Een nieuwe film van Christopher Nolan is niet zomaar iets. De man heeft sinds Memento alleen maar kwaliteit geleverd voor het mainstream publiek. Het is te hopen dat zijn volgende film niet aan zoveel tragiek is gekoppeld. Bij The Dark Knight was het de dood van Heath Ledger en nu, bij The Dark Knight Rises, is het publiek slachtoffer geworden van "The Joker", zoals de dader zichzelf noemt. Veel aandacht in de pers gaat naar de gebeurtenis rondom de nieuwste Batmanfilm, terwijl de film zelf zich prima kan meten met de voorganger. Dit is een film met de kwaliteit die we van Nolan mogen verwachten.
The Dark Knight Rises speelt zich acht jaar na het vorige verhaal af. Bruce Wayne (Christian Bale) heeft zijn dubbelleven als Batman opgegeven en leidt nu het leven van een kluizenaar. Maar hij moet zijn pak weer afstoffen, want er is een nieuwe schurk in aantocht: Bane (Tom Hardy). Hij is van een ander kaliber dan The Joker. Hij stond voor chaos en zijn doelen waren onduidelijk. Bane is een intelligente terrorist die Gotham City wil vernietigen. Tom Hardy zet een ontzettend knappe prestatie neer van een schurk die fysiek angstaanjagend is en intimiderend intellectueel is. Aangezien Bane gemaskerd is, zit het meeste acteerwerk in de ogen en de lichaamstaal. Niet alleen Hardy, die ruim 13 kilo aankwam, maar ook de regie is te prijzen, omdat Bane overkomt alsof hij Batman zo in tweeën kan breken, terwijl de fysiek sterke Bale toch vijf centimeter groter is dan Hardy. De rol van schurk is Hardy wel gegeven. In de mini-serie The Take liet hij al zien dat hij een complexe psychopaat kan spelen. Een acteur om in de gaten te houden, dus.
Naast Bane wordt er nog een personage uit de canon geïntroduceerd: Catwoman (Anne Hathaway). Door Michelle Pfeiffer werd zij in Batman Returns als katachtig neergezet, terwijl Hathaway in deze film niet veel ome mee te werken krijgt. Het personage voelt niet helemaal af en heeft geen duidelijke plaats in het verhaal. Rasacteurs Gary Oldman, Morgan Freeman en Michael Caine keren wederom terug in dit deel en vooral de laatstgenoemde weet mooi diepte te geven aan de butler Alfred. Dan is er nog het personage van de zakenvrouw Miranda, gespeeld door een wat twijfelachtige Marion Cotillard, die later een grotere rol in het verhaal heeft dan ze doet vermoeden. Nolan heeft na zijn meesterwerk Inception naast Hardy, Caine en Cotillard nog een acteur teruggevraagd om in zijn nieuwste film te spelen: Joseph Gordon-Levitt in de rol van Blake, een snuggere agent die opklimt tot rechercheur en Batman helpt met het stoppen van Bane.
De film kent ook nu weer een karrenvracht aan personages. Het is Nolan goed gelukt om ze allemaal een plaats te geven, maar hij weet ze niet altijd even goed uit te werken. De vrouwelijke rollen trekken hierbij aan het kortste eind. Dit zijn echter maar een aantal minpuntjes van een verder uitstekende film die je aandacht de volle 164 minuten weet vast te houden. Dit voelt als een waardig, episch slot van een trilogie waarbij het bestaan van Gotham City nu echt geloofwaardig aan een zijden draadje hangt. De wereld van Nolan's Batman is een grauwe, realistische wereld die de kijker ook daadwerkelijk engageert, een gegeven dat in veel films over superhelden voor lief wordt genomen. Nolan had natuurlijk een gigantisch budget om mee te werken, maar hij weet hier uitstekend gebruik van te maken. Het gebruik van CGI in deze film is subtiel en de actiescènes zijn bijzonder knap in beeld gebracht. Een film als deze heeft geen (negatieve) publiciteit eromheen nodig; de film staat prima op zichzelf en is een genot om te zien, ook voor kijkers die niet zo van superhelden houden (onder wie ondergetekende). Kijken in de bios, dus, in prachtig 2D.
