe Katherine, gespeeld door Anna Kendrick die een goede indruk achterliet in het uitstekende Up in the Air, heel ongemakkelijk om te zien. De ongemakkelijkheid van Katherine als beginnend psychologe, die tevens elke regel in haar beroep overtreedt, voelt ongepast in het eerste bedrijf van een film over kanker. Het is ook jammer dat het meteen duidelijk wordt dat zij het nieuwe liefje van Adam gaat worden en vervolgens nog meer over de schreef zal gaan. Het personage Rachael (Bryce Dallas Howard) is nog eendimensionaler als de overspelige, manipulerende vriendin van Adam.
De film heeft twee sterke bijrollen. Anjelica Huston, het meest bekend als Morticia uit The Addams Family, speelt een geweldige rol als de moeder van Adam en weet hier meer diepte aan haar personage te geven dan waarschijnlijk in het script stond. Philip Baker Hall is een van de kankerpatiënten die Adam ontmoet tijdens de chemotherapie en de oude rot hoeft eigenlijk weinig zijn best te doen om te overtuigen. Wanneer Adam zijn vorm van kanker aan hem vertelt – een enorm lange naam voor rugkanker – zegt hij droogjes: "Hoe meer lettergrepen, hoe erger het is."
De ongemakkelijkheid die eerst zo zwaar op de film leunt wordt naarmate de film vordert minder. Dit komt vooral doordat Adam wordt opgebeurd door zijn vriend Kyle en ook lol kan hebben, ondanks dat hij ziek is. De serieuze Adam wordt wat losser en komt erachter dat je toch best wel wat vrouwen kan versieren met een kale kop. Maar hij komt ook tot de pijnlijke conclusie dat hij nog niet zo heel veel met zijn leven gedaan heeft. Het laatste bedrijf van de film leunt meer naar drama wanneer Adam te horen krijgt dat de chemotherapie niet aanslaat. Dit is het sterkste moment van de film en Gordon-Levitt laat zien dat hij uitstekend kan acteren. Het moment voordat hij onder narcose wordt gebracht voor een alles-of-niets-operatie is aangrijpend.
50/50 is een persoonlijke film voor Will Reiser, die op aansporen van Seth Rogen het script heeft geschreven. Een noodzakelijke film om de gebeurtenissen te verwerken en een goede, maar met vlagen onevenwichtige film voor de kijker. De humor is goed bedoeld, maar komt vooral in het begin niet goed uit de verf. De verhouding 50/50 voor humor en drama is misschien geen goede beslissing geweest en had iets meer van het een of het ander moeten hebben. Dit was de levensverwachting van de film waarschijnlijk ten goede gekomen.
zondag 19 augustus 2012
The Cabin in the Woods (2011) - 6/10
Het horrorgenre kent nu al enige tientallen jaren een vast format: een handjevol jonge mensen gaat op vakantie in een afgelegen gebied en wordt daar een voor een afgeslacht door een willekeurig stel monsters, waarbij heel vaak het vrouwelijke personage het overleeft of in ieder geval het langst blijft leven. We hebben het hier dan over Amerikaanse horror, welteverstaan. The Cabin in the Woods gaat vrolijk aan de slag met dit overbekende gegeven en geeft er zijn eigen, komische draai aan. Nu is het niet voor het eerst dat het horrorgenre op de hak wordt genomen. Integendeel, dit wordt praktisch al gedaan sinds het ontstaan van het genre; (het gebrek aan) originaliteit is altijd de grootste vijand van het genre geweest. Het toevoegen van humor kan goed werken, zoals Sam Raimi's Evil Dead II of de meligheid van Tucker and Dale vs Evil. The Cabin zit hier een beetje tussenin. De makers kiezen voor droge humor, dus men hoeft gelukkig geen vermoeiende Scary Movie-achtige praktijken te verwachten.
De film heeft misschien wel de aller saaiste openingsscène uit de geschiedenis van de horrorfilm, waarbij we twee werknemers van een groot bedrijf bij de koffieautomaat zien lullen over keukenkastjes. De makers laten hun gevoel voor komische timing zien wanneer dan plots daarna heel groot en met veel lawaai de titel van de film in beeld komt, à la Funny Games. De toon is gezet en het is vanaf dan hopen dat dit op zijn minst wordt vastgehouden. Drew Goddard moet zich met deze film in de regisseursstoel nog bewijzen, maar Joss Whedon, schrijver van het script, heeft al naam gemaakt met de door fans geprezen serie Firefly (met de tenenkrommende vervolgfilm Serenity, die op IMDb naar onbegrijpelijke hoogtes is gestegen) en heeft recentelijk gigantisch succes geboekt met The Avengers. Thor-ster Chris Hemsworth is ook te zien in The Cabin, maar heeft hier vrij weinig materiaal om mee te werken. De rest van de cast is relatief onbekend, op een verrassende cameo van Sigourney Weaver na.
