woensdag 21 november 2012

Skyfall (2012) – 7/10

Stijl, stijl en nog eens stijl. De nieuwe Bondfilm loopt over van stijl! En Sam Mendes is de verantwoordelijke. Dat ruikt naar verandering. Sinds Casino Royale heeft de Bond-franchise een omwenteling gekend door voor een serieuzere aanpak te kiezen en Daniel Craig te casten, die ook op zijn manier een hele andere invulling geeft aan de traditionele Bond. Maar waarom nog steeds hameren op verandering? Wellicht om het mislukte debacle te doen vergeten dat Quantum of Solace heet. Is Mendes eigenlijk wel de juiste persoon om een actiefilm te regisseren? Met films als American Beauty (zijn zeer indrukwekkende doorbraak), Road to Perdition (een ietwat overgewaardeerd gangsterepos) en Revolutionary Road (een zeer ondergewaardeerd meesterwerk) zou je niet gauw denken dat zijn zesde (!) bioscoopfilm een Bondfilm zou zijn.

De film opent ietwat twijfelachtig en geforceerd. Alsof ze Mendes hebben moeten pushen een met actie doorspekte openingsscène te filmen. Hij is duidelijk geen actieregisseur en de achtervolging op motors door de nauwe straatjes van Istanboel doet een beetje knullig aan. Het is niets nieuws en steekt maar bleekjes af tegen de knappe parkour-stunts uit Casino Royale. Dan volgt het themanummer en is dit keer weggelegd voor Adele. Fan of geen fan, dit is weer een ouderwetse, bombastische Bond tune. Iedereen kon 'm van tevoren meezingen, aangezien het nummer al weken van tevoren in de hitlijsten stond.

De nieuwe Bond is anders, maar heeft toch dezelfde ingrediënten. Even checken:
  • Actievolle openingsscène; ✔
  • Bombastisch openingsnummer van populaire artiest; ✔
  • Schurk met lichamelijk mankement die de wereld wil veroveren; ✔
  • Exotische locaties; ✔
  • Femme fatale; ✔
  • Nietszeggende seksscènes; ✔
  • Technische snufjes (weinig gadgets dit keer!); ✔ 
  • "Bond. James Bond." ✔
  • Flauwe oneliners; ✔
  • Moederfiguur;
  • Jeugdtrauma...
Hey, daar gebeurt iets nieuws! Mendes legt hier zo de nadruk op dat de echte Bond-ingrediënten het moeten ontgelden. Zo wordt de femme fatale al halverwege de film van kant gemaakt. Ze werd geïntroduceerd als een van de meest interessante en gelaagde Bondgirls, maar er is geen tijd te verliezen! We moeten naar het einde toe! Dat gaat zo prachtig worden! Ook de schurk, Silva genaamd, kan zich in deze film niet echt uitleven. Javier Bardem kan geweldig goed een engerd neerzetten (zie No Country for Old Men) en de verplichte martelscène weet hij op een heel andere manier ongemakkelijk te maken dan bijvoorbeeld de (vooral voor mannen) huiveringwekkende scène uit Casino Royale met Mads Mikkelsen. Bardem krijgt niet veel tijd om zijn personage ten toon te spreiden en moet het vooral hebben van de duidelijk op The Silence of the Lambs geïnspireerde gevangenisscène. Zijn geschiedenis met M (Judi Dench) maakt hem een interessant personage, maar er is weinig tijd. Vooruit, naar het einde toe!

Het laatste bedrijf is er een die je nog nooit in een Bondfilm hebt gezien. Het speelt zich af in een apart genre, namelijk die van de home invasion à la Straw Dogs. Bond keert terug naar zijn ouderlijk huis in de Schotse hooglanden om daar Silva naar toe te lokken en te verslaan. Dit is werkelijk stijlporno met een hoofdletter S. Hier moet Mendes vast het meest trots op zijn geweest, want de cinematografie is fenomenaal. Het oude huis en de omgevingen zijn prachtig in beeld gebracht. En wat is het tegenwoordig met schurken die op een wel heel erg onspectaculaire wijze aan hun einde komen? Denk aan hoe Bane aan zijn einde kwam in The Dark Knight Rises. Net als deze film is Skyfall het einde van een trilogie van een reboot van een langlopende franchise. Mendes weet heel goed wat diepgang is, maar laat dit ten koste gaan van een ongebruikelijke twist die maar half uitgewerkt is. De film voelt als touwtrekken tussen Mendes en de studiobazen, waarbij ze beiden eindigen met het kortste eind. Bond is weer terug bij af, is in stijl gekomen en gegaan... en zal dit nog keer op keer gaan doen.

zaterdag 3 november 2012

Heavenly Creatures (1994) – 8/10

Voordat Peter Jackson een van de succesvolste filmreeksen aller tijden maakte (The Lord of the Rings trilogie), was hij in de jaren '80 en '90 al flink aan de weg aan het timmeren om een gerespecteerd filmmaker te worden. Hij filmt het liefst in zijn thuisland Nieuw-Zeeland en Heavenly Creatures is dan ook geen uitzondering. Jackson heeft in zijn films altijd een hang naar het duistere, het macabere. Begin jaren '50 werd het stadje Christchurch opgeschrikt door een gruwelijke moord, gepleegd door de tienermeisjes Pauline Parker en Juliet Hulme. Het slachtoffer betrof de moeder van Pauline, Honora Parker Rieper, en was door de meisjes tienvoudige malen met een steen op haar hoofd geslagen. Wat kan deze jonge meisjes gedreven hebben om zo'n daad te begaan? Genoeg materiaal om een film van te maken, dacht Jackson.

