Posts tonen met het label 6/10. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 6/10. Alle posts tonen

dinsdag 16 april 2013

Bonobo - The North Borders (2013) – 6/10

Bonobo (Simon Green) is een sterke speler uit het team van Ninja Tune. Sinds 2003 is hij al bij het label aangesloten, maar hij maakte in 2010 pas echt naam met zijn album Black Sands (Ninja Tune, 2010) en verwierf daarmee (terecht) zijn roem. Het album wist te verrassen door de jazz-invloeden en de gelaagde, smetteloze productie. Op de productie valt op The North Borders (Ninja Tune, 2013) weer weinig aan te merken, maar Bonobo speelt dit keer op safe. Het concept is hetzelfde: fijne, loungy downtempo tracks met af en toe een gastzanger(es). De verrassingen en de inventiviteit blijven helaas achterwege.

Het album begint met First Fires met zanger Grey Reverend. Bonobo weet zijn zangers goed uit te kiezen, want zijn stem, hoewel niet bijzonder, past perfect bij het rustige tempo en de dromerige sfeer van het nummer. De diepe bas komt je tegemoet, waar verschillende fladderende synths en een viool overheen klinken. Jammer is wel dat door de vele lagen in de muziek er gekozen is voor een net iets te hoge compressie ten gunste van de kickdrum, wat een erg zuigend effect creëert. Gelukkig is dit op de rest van het album minder het geval. De tweede track, Emkay, is meer uptempo en bevat ook vocalen, maar ze zijn abstracte flarden van zinnen à la Burial. Op de achtergrond is zachtjes een saxofoon te horen. De beat is helaas te statisch om het echt jazzy te noemen. Cirrus is de eerste instrumentale track en heeft een kick op elke tel van de vierkwartsmaat en heeft meer house-invloeden. De melodie komt van een marimba en enkele bellen, maar weet nergens te overtuigen en raakt al gauw in de vergetelheid.

Grammy-winnares Erykah Badu zingt op Heaven For The Sinner en is daarmee de belangrijkste toevoeging aan het album. Haar zang smelt samen met het volle geluid van (alweer) violen en warme synths. Het nummer mist echter een goed refrein, waardoor het nergens heengaat. Dit is een beetje de tendens van het hele album; de muziek kabbelt maar voort en er is nergens een hoogtepunt te ontdekken. De instrumentale tracks hebben te weinig om het lijf en hebben meer weg van vocal tracks zonder vocals; ze missen een eigenheid binnen het album. Ook de strakke housebeats van Don't Wait en Antenna dragen niet veel bij aan de originaliteit en hebben veel weg van de stijl van Scuba op zijn laatste album Personality (Hotflush, 2012). Het doet je erg verlangen naar de syncopische, jazzy drums en het algehele opgewekte geluid van Black Sands. 

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat luisteren naar Bonobo op automatische piloot geen straf is. The North Borders is prima geschikt voor als je ouders op bezoek komen of voor die zwoele zomeravond met je vrienden in de tuin. Vrijblijvend, geen verrassingen, maar toch een aardig plaatje.

zondag 2 september 2012

The Awakening (2011) – 6/10

The Awakening is een spookverhaal in traditionele zin: Engeland, begin 20ste eeuw, een eng huis, de geest van een kind, een sceptische hoofdpersoon en mysterieuze bijfiguren. De hoofdrol is weggelegd voor Rebecca Hall, die de onafhankelijke, sterke en geleerde Florence Cathcart speelt. Zij ziet het als haar levenstaak om de mysteries rondom geesten te ontkrachten en de vele charlatans te laten oppakken. Dan verschijnt Robert Mallory (Dominic West van de briljante serie The Wire) ten tonele, gezonden in opdracht van een kostschool in Cumbria, om haar uit te nodigen daar heen te reizen om de geestverschijning van een jongetje te onderzoeken. Na natuurlijk eerst dit verzoek af te wijzen, zien we haar in de volgende scène samen met Robert in de auto, op weg naar de school. Daar treffen ze de gouvernante Maud (Imelda Staunton) en het jongetje Tom (Isaac Hempstead Wright van de serie Game of Thrones).

De film speelt zich af net na de Eerste Wereldoorlog en heeft een sombere toon. Dit is Nick Murphy's eerste speelfilm (daarvoor maakte hij documentaires) en de man heeft oog voor cinematografie. Wat ziet deze film er prachtig uit! De locaties, zoal ex- als interieur, worden volledig uitgebuit om een bleke, ijzingwekkende sfeer neer te zetten. Niet alleen zijn de locaties prachtig, maar ook de composities van de shots zijn briljant in elkaar gezet. Ze variëren van vogelperspectief tot trage dolly shots in de lange gangen van de school. De regisseur heeft er voor gekozen om lang de tijd te nemen voor de shots, wat de sfeer verhoogt.