De plot is hetzelfde als honderden andere: een stel stereotypes gaan naar een blokhut in de bossen – compleet met de stop bij een benzinestation met enge eigenaar – om vervolgens ten prooi te vallen aan een stel zombies. Het kwaad is hier arbitrair, wanneer duidelijk wordt dat de werknemers uit de openingsscène voor een bedrijf werken die dit soort scenario's op poten zet, waarbij de slachtoffers ervoor 'kiezen' hoe zij aan hun einde komen. Hun interactie met verschillende objecten in de blokhut kan weer verschillende monsters oproepen. Het oplezen van een Latijns gedicht zorgt er in dit geval voor dat de ondode bewoners van de hut uit hun graf opstaan. Het bedrijf houdt alles met camera's in de gaten en zorgt ervoor dat alles precies volgens het format van een horrorfilm verloopt. Dit geeft de film een interessante invalshoek en blijft het onduidelijk waar de film uiteindelijk heen zal gaan, helemaal wanneer na een uur het normale format al is uitgespeeld en de werknemers een feestje bouwen rondom alweer een succesvol verloop, terwijl er nog ruim een half uur op de teller staat. Hierna worden alle remmen los gegooid en verliest de film zijn focus.
Je zou een leuk drankspel van de film kunnen maken: wie kan de meeste verwijzingen naar horrorfilms opnoemen? De makers hebben er vast plezier in gehad om zoveel mogelijk te refereren aan klassiekers, maar helaas wordt de film nooit heel grappig (of spannend!) en is nergens ingenieus. Het meest geslaagd is nog wel de kijk op de Japanse horrorfilm, waarbij een stel kleuters erin slaagt om de voor hen zo iconische vrouwelijke geest met de zwarte haren te verslaan en in een kikker op te sluiten. The Cabin in the Woods is een vermakelijke film met hier en daar een geslaagde grap, maar het ontstijgt nooit het genre van de horror, de persiflage, of de combinatie ervan. Alles wat we zien is al een keer eerder gedaan en de film wordt, ondanks een legio aan verwijzingen, nooit meer dan de som der delen.
De film heeft misschien wel de aller saaiste openingsscène uit de geschiedenis van de horrorfilm, waarbij we twee werknemers van een groot bedrijf bij de koffieautomaat zien lullen over keukenkastjes. De makers laten hun gevoel voor komische timing zien wanneer dan plots daarna heel groot en met veel lawaai de titel van de film in beeld komt, à la Funny Games. De toon is gezet en het is vanaf dan hopen dat dit op zijn minst wordt vastgehouden. Drew Goddard moet zich met deze film in de regisseursstoel nog bewijzen, maar Joss Whedon, schrijver van het script, heeft al naam gemaakt met de door fans geprezen serie Firefly (met de tenenkrommende vervolgfilm Serenity, die op IMDb naar onbegrijpelijke hoogtes is gestegen) en heeft recentelijk gigantisch succes geboekt met The Avengers. Thor-ster Chris Hemsworth is ook te zien in The Cabin, maar heeft hier vrij weinig materiaal om mee te werken. De rest van de cast is relatief onbekend, op een verrassende cameo van Sigourney Weaver na.
De plot is hetzelfde als honderden andere: een stel stereotypes gaan naar een blokhut in de bossen – compleet met de stop bij een benzinestation met enge eigenaar – om vervolgens ten prooi te vallen aan een stel zombies. Het kwaad is hier arbitrair, wanneer duidelijk wordt dat de werknemers uit de openingsscène voor een bedrijf werken die dit soort scenario's op poten zet, waarbij de slachtoffers ervoor 'kiezen' hoe zij aan hun einde komen. Hun interactie met verschillende objecten in de blokhut kan weer verschillende monsters oproepen. Het oplezen van een Latijns gedicht zorgt er in dit geval voor dat de ondode bewoners van de hut uit hun graf opstaan. Het bedrijf houdt alles met camera's in de gaten en zorgt ervoor dat alles precies volgens het format van een horrorfilm verloopt. Dit geeft de film een interessante invalshoek en blijft het onduidelijk waar de film uiteindelijk heen zal gaan, helemaal wanneer na een uur het normale format al is uitgespeeld en de werknemers een feestje bouwen rondom alweer een succesvol verloop, terwijl er nog ruim een half uur op de teller staat. Hierna worden alle remmen los gegooid en verliest de film zijn focus.
Je zou een leuk drankspel van de film kunnen maken: wie kan de meeste verwijzingen naar horrorfilms opnoemen? De makers hebben er vast plezier in gehad om zoveel mogelijk te refereren aan klassiekers, maar helaas wordt de film nooit heel grappig (of spannend!) en is nergens ingenieus. Het meest geslaagd is nog wel de kijk op de Japanse horrorfilm, waarbij een stel kleuters erin slaagt om de voor hen zo iconische vrouwelijke geest met de zwarte haren te verslaan en in een kikker op te sluiten. The Cabin in the Woods is een vermakelijke film met hier en daar een geslaagde grap, maar het ontstijgt nooit het genre van de horror, de persiflage, of de combinatie ervan. Alles wat we zien is al een keer eerder gedaan en de film wordt, ondanks een legio aan verwijzingen, nooit meer dan de som der delen.
zondag 22 juli 2012
The Dark Knight Rises (2012) – 8/10
Een nieuwe film van Christopher Nolan is niet zomaar iets. De man heeft sinds Memento alleen maar kwaliteit geleverd voor het mainstream publiek. Het is te hopen dat zijn volgende film niet aan zoveel tragiek is gekoppeld. Bij The Dark Knight was het de dood van Heath Ledger en nu, bij The Dark Knight Rises, is het publiek slachtoffer geworden van "The Joker", zoals de dader zichzelf noemt. Veel aandacht in de pers gaat naar de gebeurtenis rondom de nieuwste Batmanfilm, terwijl de film zelf zich prima kan meten met de voorganger. Dit is een film met de kwaliteit die we van Nolan mogen verwachten.