De film had maar liefst twee debuterende actrices: Melanie Lynskey en Kate Winslet. Lynskey is (helaas) het meest bekend geworden als de stalkende buurvrouw Rose uit Two and a Half Men, en het succesverhaal van Winslet mag door de jaren heen duidelijk zijn geworden. Het acteerwerk van beide dames in deze film is werkelijk fenomenaal. Dit des te meer omdat het twee uitermate uitdagende rollen zijn van twee meisjes die een intens hechte vriendschap hadden. Pauline is een braaf meisje dat uit een liefdevol gezin komt. Ze is ontzettend creatief: ze maakt figuurtjes van klei van de koninklijke familie en laat ze spelen in haar fantasieverhalen. Juliet komt met haar familie uit Engeland naar Nieuw-Zeeland en komt uit een liberaal gezin, is welbespraakt en een tikje ondeugend, tot groot ongenoegen van de leraressen van de stijve meisjesschool. Pauline raakt onder de indruk van Juliet en de twee worden al gauw dikke vriendinnen. Ze zwijmelen weg bij de muziek van Italiaanse zangers en vereren hun favoriete filmsterren. Ze ontsnappen de saaie wereld van hun school en duffe ouders en spelen in hun fantasiewereld leden van de koninklijke familie waarbij Pauline's kleifiguurtjes tot leven komen. Jackson toont zich hier weer een meester in practical special effects. Jackson heeft altijd al een liefde gehad voor handgemaakte poppen en monsters; zijn live-action special effects zijn een handelsmerk geworden. Meet the Feebles (1989) is een soort Muppets on acid en Braindead (1992) is een over-the-top horror-komedie.

Door juist hun fantasiewereld te laten zien, worden de personages vele malen interessanter en maakt de beleving van hun vriendschap des te intenser. De realiteit wordt hierdoor ook intenser beleefd en de kijker begrijpt de pijn veel beter wanneer de meisjes elkaar een lange tijd niet mogen zien wanneer Juliet tuberculose krijgt en in quarantaine moet. De ouders van Juliet laten de schaduwzijde van hun liberale leven zien door tijdens haar ziektebed doodleuk op vakantie te gaan. Pauline en Juliet komen deze moeilijke tijd door, door elkaar brieven te schrijven in een langdurig rollenspel, waarbij ze elk de identiteit van een koninklijk familielid aannemen. Het weerzien is euforisch en hun ouders maken zich steeds meer zorgen om de hechte vriendschap. Vader Hulme gaat naar de ouders van Pauline om zijn zorgen te uiten over de volgens hem ongezonde verstandhouding van hun dochters. Het ondenkbare zou toch niet waar zijn? De psychiater van Pauline heeft dan ook grote moeite het woord 'homoseksualiteit' uit te spreken als hij haar moeder informeert dat dit slechts een fase is en dat het wel weer over gaat. Jackson weet slim hier en daar de film van humor te voorzien. Juliet Hulme, die nu door het leven gaat als Anne Perry en bovendien een succesvol schrijfster is, heeft altijd gezegd dat hun vriendschap wel obsederend, maar niet lesbisch geaard was.

Moeder Rieper (de ouders waren niet getrouwd) gaat Pauline steeds meer tegenstaan, helemaal wanneer ze met een jongen wordt betrapt en steeds opstandiger begint te worden. Pauline begint steeds meer een hekel aan haar te krijgen en ziet haar als het grootste obstakel dat haar vriendschap met Juliet in de weg staat. Ze besluit samen met Juliet een plan te maken om moeder uit de weg te ruimen. Met de wetenschap dat deze scène eraan gaat komen, wordt het extra spannend als de dag aanbreekt waarop het gaat gebeuren. Jackson weet als geen ander de spanning op te voeren om uiteindelijk te leiden tot de gruwelijke climax; Jackson is niet vies van een beetje bloed. Niet alleen spanning en tempo is Jackson gegeven, maar ook zijn geweldige camerawerk. Hij staat erom bekend veel verschillende schots van zijn scènes te maken, waardoor ze erg levendig worden; het beeld is altijd in beweging.

Jackson weet hier een uitzonderlijke gevoeligheid voor zijn personages te creëren die in zijn latere films nooit zo fijn en kleinschalig meer worden. The Return of the King (2003) neigt erg naar melodrama en The Lovely Bones (2009) is een half geslaagde film die weinig subtiel is. De geslaagde emotionele gelaagdheid in Heavenly Creatures is grotendeels te danken aan de twee hoofdrolspeelsters die als debuterend actrices een verbluffende prestatie neerzetten. Het is te hopen dat Jackson nog eens zo'n fijne, kleine film maakt, maar met nog drie Hobbit-films en een vervolg op Kuifje voor de boeg, zal dat voorlopig niet gebeuren.