Jonathan Levine, die in 2006 debuteerde met de prima slasher All the Boys Love Mandy Lane, staat aan het roer bij de op waarheid gebaseerde film 50/50. Een lastige positie, aangezien de hoofdpersoon een 27-jarige kankerpatiënt is; zie hier maar eens een evenwichtige film van te maken – wansmaak ligt al gauw op de loer. De schrijver van het script, Will Reiser, is de persoon waarop de film is gebaseerd. In de film heet hij Adam en wordt hij gespeeld door de indrukwekkende Joseph Gordon-Levitt, die in (500) Days of Summer al heeft laten zien dat hij goed past in een tragikomische film. De beste vriend van Adam, Kyle, wordt vertolkt door Seth Rogen, die in het echt ook Will Reiser heeft bijgestaan tijdens zijn ziekte. Rogen, die eigenlijk altijd hetzelfde personage (zichzelf?) speelt, is nu juist in deze film de goede persoon.
De titel 50/50 verwijst naar de overlevingskans van Adam. Kyle weet hem op te beuren met het feit dat dit in een casino een prima kans is waarop je kunt inzetten. De film behandelt de ziekte met beleid en is voorzichtig met de grappen. Er valt vooralsnog niet veel te lachen, want het feit blijft dat kanker een uiterst gevoelig onderwerp is. Dit feit leunt dan ook zwaar op de plot en de kijker wordt de morele kwestie voorgehouden of het nu verstandig is om te lachen om de grappig bedoelde situaties in de film. Zo is de eerste scene met de nog niet afgestudeerde psychologe Katherine, gespeeld door Anna Kendrick die een goede indruk achterliet in het uitstekende Up in the Air, heel ongemakkelijk om te zien. De ongemakkelijkheid van Katherine als beginnend psychologe, die tevens elke regel in haar beroep overtreedt, voelt ongepast in het eerste bedrijf van een film over kanker. Het is ook jammer dat het meteen duidelijk wordt dat zij het nieuwe liefje van Adam gaat worden en vervolgens nog meer over de schreef zal gaan. Het personage Rachael (Bryce Dallas Howard) is nog eendimensionaler als de overspelige, manipulerende vriendin van Adam.
De film heeft twee sterke bijrollen. Anjelica Huston, het meest bekend als Morticia uit The Addams Family, speelt een geweldige rol als de moeder van Adam en weet hier meer diepte aan haar personage te geven dan waarschijnlijk in het script stond. Philip Baker Hall is een van de kankerpatiënten die Adam ontmoet tijdens de chemotherapie en de oude rot hoeft eigenlijk weinig zijn best te doen om te overtuigen. Wanneer Adam zijn vorm van kanker aan hem vertelt – een enorm lange naam voor rugkanker – zegt hij droogjes: "Hoe meer lettergrepen, hoe erger het is."
De ongemakkelijkheid die eerst zo zwaar op de film leunt wordt naarmate de film vordert minder. Dit komt vooral doordat Adam wordt opgebeurd door zijn vriend Kyle en ook lol kan hebben, ondanks dat hij ziek is. De serieuze Adam wordt wat losser en komt erachter dat je toch best wel wat vrouwen kan versieren met een kale kop. Maar hij komt ook tot de pijnlijke conclusie dat hij nog niet zo heel veel met zijn leven gedaan heeft. Het laatste bedrijf van de film leunt meer naar drama wanneer Adam te horen krijgt dat de chemotherapie niet aanslaat. Dit is het sterkste moment van de film en Gordon-Levitt laat zien dat hij uitstekend kan acteren. Het moment voordat hij onder narcose wordt gebracht voor een alles-of-niets-operatie is aangrijpend.