The Dark Knight Rises speelt zich acht jaar na het vorige verhaal af. Bruce Wayne (Christian Bale) heeft zijn dubbelleven als Batman opgegeven en leidt nu het leven van een kluizenaar. Maar hij moet zijn pak weer afstoffen, want er is een nieuwe schurk in aantocht: Bane (Tom Hardy). Hij is van een ander kaliber dan The Joker. Hij stond voor chaos en zijn doelen waren onduidelijk. Bane is een intelligente terrorist die Gotham City wil vernietigen. Tom Hardy zet een ontzettend knappe prestatie neer van een schurk die fysiek angstaanjagend is en intimiderend intellectueel is. Aangezien Bane gemaskerd is, zit het meeste acteerwerk in de ogen en de lichaamstaal. Niet alleen Hardy, die ruim 13 kilo aankwam, maar ook de regie is te prijzen, omdat Bane overkomt alsof hij Batman zo in tweeën kan breken, terwijl de fysiek sterke Bale toch vijf centimeter groter is dan Hardy. De rol van schurk is Hardy wel gegeven. In de mini-serie The Take liet hij al zien dat hij een complexe psychopaat kan spelen. Een acteur om in de gaten te houden, dus.
Naast Bane wordt er nog een personage uit de canon geïntroduceerd: Catwoman (Anne Hathaway). Door Michelle Pfeiffer werd zij in Batman Returns als katachtig neergezet, terwijl Hathaway in deze film niet veel ome mee te werken krijgt. Het personage voelt niet helemaal af en heeft geen duidelijke plaats in het verhaal. Rasacteurs Gary Oldman, Morgan Freeman en Michael Caine keren wederom terug in dit deel en vooral de laatstgenoemde weet mooi diepte te geven aan de butler Alfred. Dan is er nog het personage van de zakenvrouw Miranda, gespeeld door een wat twijfelachtige Marion Cotillard, die later een grotere rol in het verhaal heeft dan ze doet vermoeden. Nolan heeft na zijn meesterwerk Inception naast Hardy, Caine en Cotillard nog een acteur teruggevraagd om in zijn nieuwste film te spelen: Joseph Gordon-Levitt in de rol van Blake, een snuggere agent die opklimt tot rechercheur en Batman helpt met het stoppen van Bane.
De film kent ook nu weer een karrenvracht aan personages. Het is Nolan goed gelukt om ze allemaal een plaats te geven, maar hij weet ze niet altijd even goed uit te werken. De vrouwelijke rollen trekken hierbij aan het kortste eind. Dit zijn echter maar een aantal minpuntjes van een verder uitstekende film die je aandacht de volle 164 minuten weet vast te houden. Dit voelt als een waardig, episch slot van een trilogie waarbij het bestaan van Gotham City nu echt geloofwaardig aan een zijden draadje hangt. De wereld van Nolan's Batman is een grauwe, realistische wereld die de kijker ook daadwerkelijk engageert, een gegeven dat in veel films over superhelden voor lief wordt genomen. Nolan had natuurlijk een gigantisch budget om mee te werken, maar hij weet hier uitstekend gebruik van te maken. Het gebruik van CGI in deze film is subtiel en de actiescènes zijn bijzonder knap in beeld gebracht. Een film als deze heeft geen (negatieve) publiciteit eromheen nodig; de film staat prima op zichzelf en is een genot om te zien, ook voor kijkers die niet zo van superhelden houden (onder wie ondergetekende). Kijken in de bios, dus, in prachtig 2D.
The Dark Knight Rises speelt zich acht jaar na het vorige verhaal af. Bruce Wayne (Christian Bale) heeft zijn dubbelleven als Batman opgegeven en leidt nu het leven van een kluizenaar. Maar hij moet zijn pak weer afstoffen, want er is een nieuwe schurk in aantocht: Bane (Tom Hardy). Hij is van een ander kaliber dan The Joker. Hij stond voor chaos en zijn doelen waren onduidelijk. Bane is een intelligente terrorist die Gotham City wil vernietigen. Tom Hardy zet een ontzettend knappe prestatie neer van een schurk die fysiek angstaanjagend is en intimiderend intellectueel is. Aangezien Bane gemaskerd is, zit het meeste acteerwerk in de ogen en de lichaamstaal. Niet alleen Hardy, die ruim 13 kilo aankwam, maar ook de regie is te prijzen, omdat Bane overkomt alsof hij Batman zo in tweeën kan breken, terwijl de fysiek sterke Bale toch vijf centimeter groter is dan Hardy. De rol van schurk is Hardy wel gegeven. In de mini-serie The Take liet hij al zien dat hij een complexe psychopaat kan spelen. Een acteur om in de gaten te houden, dus.