zondag 22 juli 2012
donderdag 19 juli 2012
Chronicle (2012) – 6.5/10
Sinds The Blair Witch Project in 1999 het found footage subgenre populair heeft gemaakt, hebben verschillende filmmakers geprobeerd dit te imiteren. Sommigen hebben dit overtroffen ([Rec] en Cloverfield) en sommigen sloegen compleet de plank mis (Diary of the Dead). Het genre is vandaag de dag natuurlijk heel relevant, aangezien iedereen tegenwoordig met een simpele camera een video kan maken en die over het internet kan verspreiden. Maar kennen we het trucje onderhand niet? Het publiek laat zich niet zo snel meer bedonderen. Gelukkig is dit voor deze film niet van toepassing, want al vrij snel worden de (vrij knappe) special effects van stal gehaald en is de twijfel over het gevonden beeldmateriaal al gauw van de baan.
Chronicle, het filmdebuut van Josh Trank, introduceert de tiener Andrew (Dane DeHaan), die een nieuwe (vrij dure) camera heeft gekocht. Hij neemt het ding overal mee naartoe en hij neemt alles op. Dit is het materiaal wat de kijker te zien krijgt, evenals het materiaal van allerlei andere camera's. Andrew is een verlegen en geïsoleerde jongen die alleen contact heeft met zijn neef Matt (Alex Russell) en gemeenschappelijke vriend Steve (Michael B. Jordan). Zijn moeder ligt op sterven en zijn vader zuipt de hele dag en heeft losse handjes. Geen prettige omgeving voor een jongen van die leeftijd. Tijdens een feestje ontdekken de drie jongens buiten ergens een diep gat in de grond. Ze besluiten in het gat te gaan en daar komen ze een object tegen dat een buitenaardse oorsprong lijkt te hebben. Het object reageert hevig op de jongens en dan wordt het beeld zwart. In de scène die daar meteen op volgt zien we de drie vrienden een balletje overgooien in de achtertuin. Maar wat blijkt? Ze hebben sinds hun ondergrondse avontuur telekinetische krachten. Ze kunnen elk object op afstand beïnvloeden. Ze kunnen zichzelf dus ook laten vliegen.
De jongens hebben ontzettende lol in het gebruiken van hun krachten en ze houden de lokale bevolking ook voortdurend voor de gek met hun streken. Dit is ontzettend leuk om te zien, mede doordat de special effects dik in orde zijn. Dit gaat een tijdje zo door en ze merken dat ze steeds krachtiger worden. Matt, de filosoof van het stel, vindt dat ze hun krachten met beleid moeten gebruiken en ze stellen een aantal regels op: gebruik de krachten nooit in het openbaar, op levende wezens en uit woede. Tot nu toe heeft de film geen duidelijk plot en hebben we alleen de drie jongens gevolgd die pret hebben met hun superkrachten (wie zou dit niet hebben?). De problemen die ontstaan zijn niet van externe aard, zoals je misschien zou verwachten (aliens, regering, etc.), maar komen direct voort uit de krachten die ze hebben gekregen. Alles gaat nog goed totdat ze op een dag op de snelweg rijden en een auto achter hen vervelend gaat doen. Andrew gebruikt zijn krachten om de auto van de weg af te duwen en de bestuurder overleeft nog maar net het ongeluk. Door dit voorval ontstaan er conflicten binnen de groep. Matt en Steve hebben vrij stabiele levens, maar sinds Andrew krachten heeft, voelt hij zich speciaal, iets wat hij tot dan toe nog nooit gevoeld heeft. Met zijn krachten heeft hij nu een uitlaatklep voor zijn frustraties. Hij laat dit volledig uit de hand lopen wat resulteert in de dood van een van de vrienden.