50/50 is een persoonlijke film voor Will Reiser, die op aansporen van Seth Rogen het script heeft geschreven. Een noodzakelijke film om de gebeurtenissen te verwerken en een goede, maar met vlagen onevenwichtige film voor de kijker. De humor is goed bedoeld, maar komt vooral in het begin niet goed uit de verf. De verhouding 50/50 voor humor en drama is misschien geen goede beslissing geweest en had iets meer van het een of het ander moeten hebben. Dit was de levensverwachting van de film waarschijnlijk ten goede gekomen.
maandag 20 augustus 2012
zondag 19 augustus 2012
The Cabin in the Woods (2011) - 6/10
Het horrorgenre kent nu al enige tientallen jaren een vast format: een handjevol jonge mensen gaat op vakantie in een afgelegen gebied en wordt daar een voor een afgeslacht door een willekeurig stel monsters, waarbij heel vaak het vrouwelijke personage het overleeft of in ieder geval het langst blijft leven. We hebben het hier dan over Amerikaanse horror, welteverstaan. The Cabin in the Woods gaat vrolijk aan de slag met dit overbekende gegeven en geeft er zijn eigen, komische draai aan. Nu is het niet voor het eerst dat het horrorgenre op de hak wordt genomen. Integendeel, dit wordt praktisch al gedaan sinds het ontstaan van het genre; (het gebrek aan) originaliteit is altijd de grootste vijand van het genre geweest. Het toevoegen van humor kan goed werken, zoals Sam Raimi's Evil Dead II of de meligheid van Tucker and Dale vs Evil. The Cabin zit hier een beetje tussenin. De makers kiezen voor droge humor, dus men hoeft gelukkig geen vermoeiende Scary Movie-achtige praktijken te verwachten.
De film heeft misschien wel de aller saaiste openingsscène uit de geschiedenis van de horrorfilm, waarbij we twee werknemers van een groot bedrijf bij de koffieautomaat zien lullen over keukenkastjes. De makers laten hun gevoel voor komische timing zien wanneer dan plots daarna heel groot en met veel lawaai de titel van de film in beeld komt, à la Funny Games. De toon is gezet en het is vanaf dan hopen dat dit op zijn minst wordt vastgehouden. Drew Goddard moet zich met deze film in de regisseursstoel nog bewijzen, maar Joss Whedon, schrijver van het script, heeft al naam gemaakt met de door fans geprezen serie Firefly (met de tenenkrommende vervolgfilm Serenity, die op IMDb naar onbegrijpelijke hoogtes is gestegen) en heeft recentelijk gigantisch succes geboekt met The Avengers. Thor-ster Chris Hemsworth is ook te zien in The Cabin, maar heeft hier vrij weinig materiaal om mee te werken. De rest van de cast is relatief onbekend, op een verrassende cameo van Sigourney Weaver na.
De plot is hetzelfde als honderden andere: een stel stereotypes gaan naar een blokhut in de bossen – compleet met de stop bij een benzinestation met enge eigenaar – om vervolgens ten prooi te vallen aan een stel zombies. Het kwaad is hier arbitrair, wanneer duidelijk wordt dat de werknemers uit de openingsscène voor een bedrijf werken die dit soort scenario's op poten zet, waarbij de slachtoffers ervoor 'kiezen' hoe zij aan hun einde komen. Hun interactie met verschillende objecten in de blokhut kan weer verschillende monsters oproepen. Het oplezen van een Latijns gedicht zorgt er in dit geval voor dat de ondode bewoners van de hut uit hun graf opstaan. Het bedrijf houdt alles met camera's in de gaten en zorgt ervoor dat alles precies volgens het format van een horrorfilm verloopt. Dit geeft de film een interessante invalshoek en blijft het onduidelijk waar de film uiteindelijk heen zal gaan, helemaal wanneer na een uur het normale format al is uitgespeeld en de werknemers een feestje bouwen rondom alweer een succesvol verloop, terwijl er nog ruim een half uur op de teller staat. Hierna worden alle remmen los gegooid en verliest de film zijn focus.