Naast Bane wordt er nog een personage uit de canon geïntroduceerd: Catwoman (Anne Hathaway). Door Michelle Pfeiffer werd zij in Batman Returns als katachtig neergezet, terwijl Hathaway in deze film niet veel ome mee te werken krijgt. Het personage voelt niet helemaal af en heeft geen duidelijke plaats in het verhaal. Rasacteurs Gary Oldman, Morgan Freeman en Michael Caine keren wederom terug in dit deel en vooral de laatstgenoemde weet mooi diepte te geven aan de butler Alfred. Dan is er nog het personage van de zakenvrouw Miranda, gespeeld door een wat twijfelachtige Marion Cotillard, die later een grotere rol in het verhaal heeft dan ze doet vermoeden. Nolan heeft na zijn meesterwerk Inception naast Hardy, Caine en Cotillard nog een acteur teruggevraagd om in zijn nieuwste film te spelen: Joseph Gordon-Levitt in de rol van Blake, een snuggere agent die opklimt tot rechercheur en Batman helpt met het stoppen van Bane.
De film kent ook nu weer een karrenvracht aan personages. Het is Nolan goed gelukt om ze allemaal een plaats te geven, maar hij weet ze niet altijd even goed uit te werken. De vrouwelijke rollen trekken hierbij aan het kortste eind. Dit zijn echter maar een aantal minpuntjes van een verder uitstekende film die je aandacht de volle 164 minuten weet vast te houden. Dit voelt als een waardig, episch slot van een trilogie waarbij het bestaan van Gotham City nu echt geloofwaardig aan een zijden draadje hangt. De wereld van Nolan's Batman is een grauwe, realistische wereld die de kijker ook daadwerkelijk engageert, een gegeven dat in veel films over superhelden voor lief wordt genomen. Nolan had natuurlijk een gigantisch budget om mee te werken, maar hij weet hier uitstekend gebruik van te maken. Het gebruik van CGI in deze film is subtiel en de actiescènes zijn bijzonder knap in beeld gebracht. Een film als deze heeft geen (negatieve) publiciteit eromheen nodig; de film staat prima op zichzelf en is een genot om te zien, ook voor kijkers die niet zo van superhelden houden (onder wie ondergetekende). Kijken in de bios, dus, in prachtig 2D.
donderdag 19 juli 2012
Chronicle (2012) – 6.5/10
Sinds The Blair Witch Project in 1999 het found footage subgenre populair heeft gemaakt, hebben verschillende filmmakers geprobeerd dit te imiteren. Sommigen hebben dit overtroffen ([Rec] en Cloverfield) en sommigen sloegen compleet de plank mis (Diary of the Dead). Het genre is vandaag de dag natuurlijk heel relevant, aangezien iedereen tegenwoordig met een simpele camera een video kan maken en die over het internet kan verspreiden. Maar kennen we het trucje onderhand niet? Het publiek laat zich niet zo snel meer bedonderen. Gelukkig is dit voor deze film niet van toepassing, want al vrij snel worden de (vrij knappe) special effects van stal gehaald en is de twijfel over het gevonden beeldmateriaal al gauw van de baan.
Chronicle, het filmdebuut van Josh Trank, introduceert de tiener Andrew (Dane DeHaan), die een nieuwe (vrij dure) camera heeft gekocht. Hij neemt het ding overal mee naartoe en hij neemt alles op. Dit is het materiaal wat de kijker te zien krijgt, evenals het materiaal van allerlei andere camera's. Andrew is een verlegen en geïsoleerde jongen die alleen contact heeft met zijn neef Matt (Alex Russell) en gemeenschappelijke vriend Steve (Michael B. Jordan). Zijn moeder ligt op sterven en zijn vader zuipt de hele dag en heeft losse handjes. Geen prettige omgeving voor een jongen van die leeftijd. Tijdens een feestje ontdekken de drie jongens buiten ergens een diep gat in de grond. Ze besluiten in het gat te gaan en daar komen ze een object tegen dat een buitenaardse oorsprong lijkt te hebben. Het object reageert hevig op de jongens en dan wordt het beeld zwart. In de scène die daar meteen op volgt zien we de drie vrienden een balletje overgooien in de achtertuin. Maar wat blijkt? Ze hebben sinds hun ondergrondse avontuur telekinetische krachten. Ze kunnen elk object op afstand beïnvloeden. Ze kunnen zichzelf dus ook laten vliegen.
De jongens hebben ontzettende lol in het gebruiken van hun krachten en ze houden de lokale bevolking ook voortdurend voor de gek met hun streken. Dit is ontzettend leuk om te zien, mede doordat de special effects dik in orde zijn. Dit gaat een tijdje zo door en ze merken dat ze steeds krachtiger worden. Matt, de filosoof van het stel, vindt dat ze hun krachten met beleid moeten gebruiken en ze stellen een aantal regels op: gebruik de krachten nooit in het openbaar, op levende wezens en uit woede. Tot nu toe heeft de film geen duidelijk plot en hebben we alleen de drie jongens gevolgd die pret hebben met hun superkrachten (wie zou dit niet hebben?). De problemen die ontstaan zijn niet van externe aard, zoals je misschien zou verwachten (aliens, regering, etc.), maar komen direct voort uit de krachten die ze hebben gekregen. Alles gaat nog goed totdat ze op een dag op de snelweg rijden en een auto achter hen vervelend gaat doen. Andrew gebruikt zijn krachten om de auto van de weg af te duwen en de bestuurder overleeft nog maar net het ongeluk. Door dit voorval ontstaan er conflicten binnen de groep. Matt en Steve hebben vrij stabiele levens, maar sinds Andrew krachten heeft, voelt hij zich speciaal, iets wat hij tot dan toe nog nooit gevoeld heeft. Met zijn krachten heeft hij nu een uitlaatklep voor zijn frustraties. Hij laat dit volledig uit de hand lopen wat resulteert in de dood van een van de vrienden.