Het sterke punt van de film is dat niet het hoe en waarom van de krachten centraal staat, maar het effect van de krachten op de personages, en dan vooral op Andrew. Ook hebben de filmmakers goed nagedacht over hoe een tiener zou reageren op het feit dat hij opeens superkrachten heeft. De speelse scènes komen natuurgetrouw over. De vraag die bij elke found footage film rijst is: Waarom blijven ze doorfilmen? Zelfs in levensbedreigende situaties blijven de personages doorgaan met het vastleggen van de gebeurtenissen. De vraag blijft wel bestaan of de film hetzelfde effect zou hebben wanneer hij traditioneel opgenomen zou zijn. Op deze manier zou er wel meer aandacht besteed kunnen worden aan de relatie van Andrew met zijn ouders, die nu overkomen als twee eendimensionale personages, waarbij de moeder alleen ziek in een bed ligt en de vader een stereotype dronkaard is. De film is niet in balans wanneer het aankomt op de vertelling. De uitspanningen van Andrew lijken nu niet gegrond en het resultaat van slechts enkele hints die we hebben gekregen over zijn thuissituatie. De film blijft vooral in de eerste helft te lang zonder plot zitten, waardoor de tweede helft te gehaast overkomt. Uiteindelijk wordt Andrew een duister personage dat niet meer gered kan worden en verslagen moet worden. Hierbij vervalt de film alsnog in idioom van goed en kwaad. Dit is jammer, aangezien dat aan het begin van de film nog ambigu was.
Chronicle geeft een leuke draai aan het gegeven superkrachten en het found footage genre, maar leunt op het eind te veel op clichés waardoor je geen sympathie meer hebt voor Andrew. Ondanks dat is aan alles te zien dat de makers ontzettend veel plezier hebben gehad aan het maken van deze film. Sinds X-Men: First Class is dit de meest verfrissende kijk op tieners en hun superkrachten.
Chronicle, het filmdebuut van Josh Trank, introduceert de tiener Andrew (Dane DeHaan), die een nieuwe (vrij dure) camera heeft gekocht. Hij neemt het ding overal mee naartoe en hij neemt alles op. Dit is het materiaal wat de kijker te zien krijgt, evenals het materiaal van allerlei andere camera's. Andrew is een verlegen en geïsoleerde jongen die alleen contact heeft met zijn neef Matt (Alex Russell) en gemeenschappelijke vriend Steve (Michael B. Jordan). Zijn moeder ligt op sterven en zijn vader zuipt de hele dag en heeft losse handjes. Geen prettige omgeving voor een jongen van die leeftijd. Tijdens een feestje ontdekken de drie jongens buiten ergens een diep gat in de grond. Ze besluiten in het gat te gaan en daar komen ze een object tegen dat een buitenaardse oorsprong lijkt te hebben. Het object reageert hevig op de jongens en dan wordt het beeld zwart. In de scène die daar meteen op volgt zien we de drie vrienden een balletje overgooien in de achtertuin. Maar wat blijkt? Ze hebben sinds hun ondergrondse avontuur telekinetische krachten. Ze kunnen elk object op afstand beïnvloeden. Ze kunnen zichzelf dus ook laten vliegen.
De jongens hebben ontzettende lol in het gebruiken van hun krachten en ze houden de lokale bevolking ook voortdurend voor de gek met hun streken. Dit is ontzettend leuk om te zien, mede doordat de special effects dik in orde zijn. Dit gaat een tijdje zo door en ze merken dat ze steeds krachtiger worden. Matt, de filosoof van het stel, vindt dat ze hun krachten met beleid moeten gebruiken en ze stellen een aantal regels op: gebruik de krachten nooit in het openbaar, op levende wezens en uit woede. Tot nu toe heeft de film geen duidelijk plot en hebben we alleen de drie jongens gevolgd die pret hebben met hun superkrachten (wie zou dit niet hebben?). De problemen die ontstaan zijn niet van externe aard, zoals je misschien zou verwachten (aliens, regering, etc.), maar komen direct voort uit de krachten die ze hebben gekregen. Alles gaat nog goed totdat ze op een dag op de snelweg rijden en een auto achter hen vervelend gaat doen. Andrew gebruikt zijn krachten om de auto van de weg af te duwen en de bestuurder overleeft nog maar net het ongeluk. Door dit voorval ontstaan er conflicten binnen de groep. Matt en Steve hebben vrij stabiele levens, maar sinds Andrew krachten heeft, voelt hij zich speciaal, iets wat hij tot dan toe nog nooit gevoeld heeft. Met zijn krachten heeft hij nu een uitlaatklep voor zijn frustraties. Hij laat dit volledig uit de hand lopen wat resulteert in de dood van een van de vrienden.