Je zou een leuk drankspel van de film kunnen maken: wie kan de meeste verwijzingen naar horrorfilms opnoemen? De makers hebben er vast plezier in gehad om zoveel mogelijk te refereren aan klassiekers, maar helaas wordt de film nooit heel grappig (of spannend!) en is nergens ingenieus. Het meest geslaagd is nog wel de kijk op de Japanse horrorfilm, waarbij een stel kleuters erin slaagt om de voor hen zo iconische vrouwelijke geest met de zwarte haren te verslaan en in een kikker op te sluiten. The Cabin in the Woods is een vermakelijke film met hier en daar een geslaagde grap, maar het ontstijgt nooit het genre van de horror, de persiflage, of de combinatie ervan. Alles wat we zien is al een keer eerder gedaan en de film wordt, ondanks een legio aan verwijzingen, nooit meer dan de som der delen.
De film heeft misschien wel de aller saaiste openingsscène uit de geschiedenis van de horrorfilm, waarbij we twee werknemers van een groot bedrijf bij de koffieautomaat zien lullen over keukenkastjes. De makers laten hun gevoel voor komische timing zien wanneer dan plots daarna heel groot en met veel lawaai de titel van de film in beeld komt, à la Funny Games. De toon is gezet en het is vanaf dan hopen dat dit op zijn minst wordt vastgehouden. Drew Goddard moet zich met deze film in de regisseursstoel nog bewijzen, maar Joss Whedon, schrijver van het script, heeft al naam gemaakt met de door fans geprezen serie Firefly (met de tenenkrommende vervolgfilm Serenity, die op IMDb naar onbegrijpelijke hoogtes is gestegen) en heeft recentelijk gigantisch succes geboekt met The Avengers. Thor-ster Chris Hemsworth is ook te zien in The Cabin, maar heeft hier vrij weinig materiaal om mee te werken. De rest van de cast is relatief onbekend, op een verrassende cameo van Sigourney Weaver na.
De plot is hetzelfde als honderden andere: een stel stereotypes gaan naar een blokhut in de bossen – compleet met de stop bij een benzinestation met enge eigenaar – om vervolgens ten prooi te vallen aan een stel zombies. Het kwaad is hier arbitrair, wanneer duidelijk wordt dat de werknemers uit de openingsscène voor een bedrijf werken die dit soort scenario's op poten zet, waarbij de slachtoffers ervoor 'kiezen' hoe zij aan hun einde komen. Hun interactie met verschillende objecten in de blokhut kan weer verschillende monsters oproepen. Het oplezen van een Latijns gedicht zorgt er in dit geval voor dat de ondode bewoners van de hut uit hun graf opstaan. Het bedrijf houdt alles met camera's in de gaten en zorgt ervoor dat alles precies volgens het format van een horrorfilm verloopt. Dit geeft de film een interessante invalshoek en blijft het onduidelijk waar de film uiteindelijk heen zal gaan, helemaal wanneer na een uur het normale format al is uitgespeeld en de werknemers een feestje bouwen rondom alweer een succesvol verloop, terwijl er nog ruim een half uur op de teller staat. Hierna worden alle remmen los gegooid en verliest de film zijn focus.
Je zou een leuk drankspel van de film kunnen maken: wie kan de meeste verwijzingen naar horrorfilms opnoemen? De makers hebben er vast plezier in gehad om zoveel mogelijk te refereren aan klassiekers, maar helaas wordt de film nooit heel grappig (of spannend!) en is nergens ingenieus. Het meest geslaagd is nog wel de kijk op de Japanse horrorfilm, waarbij een stel kleuters erin slaagt om de voor hen zo iconische vrouwelijke geest met de zwarte haren te verslaan en in een kikker op te sluiten. The Cabin in the Woods is een vermakelijke film met hier en daar een geslaagde grap, maar het ontstijgt nooit het genre van de horror, de persiflage, of de combinatie ervan. Alles wat we zien is al een keer eerder gedaan en de film wordt, ondanks een legio aan verwijzingen, nooit meer dan de som der delen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