Het sterke punt van de film is dat niet het hoe en waarom van de krachten centraal staat, maar het effect van de krachten op de personages, en dan vooral op Andrew. Ook hebben de filmmakers goed nagedacht over hoe een tiener zou reageren op het feit dat hij opeens superkrachten heeft. De speelse scènes komen natuurgetrouw over. De vraag die bij elke found footage film rijst is: Waarom blijven ze doorfilmen? Zelfs in levensbedreigende situaties blijven de personages doorgaan met het vastleggen van de gebeurtenissen. De vraag blijft wel bestaan of de film hetzelfde effect zou hebben wanneer hij traditioneel opgenomen zou zijn. Op deze manier zou er wel meer aandacht besteed kunnen worden aan de relatie van Andrew met zijn ouders, die nu overkomen als twee eendimensionale personages, waarbij de moeder alleen ziek in een bed ligt en de vader een stereotype dronkaard is. De film is niet in balans wanneer het aankomt op de vertelling. De uitspanningen van Andrew lijken nu niet gegrond en het resultaat van slechts enkele hints die we hebben gekregen over zijn thuissituatie. De film blijft vooral in de eerste helft te lang zonder plot zitten, waardoor de tweede helft te gehaast overkomt. Uiteindelijk wordt Andrew een duister personage dat niet meer gered kan worden en verslagen moet worden. Hierbij vervalt de film alsnog in idioom van goed en kwaad. Dit is jammer, aangezien dat aan het begin van de film nog ambigu was.
Chronicle geeft een leuke draai aan het gegeven superkrachten en het found footage genre, maar leunt op het eind te veel op clichés waardoor je geen sympathie meer hebt voor Andrew. Ondanks dat is aan alles te zien dat de makers ontzettend veel plezier hebben gehad aan het maken van deze film. Sinds X-Men: First Class is dit de meest verfrissende kijk op tieners en hun superkrachten.
Chronicle, het filmdebuut van Josh Trank, introduceert de tiener Andrew (Dane DeHaan), die een nieuwe (vrij dure) camera heeft gekocht. Hij neemt het ding overal mee naartoe en hij neemt alles op. Dit is het materiaal wat de kijker te zien krijgt, evenals het materiaal van allerlei andere camera's. Andrew is een verlegen en geïsoleerde jongen die alleen contact heeft met zijn neef Matt (Alex Russell) en gemeenschappelijke vriend Steve (Michael B. Jordan). Zijn moeder ligt op sterven en zijn vader zuipt de hele dag en heeft losse handjes. Geen prettige omgeving voor een jongen van die leeftijd. Tijdens een feestje ontdekken de drie jongens buiten ergens een diep gat in de grond. Ze besluiten in het gat te gaan en daar komen ze een object tegen dat een buitenaardse oorsprong lijkt te hebben. Het object reageert hevig op de jongens en dan wordt het beeld zwart. In de scène die daar meteen op volgt zien we de drie vrienden een balletje overgooien in de achtertuin. Maar wat blijkt? Ze hebben sinds hun ondergrondse avontuur telekinetische krachten. Ze kunnen elk object op afstand beïnvloeden. Ze kunnen zichzelf dus ook laten vliegen.
De jongens hebben ontzettende lol in het gebruiken van hun krachten en ze houden de lokale bevolking ook voortdurend voor de gek met hun streken. Dit is ontzettend leuk om te zien, mede doordat de special effects dik in orde zijn. Dit gaat een tijdje zo door en ze merken dat ze steeds krachtiger worden. Matt, de filosoof van het stel, vindt dat ze hun krachten met beleid moeten gebruiken en ze stellen een aantal regels op: gebruik de krachten nooit in het openbaar, op levende wezens en uit woede. Tot nu toe heeft de film geen duidelijk plot en hebben we alleen de drie jongens gevolgd die pret hebben met hun superkrachten (wie zou dit niet hebben?). De problemen die ontstaan zijn niet van externe aard, zoals je misschien zou verwachten (aliens, regering, etc.), maar komen direct voort uit de krachten die ze hebben gekregen. Alles gaat nog goed totdat ze op een dag op de snelweg rijden en een auto achter hen vervelend gaat doen. Andrew gebruikt zijn krachten om de auto van de weg af te duwen en de bestuurder overleeft nog maar net het ongeluk. Door dit voorval ontstaan er conflicten binnen de groep. Matt en Steve hebben vrij stabiele levens, maar sinds Andrew krachten heeft, voelt hij zich speciaal, iets wat hij tot dan toe nog nooit gevoeld heeft. Met zijn krachten heeft hij nu een uitlaatklep voor zijn frustraties. Hij laat dit volledig uit de hand lopen wat resulteert in de dood van een van de vrienden.