Het sterke punt van de film is dat niet het hoe en waarom van de krachten centraal staat, maar het effect van de krachten op de personages, en dan vooral op Andrew. Ook hebben de filmmakers goed nagedacht over hoe een tiener zou reageren op het feit dat hij opeens superkrachten heeft. De speelse scènes komen natuurgetrouw over. De vraag die bij elke found footage film rijst is: Waarom blijven ze doorfilmen? Zelfs in levensbedreigende situaties blijven de personages doorgaan met het vastleggen van de gebeurtenissen. De vraag blijft wel bestaan of de film hetzelfde effect zou hebben wanneer hij traditioneel opgenomen zou zijn. Op deze manier zou er wel meer aandacht besteed kunnen worden aan de relatie van Andrew met zijn ouders, die nu overkomen als twee eendimensionale personages, waarbij de moeder alleen ziek in een bed ligt en de vader een stereotype dronkaard is. De film is niet in balans wanneer het aankomt op de vertelling. De uitspanningen van Andrew lijken nu niet gegrond en het resultaat van slechts enkele hints die we hebben gekregen over zijn thuissituatie. De film blijft vooral in de eerste helft te lang zonder plot zitten, waardoor de tweede helft te gehaast overkomt. Uiteindelijk wordt Andrew een duister personage dat niet meer gered kan worden en verslagen moet worden. Hierbij vervalt de film alsnog in idioom van goed en kwaad. Dit is jammer, aangezien dat aan het begin van de film nog ambigu was.
Chronicle geeft een leuke draai aan het gegeven superkrachten en het found footage genre, maar leunt op het eind te veel op clichés waardoor je geen sympathie meer hebt voor Andrew. Ondanks dat is aan alles te zien dat de makers ontzettend veel plezier hebben gehad aan het maken van deze film. Sinds X-Men: First Class is dit de meest verfrissende kijk op tieners en hun superkrachten.
woensdag 18 juli 2012
Man on a Ledge (2012) – 2/10
Man on a Ledge, het speelfilmdebuut van Asger Leth, gaat over een man op een richel. Een titel die net zo goed de lading dekt als Snakes on a Plane. De man is Nick Cassidy, gespeeld door Sam Worthington, een van de saaiste acteurs van dit moment. Cassidy staat binnen vijf minuten al op de richel van een hotel, dus die belofte is alvast ingelost. Behelst de film nog meer? Buiten dat de scènes aan de buitenkant van het gebouw geloofwaardig zijn opgenomen – en ik met mijn hoogtevrees al klamme handjes krijg – niet veel. Vooruit, Cassidy is een ex-cop die onterecht is veroordeeld voor een diamantroof van een rijke zakenman (Ed Harris). Hij wil zijn onschuld bewijzen door nu wel de diamant te stelen (!) en New York (en natuurlijk daarmee de rest van de wereld) te laten zien dat zakenman Englander (raad eens waar zijn oorsprong ligt) de diamant al die tijd in zijn kluis heeft gehad. Cassidy staat op de richel om de aandacht naar hem te verplaatsen terwijl zijn broer Joey (Jamie Bell) en diens vriendin het complex van Englander infiltreren.
Cassidy vraagt om specifiek één rechercheur die hem moet gaan helpen (dit is er een uit de grabbelton der clichés). Deze rechercheur is Lydia Mercer (Elizabeth Banks), die een domper in haar carrière heeft te verwerken (ze slikt medicijnen en slaapt tot het middaguur!) omdat ze een vorige zelfmoordenaar niet van die Brooklyn Bridge af heeft kunnen praten. Het wordt al gauw duidelijk dat Cassidy zichzelf niet van kant wil maken en de rechercheurs (onder wie nog een Edward Burns in een nietszeggende rol) achterhalen de identiteit van Cassidy al vrij vroeg. Uiteraard wordt ook Englander hiervan op de hoogte gebracht. Het is onbegrijpelijk dat de beveiliging nu niet extra de kluis gaat bewaken. Dit geeft Joey en zijn vriendinnetje natuurlijk de kans om middels slimme trucjes de camera's en hittesensoren te ontwijken. De plot is één grote gatenkaas. Zo wordt er verteld dat Englander corrupte agenten gebruikt om zijn smerige klusjes op te knappen. Zou de rechercheur, die in het begin van de film bewijsmateriaal verbrandt, er iets mee te maken hebben? Dan is er nog de kamerdienaar, die puur door het feit dat hij gespeeld wordt door William Sadler wel iets met de plot te maken moet hebben. Sadler speelt normaal de slechterik, maar hoort dit keer bij de goeien.