Wanneer we kijken naar vergelijkbare films zoals The Others en vooral El orfanato, dan is er qua plot niet veel origineels te zien. Als we hier dan nog een vleugje Shutter Island aan toevoegen, dan kun je al op je klompen aanvoelen dat er iets mis is met Florence. Wanneer ze ook daadwerkelijk de geestverschijning van het jongetje ziet, dan gaat het snel bergafwaarts en verandert ze van een nuchtere wetenschapper in een angstige vrouw. Ze voelt zich steeds meer aangetrokken tot de door de oorlog gekwelde Robert en ze krijgt opvallend voyeuristische trekjes. Dit maakt haar personage initieel interessant, maar de uiteindelijke oorzaak van haar gedrag is weinig geloofwaardig.

Het probleem van films met spookhuizen is dat ze vaak een interessante opzet hebben, maar een teleurstellende twist (zie ook The Woman in Black). Het acteerwerk is sterk, zelfs dat van de kinderen, en is naast de cinematografie hetgeen dat de film overeind houdt. The Awakening is een degelijke thriller met horrorelementen en een zwak einde.

zondag 19 augustus 2012

The Cabin in the Woods (2011) - 6/10

Het horrorgenre kent nu al enige tientallen jaren een vast format: een handjevol jonge mensen gaat op vakantie in een afgelegen gebied en wordt daar een voor een afgeslacht door een willekeurig stel monsters, waarbij heel vaak het vrouwelijke personage het overleeft of in ieder geval het langst blijft leven. We hebben het hier dan over Amerikaanse horror, welteverstaan. The Cabin in the Woods gaat vrolijk aan de slag met dit overbekende gegeven en geeft er zijn eigen, komische draai aan. Nu is het niet voor het eerst dat het horrorgenre op de hak wordt genomen. Integendeel, dit wordt praktisch al gedaan sinds het ontstaan van het genre; (het gebrek aan) originaliteit is altijd de grootste vijand van het genre geweest. Het toevoegen van humor kan goed werken, zoals Sam Raimi's Evil Dead II of de meligheid van Tucker and Dale vs Evil. The Cabin zit hier een beetje tussenin. De makers kiezen voor droge humor, dus men hoeft gelukkig geen vermoeiende Scary Movie-achtige praktijken te verwachten.

De film heeft misschien wel de aller saaiste openingsscène uit de geschiedenis van de horrorfilm, waarbij we twee werknemers van een groot bedrijf bij de koffieautomaat zien lullen over keukenkastjes. De makers laten hun gevoel voor komische timing zien wanneer dan plots daarna heel groot en met veel lawaai de titel van de film in beeld komt, à la Funny Games. De toon is gezet en het is vanaf dan hopen dat dit op zijn minst wordt vastgehouden. Drew Goddard moet zich met deze film in de regisseursstoel nog bewijzen, maar Joss Whedon, schrijver van het script, heeft al naam gemaakt met de door fans geprezen serie Firefly (met de tenenkrommende vervolgfilm Serenity, die op IMDb naar onbegrijpelijke hoogtes is gestegen) en heeft recentelijk gigantisch succes geboekt met The Avengers. Thor-ster Chris Hemsworth is ook te zien in The Cabin, maar heeft hier vrij weinig materiaal om mee te werken. De rest van de cast is relatief onbekend, op een verrassende cameo van Sigourney Weaver na.

De plot is hetzelfde als honderden andere: een stel stereotypes gaan naar een blokhut in de bossen – compleet met de stop bij een benzinestation met enge eigenaar – om vervolgens ten prooi te vallen aan een stel zombies. Het kwaad is hier arbitrair, wanneer duidelijk wordt dat de werknemers uit de openingsscène voor een bedrijf werken die dit soort scenario's op poten zet, waarbij de slachtoffers ervoor 'kiezen' hoe zij aan hun einde komen. Hun interactie met verschillende objecten in de blokhut kan weer verschillende monsters oproepen. Het oplezen van een Latijns gedicht zorgt er in dit geval voor dat de ondode bewoners van de hut uit hun graf opstaan. Het bedrijf houdt alles met camera's in de gaten en zorgt ervoor dat alles precies volgens het format van een horrorfilm verloopt. Dit geeft de film een interessante invalshoek en blijft het onduidelijk waar de film uiteindelijk heen zal gaan, helemaal wanneer na een uur het normale format al is uitgespeeld en de werknemers een feestje bouwen rondom alweer een succesvol verloop, terwijl er nog ruim een half uur op de teller staat. Hierna worden alle remmen los gegooid en verliest de film zijn focus.

Je zou een leuk drankspel van de film kunnen maken: wie kan de meeste verwijzingen naar horrorfilms opnoemen? De makers hebben er vast plezier in gehad om zoveel mogelijk te refereren aan klassiekers, maar helaas wordt de film nooit heel grappig (of spannend!) en is nergens ingenieus. Het meest geslaagd is nog wel de kijk op de Japanse horrorfilm, waarbij een stel kleuters erin slaagt om de voor hen zo iconische vrouwelijke geest met de zwarte haren te verslaan en in een kikker op te sluiten. The Cabin in the Woods is een vermakelijke film met hier en daar een geslaagde grap, maar het ontstijgt nooit het genre van de horror, de persiflage, of de combinatie ervan. Alles wat we zien is al een keer eerder gedaan en de film wordt, ondanks een legio aan verwijzingen, nooit meer dan de som der delen.