Het sterke punt van de film is dat niet het hoe en waarom van de krachten centraal staat, maar het effect van de krachten op de personages, en dan vooral op Andrew. Ook hebben de filmmakers goed nagedacht over hoe een tiener zou reageren op het feit dat hij opeens superkrachten heeft. De speelse scènes komen natuurgetrouw over. De vraag die bij elke found footage film rijst is: Waarom blijven ze doorfilmen? Zelfs in levensbedreigende situaties blijven de personages doorgaan met het vastleggen van de gebeurtenissen. De vraag blijft wel bestaan of de film hetzelfde effect zou hebben wanneer hij traditioneel opgenomen zou zijn. Op deze manier zou er wel meer aandacht besteed kunnen worden aan de relatie van Andrew met zijn ouders, die nu overkomen als twee eendimensionale personages, waarbij de moeder alleen ziek in een bed ligt en de vader een stereotype dronkaard is. De film is niet in balans wanneer het aankomt op de vertelling. De uitspanningen van Andrew lijken nu niet gegrond en het resultaat van slechts enkele hints die we hebben gekregen over zijn thuissituatie. De film blijft vooral in de eerste helft te lang zonder plot zitten, waardoor de tweede helft te gehaast overkomt. Uiteindelijk wordt Andrew een duister personage dat niet meer gered kan worden en verslagen moet worden. Hierbij vervalt de film alsnog in idioom van goed en kwaad. Dit is jammer, aangezien dat aan het begin van de film nog ambigu was.
Chronicle geeft een leuke draai aan het gegeven superkrachten en het found footage genre, maar leunt op het eind te veel op clichés waardoor je geen sympathie meer hebt voor Andrew. Ondanks dat is aan alles te zien dat de makers ontzettend veel plezier hebben gehad aan het maken van deze film. Sinds X-Men: First Class is dit de meest verfrissende kijk op tieners en hun superkrachten.
woensdag 18 juli 2012
Man on a Ledge (2012) – 2/10
Man on a Ledge, het speelfilmdebuut van Asger Leth, gaat over een man op een richel. Een titel die net zo goed de lading dekt als Snakes on a Plane. De man is Nick Cassidy, gespeeld door Sam Worthington, een van de saaiste acteurs van dit moment. Cassidy staat binnen vijf minuten al op de richel van een hotel, dus die belofte is alvast ingelost. Behelst de film nog meer? Buiten dat de scènes aan de buitenkant van het gebouw geloofwaardig zijn opgenomen – en ik met mijn hoogtevrees al klamme handjes krijg – niet veel. Vooruit, Cassidy is een ex-cop die onterecht is veroordeeld voor een diamantroof van een rijke zakenman (Ed Harris). Hij wil zijn onschuld bewijzen door nu wel de diamant te stelen (!) en New York (en natuurlijk daarmee de rest van de wereld) te laten zien dat zakenman Englander (raad eens waar zijn oorsprong ligt) de diamant al die tijd in zijn kluis heeft gehad. Cassidy staat op de richel om de aandacht naar hem te verplaatsen terwijl zijn broer Joey (Jamie Bell) en diens vriendin het complex van Englander infiltreren.
Cassidy vraagt om specifiek één rechercheur die hem moet gaan helpen (dit is er een uit de grabbelton der clichés). Deze rechercheur is Lydia Mercer (Elizabeth Banks), die een domper in haar carrière heeft te verwerken (ze slikt medicijnen en slaapt tot het middaguur!) omdat ze een vorige zelfmoordenaar niet van die Brooklyn Bridge af heeft kunnen praten. Het wordt al gauw duidelijk dat Cassidy zichzelf niet van kant wil maken en de rechercheurs (onder wie nog een Edward Burns in een nietszeggende rol) achterhalen de identiteit van Cassidy al vrij vroeg. Uiteraard wordt ook Englander hiervan op de hoogte gebracht. Het is onbegrijpelijk dat de beveiliging nu niet extra de kluis gaat bewaken. Dit geeft Joey en zijn vriendinnetje natuurlijk de kans om middels slimme trucjes de camera's en hittesensoren te ontwijken. De plot is één grote gatenkaas. Zo wordt er verteld dat Englander corrupte agenten gebruikt om zijn smerige klusjes op te knappen. Zou de rechercheur, die in het begin van de film bewijsmateriaal verbrandt, er iets mee te maken hebben? Dan is er nog de kamerdienaar, die puur door het feit dat hij gespeeld wordt door William Sadler wel iets met de plot te maken moet hebben. Sadler speelt normaal de slechterik, maar hoort dit keer bij de goeien.