De film verloopt precies volgens het boekje en kleurt netjes binnen de lijntjes. De inspiratie is dan ook ver te zoeken. De dialogen zijn een lachertje en ze draaien allemaal hetzelfde, alsof ze alleen in een wereld bestaan van mensen die van gebouwen afspringen en diamanten stelen. Zo laat Englander in een bijeenkomst zijn zakenpartners weten dat ze hem geen tweede keer zijn diamant stelen (gna gna gna!). Toegegeven, het is wel leuk om Ed Harris weer eens te zien spelen. De rol van een schurk kun je aan hem wel overlaten, zoals hij dat voor het laatst overtuigend deed in A History of Violence. Het einde van de film doet je de wenkbrauwen fronsen. Als je met een inbraak kunt bewijzen dat je onschuldig bent, dan word je daar verder niet meer voor veroordeeld. Weer wat geleerd.
Cassidy vraagt om specifiek één rechercheur die hem moet gaan helpen (dit is er een uit de grabbelton der clichés). Deze rechercheur is Lydia Mercer (Elizabeth Banks), die een domper in haar carrière heeft te verwerken (ze slikt medicijnen en slaapt tot het middaguur!) omdat ze een vorige zelfmoordenaar niet van die Brooklyn Bridge af heeft kunnen praten. Het wordt al gauw duidelijk dat Cassidy zichzelf niet van kant wil maken en de rechercheurs (onder wie nog een Edward Burns in een nietszeggende rol) achterhalen de identiteit van Cassidy al vrij vroeg. Uiteraard wordt ook Englander hiervan op de hoogte gebracht. Het is onbegrijpelijk dat de beveiliging nu niet extra de kluis gaat bewaken. Dit geeft Joey en zijn vriendinnetje natuurlijk de kans om middels slimme trucjes de camera's en hittesensoren te ontwijken. De plot is één grote gatenkaas. Zo wordt er verteld dat Englander corrupte agenten gebruikt om zijn smerige klusjes op te knappen. Zou de rechercheur, die in het begin van de film bewijsmateriaal verbrandt, er iets mee te maken hebben? Dan is er nog de kamerdienaar, die puur door het feit dat hij gespeeld wordt door William Sadler wel iets met de plot te maken moet hebben. Sadler speelt normaal de slechterik, maar hoort dit keer bij de goeien.
De film verloopt precies volgens het boekje en kleurt netjes binnen de lijntjes. De inspiratie is dan ook ver te zoeken. De dialogen zijn een lachertje en ze draaien allemaal hetzelfde, alsof ze alleen in een wereld bestaan van mensen die van gebouwen afspringen en diamanten stelen. Zo laat Englander in een bijeenkomst zijn zakenpartners weten dat ze hem geen tweede keer zijn diamant stelen (gna gna gna!). Toegegeven, het is wel leuk om Ed Harris weer eens te zien spelen. De rol van een schurk kun je aan hem wel overlaten, zoals hij dat voor het laatst overtuigend deed in A History of Violence. Het einde van de film doet je de wenkbrauwen fronsen. Als je met een inbraak kunt bewijzen dat je onschuldig bent, dan word je daar verder niet meer voor veroordeeld. Weer wat geleerd.
dinsdag 17 juli 2012
Papillion (1973) – 8/10
Papillion is gebaseerd op de bestseller van Henri Charrière, de man die naar eigen zeggen onterecht werd veroordeeld voor de moord op een pooier en jarenlang gevangen zat in Frans-Guyana, een Frans overzees departement dat grenst aan Suriname en Brazilië. Tijdens zijn gevangenschap heeft hij meerdere malen geprobeerd te ontsnappen, dat resulteerde in een langere straf. De gebeurtenissen in gelijknamige "autobiografie" kunnen gerust met een korreltje zout worden genomen, maar ze zijn interessant materiaal om er een film over te maken. Charrière was zelf ook betrokken bij het maken van de film. De regie was in handen van Franklin J. Schaffner, die daarvoor verantwoordelijk was voor Planet of the Apes en Patton en na Papillion nog The Boys from Brazil zou maken. Steve McQueen speelt Charrière, die de bijnaam Papillion draagt, wegens de getatoeëerde vlinder op zijn borst. Dustin Hoffman is zijn tegenspeler en hij vertolkt de rol van Louis Dega, een valsemunter met wie hij in gevangenschap bevriend raakt. De twee sluiten al vrij vroeg een verbond waarbij Dega geld verschaft voor het omkopen van het gevangenispersoneel in ruil voor bescherming door Papillion.