De film verloopt precies volgens het boekje en kleurt netjes binnen de lijntjes. De inspiratie is dan ook ver te zoeken. De dialogen zijn een lachertje en ze draaien allemaal hetzelfde, alsof ze alleen in een wereld bestaan van mensen die van gebouwen afspringen en diamanten stelen. Zo laat Englander in een bijeenkomst zijn zakenpartners weten dat ze hem geen tweede keer zijn diamant stelen (gna gna gna!). Toegegeven, het is wel leuk om Ed Harris weer eens te zien spelen. De rol van een schurk kun je aan hem wel overlaten, zoals hij dat voor het laatst overtuigend deed in A History of Violence. Het einde van de film doet je de wenkbrauwen fronsen. Als je met een inbraak kunt bewijzen dat je onschuldig bent, dan word je daar verder niet meer voor veroordeeld. Weer wat geleerd.
Cassidy vraagt om specifiek één rechercheur die hem moet gaan helpen (dit is er een uit de grabbelton der clichés). Deze rechercheur is Lydia Mercer (Elizabeth Banks), die een domper in haar carrière heeft te verwerken (ze slikt medicijnen en slaapt tot het middaguur!) omdat ze een vorige zelfmoordenaar niet van die Brooklyn Bridge af heeft kunnen praten. Het wordt al gauw duidelijk dat Cassidy zichzelf niet van kant wil maken en de rechercheurs (onder wie nog een Edward Burns in een nietszeggende rol) achterhalen de identiteit van Cassidy al vrij vroeg. Uiteraard wordt ook Englander hiervan op de hoogte gebracht. Het is onbegrijpelijk dat de beveiliging nu niet extra de kluis gaat bewaken. Dit geeft Joey en zijn vriendinnetje natuurlijk de kans om middels slimme trucjes de camera's en hittesensoren te ontwijken. De plot is één grote gatenkaas. Zo wordt er verteld dat Englander corrupte agenten gebruikt om zijn smerige klusjes op te knappen. Zou de rechercheur, die in het begin van de film bewijsmateriaal verbrandt, er iets mee te maken hebben? Dan is er nog de kamerdienaar, die puur door het feit dat hij gespeeld wordt door William Sadler wel iets met de plot te maken moet hebben. Sadler speelt normaal de slechterik, maar hoort dit keer bij de goeien.
De film verloopt precies volgens het boekje en kleurt netjes binnen de lijntjes. De inspiratie is dan ook ver te zoeken. De dialogen zijn een lachertje en ze draaien allemaal hetzelfde, alsof ze alleen in een wereld bestaan van mensen die van gebouwen afspringen en diamanten stelen. Zo laat Englander in een bijeenkomst zijn zakenpartners weten dat ze hem geen tweede keer zijn diamant stelen (gna gna gna!). Toegegeven, het is wel leuk om Ed Harris weer eens te zien spelen. De rol van een schurk kun je aan hem wel overlaten, zoals hij dat voor het laatst overtuigend deed in A History of Violence. Het einde van de film doet je de wenkbrauwen fronsen. Als je met een inbraak kunt bewijzen dat je onschuldig bent, dan word je daar verder niet meer voor veroordeeld. Weer wat geleerd.
dinsdag 17 juli 2012
Papillion (1973) – 8/10
Papillion is gebaseerd op de bestseller van Henri Charrière, de man die naar eigen zeggen onterecht werd veroordeeld voor de moord op een pooier en jarenlang gevangen zat in Frans-Guyana, een Frans overzees departement dat grenst aan Suriname en Brazilië. Tijdens zijn gevangenschap heeft hij meerdere malen geprobeerd te ontsnappen, dat resulteerde in een langere straf. De gebeurtenissen in gelijknamige "autobiografie" kunnen gerust met een korreltje zout worden genomen, maar ze zijn interessant materiaal om er een film over te maken. Charrière was zelf ook betrokken bij het maken van de film. De regie was in handen van Franklin J. Schaffner, die daarvoor verantwoordelijk was voor Planet of the Apes en Patton en na Papillion nog The Boys from Brazil zou maken. Steve McQueen speelt Charrière, die de bijnaam Papillion draagt, wegens de getatoeëerde vlinder op zijn borst. Dustin Hoffman is zijn tegenspeler en hij vertolkt de rol van Louis Dega, een valsemunter met wie hij in gevangenschap bevriend raakt. De twee sluiten al vrij vroeg een verbond waarbij Dega geld verschaft voor het omkopen van het gevangenispersoneel in ruil voor bescherming door Papillion.
Met McQueen en Hoffman heeft de film twee bijzonder sterke acteurs. McQueen zet een sterke Papillion neer die ondanks de onmenselijke toestanden in de gevangenis niet klein te krijgen is. De scènes waarin hij twee jaar lang in een isoleercel zit wegens een gefaalde ontsnappingspoging zijn claustrofobisch en het vereist een goed acteur om de geestelijke en lichamelijke marteling geloofwaardig neer te zetten. Dit is overigens een van de sterkste sequensen in de film met twee mooi geregisseerde droomscènes. Wanneer de twee jaar voorbij zijn is Papillion gesloopt, maar wanneer hij weer opknapt plant hij met Dega alweer een nieuwe ontsnappingspoging. Ontsnappen is vrijwel onmogelijk zonder geld, waarvan je middels goede contacten aan een boot kunt komen. De tweede poging brengt hem verder en hij brengt enige tijd door met een stam, wat mooie maar vrij idyllische scènes oplevert. Hij wordt later door een stel nonnen verraden aan de Franse autoriteiten en is hij weer terug bij af. Vijf jaar isolatie dit keer waarna hij naar een eilandje wordt gestuurd om daar zijn laatste jaren te slijten in een hutje. Daar komt hij Dega weer tegen die inmiddels van het padje af is en tegen zijn varkens praat. Papillion is oud en grijs, maar nog steeds vastberaden om te ontsnappen en als vrij man te leven. Hij maakt een vlot en springt van de rotsen af, de oceaan in en laat zich door de stroming meevoeren naar Venezuela. Hij heeft de laatste jaren van zijn leven daar als vrij man geleefd.