Met McQueen en Hoffman heeft de film twee bijzonder sterke acteurs. McQueen zet een sterke Papillion neer die ondanks de onmenselijke toestanden in de gevangenis niet klein te krijgen is. De scènes waarin hij twee jaar lang in een isoleercel zit wegens een gefaalde ontsnappingspoging zijn claustrofobisch en het vereist een goed acteur om de geestelijke en lichamelijke marteling geloofwaardig neer te zetten. Dit is overigens een van de sterkste sequensen in de film met twee mooi geregisseerde droomscènes. Wanneer de twee jaar voorbij zijn is Papillion gesloopt, maar wanneer hij weer opknapt plant hij met Dega alweer een nieuwe ontsnappingspoging. Ontsnappen is vrijwel onmogelijk zonder geld, waarvan je middels goede contacten aan een boot kunt komen. De tweede poging brengt hem verder en hij brengt enige tijd door met een stam, wat mooie maar vrij idyllische scènes oplevert. Hij wordt later door een stel nonnen verraden aan de Franse autoriteiten en is hij weer terug bij af. Vijf jaar isolatie dit keer waarna hij naar een eilandje wordt gestuurd om daar zijn laatste jaren te slijten in een hutje. Daar komt hij Dega weer tegen die inmiddels van het padje af is en tegen zijn varkens praat. Papillion is oud en grijs, maar nog steeds vastberaden om te ontsnappen en als vrij man te leven. Hij maakt een vlot en springt van de rotsen af, de oceaan in en laat zich door de stroming meevoeren naar Venezuela. Hij heeft de laatste jaren van zijn leven daar als vrij man geleefd.
Papillion is het verhaal van een echte doorzetter. Een man die ondanks alles een doel voor ogen heeft en zijn leven vrij wil leven. Zoals in een van zijn dromen duidelijk wordt is zijn ergste misdaad een vergooid leven. Hij doet er alles aan om te ontsnappen en om iets van zijn leven te maken, in tegenstelling tot Dega die zich al vrij snel heeft neergelegd bij zijn gevangenschap. De film is qua opzet eenvoudig, maar weet toch de volle tweeënhalf uur te boeien. Dit komt door de twee sterke prestaties van McQueen en Hoffman en de variatie aan locaties waar het verhaal zich afspeelt. Het is boeiend om iemand een schijnbaar onmogelijke taak te zien uitvoeren. Mensen zijn altijd geïntrigeerd door gevangenissen en het ontsnappen hieruit. Escape from Alcatraz is hier nog zo'n mooi voorbeeld van. De beste film aller tijden volgens de bezoekers van IMDb is tevens een gevangenisfilm.
De film komt uit 1973 maar kent weinig tekenen van ouderdom. Het is nu nog steeds een mooie film om te zien door de goede cinematografie en sterke acteerprestaties. Sterker nog, de film kent een scène met een krokodil en de acteurs McQueen en Hoffman die hier wel heel dichtbij komen. Een scène die vandaag de dag niet op deze manier, zonder special effects en snelle montage, geschoten zou worden. Papillion is een solide avonturenfilm en een inspirerend personage.
Met McQueen en Hoffman heeft de film twee bijzonder sterke acteurs. McQueen zet een sterke Papillion neer die ondanks de onmenselijke toestanden in de gevangenis niet klein te krijgen is. De scènes waarin hij twee jaar lang in een isoleercel zit wegens een gefaalde ontsnappingspoging zijn claustrofobisch en het vereist een goed acteur om de geestelijke en lichamelijke marteling geloofwaardig neer te zetten. Dit is overigens een van de sterkste sequensen in de film met twee mooi geregisseerde droomscènes. Wanneer de twee jaar voorbij zijn is Papillion gesloopt, maar wanneer hij weer opknapt plant hij met Dega alweer een nieuwe ontsnappingspoging. Ontsnappen is vrijwel onmogelijk zonder geld, waarvan je middels goede contacten aan een boot kunt komen. De tweede poging brengt hem verder en hij brengt enige tijd door met een stam, wat mooie maar vrij idyllische scènes oplevert. Hij wordt later door een stel nonnen verraden aan de Franse autoriteiten en is hij weer terug bij af. Vijf jaar isolatie dit keer waarna hij naar een eilandje wordt gestuurd om daar zijn laatste jaren te slijten in een hutje. Daar komt hij Dega weer tegen die inmiddels van het padje af is en tegen zijn varkens praat. Papillion is oud en grijs, maar nog steeds vastberaden om te ontsnappen en als vrij man te leven. Hij maakt een vlot en springt van de rotsen af, de oceaan in en laat zich door de stroming meevoeren naar Venezuela. Hij heeft de laatste jaren van zijn leven daar als vrij man geleefd.