Papillion is het verhaal van een echte doorzetter. Een man die ondanks alles een doel voor ogen heeft en zijn leven vrij wil leven. Zoals in een van zijn dromen duidelijk wordt is zijn ergste misdaad een vergooid leven. Hij doet er alles aan om te ontsnappen en om iets van zijn leven te maken, in tegenstelling tot Dega die zich al vrij snel heeft neergelegd bij zijn gevangenschap. De film is qua opzet eenvoudig, maar weet toch de volle tweeënhalf uur te boeien. Dit komt door de twee sterke prestaties van McQueen en Hoffman en de variatie aan locaties waar het verhaal zich afspeelt. Het is boeiend om iemand een schijnbaar onmogelijke taak te zien uitvoeren. Mensen zijn altijd geïntrigeerd door gevangenissen en het ontsnappen hieruit. Escape from Alcatraz is hier nog zo'n mooi voorbeeld van. De beste film aller tijden volgens de bezoekers van IMDb is tevens een gevangenisfilm.
De film komt uit 1973 maar kent weinig tekenen van ouderdom. Het is nu nog steeds een mooie film om te zien door de goede cinematografie en sterke acteerprestaties. Sterker nog, de film kent een scène met een krokodil en de acteurs McQueen en Hoffman die hier wel heel dichtbij komen. Een scène die vandaag de dag niet op deze manier, zonder special effects en snelle montage, geschoten zou worden. Papillion is een solide avonturenfilm en een inspirerend personage.
Met McQueen en Hoffman heeft de film twee bijzonder sterke acteurs. McQueen zet een sterke Papillion neer die ondanks de onmenselijke toestanden in de gevangenis niet klein te krijgen is. De scènes waarin hij twee jaar lang in een isoleercel zit wegens een gefaalde ontsnappingspoging zijn claustrofobisch en het vereist een goed acteur om de geestelijke en lichamelijke marteling geloofwaardig neer te zetten. Dit is overigens een van de sterkste sequensen in de film met twee mooi geregisseerde droomscènes. Wanneer de twee jaar voorbij zijn is Papillion gesloopt, maar wanneer hij weer opknapt plant hij met Dega alweer een nieuwe ontsnappingspoging. Ontsnappen is vrijwel onmogelijk zonder geld, waarvan je middels goede contacten aan een boot kunt komen. De tweede poging brengt hem verder en hij brengt enige tijd door met een stam, wat mooie maar vrij idyllische scènes oplevert. Hij wordt later door een stel nonnen verraden aan de Franse autoriteiten en is hij weer terug bij af. Vijf jaar isolatie dit keer waarna hij naar een eilandje wordt gestuurd om daar zijn laatste jaren te slijten in een hutje. Daar komt hij Dega weer tegen die inmiddels van het padje af is en tegen zijn varkens praat. Papillion is oud en grijs, maar nog steeds vastberaden om te ontsnappen en als vrij man te leven. Hij maakt een vlot en springt van de rotsen af, de oceaan in en laat zich door de stroming meevoeren naar Venezuela. Hij heeft de laatste jaren van zijn leven daar als vrij man geleefd.
Papillion is het verhaal van een echte doorzetter. Een man die ondanks alles een doel voor ogen heeft en zijn leven vrij wil leven. Zoals in een van zijn dromen duidelijk wordt is zijn ergste misdaad een vergooid leven. Hij doet er alles aan om te ontsnappen en om iets van zijn leven te maken, in tegenstelling tot Dega die zich al vrij snel heeft neergelegd bij zijn gevangenschap. De film is qua opzet eenvoudig, maar weet toch de volle tweeënhalf uur te boeien. Dit komt door de twee sterke prestaties van McQueen en Hoffman en de variatie aan locaties waar het verhaal zich afspeelt. Het is boeiend om iemand een schijnbaar onmogelijke taak te zien uitvoeren. Mensen zijn altijd geïntrigeerd door gevangenissen en het ontsnappen hieruit. Escape from Alcatraz is hier nog zo'n mooi voorbeeld van. De beste film aller tijden volgens de bezoekers van IMDb is tevens een gevangenisfilm.
De film komt uit 1973 maar kent weinig tekenen van ouderdom. Het is nu nog steeds een mooie film om te zien door de goede cinematografie en sterke acteerprestaties. Sterker nog, de film kent een scène met een krokodil en de acteurs McQueen en Hoffman die hier wel heel dichtbij komen. Een scène die vandaag de dag niet op deze manier, zonder special effects en snelle montage, geschoten zou worden. Papillion is een solide avonturenfilm en een inspirerend personage.
Abonneren op:
Posts (Atom)




