Papillion is het verhaal van een echte doorzetter. Een man die ondanks alles een doel voor ogen heeft en zijn leven vrij wil leven. Zoals in een van zijn dromen duidelijk wordt is zijn ergste misdaad een vergooid leven. Hij doet er alles aan om te ontsnappen en om iets van zijn leven te maken, in tegenstelling tot Dega die zich al vrij snel heeft neergelegd bij zijn gevangenschap. De film is qua opzet eenvoudig, maar weet toch de volle tweeënhalf uur te boeien. Dit komt door de twee sterke prestaties van McQueen en Hoffman en de variatie aan locaties waar het verhaal zich afspeelt. Het is boeiend om iemand een schijnbaar onmogelijke taak te zien uitvoeren. Mensen zijn altijd geïntrigeerd door gevangenissen en het ontsnappen hieruit. Escape from Alcatraz is hier nog zo'n mooi voorbeeld van. De beste film aller tijden volgens de bezoekers van IMDb is tevens een gevangenisfilm.
De film komt uit 1973 maar kent weinig tekenen van ouderdom. Het is nu nog steeds een mooie film om te zien door de goede cinematografie en sterke acteerprestaties. Sterker nog, de film kent een scène met een krokodil en de acteurs McQueen en Hoffman die hier wel heel dichtbij komen. Een scène die vandaag de dag niet op deze manier, zonder special effects en snelle montage, geschoten zou worden. Papillion is een solide avonturenfilm en een inspirerend personage.
maandag 16 juli 2012
Prometheus (2012) – 4/10
Ik vraag me af of Ridley Scott in 1979 heeft geweten dat hij een van de meest memorabele sciencefictionfilms had gemaakt die tot op de dag van vandaag een enorme schare aan fans heeft. Alien heeft al het goede wat sciencefiction te bieden heeft: boeiende technologie, gedetailleerde sets, een geweldig ontworpen monster (van de hand van H.R. Giger) en een sterke hoofdrol. Sigourney Weaver heeft het vier films volgehouden als heldin van de Alienfilms. Nu, zo'n 33 jaar later, keer Scott weer terug als regisseur om weer eens een Alienfilm op zijn eigen naam te zetten. Maar hoort Prometheus wel thuis in deze serie? Scott zegt zelf dat het geen directe prequel is, maar een originele film. Het verhaal speelt zich wel af in het Alienuniversum en er komen elementen in voor die refereren aan de voorgaande films. Ook in deze film is de Weyland Corporation van de partij om de missie te bekostigen en loopt er een android rond tussen de bemanningsleden, waarbij het in deze film al vanaf het begin duidelijk is dat het geen mens is.
Is dit een waardige Alienfilm geworden? Het korte antwoord is 'nee'. Aan de oppervlakte zou het een geweldige film moeten zijn, maar het is een typisch geval 'net niet'. De film opent met prachtige beelden in 3D van het IJslandse landschap. Dit is werkelijk hoogstaande cinematografie en het gebruik van 3D is in deze film niet eens storend, maar juist sfeerverhogend, al blijft het brilletje wel na een tijdje irriteren. Aan de beelden ligt het niet, daar kun je Scott wel op vertrouwen. Het is het gebrek aan een sterke plot en personages waar je empathie voor kunt hebben.
De plot is op papier even sterk als de eerste Alienfilm. Een schip landt op een planeet om onderzoek te doen en komt daar aliens tegen. De aliens blijken vijandig te zijn en de crew moet zien te overleven. Het schip heet in deze film Prometheus, vernoemd naar de Griekse god. Deze god schonk het vuur aan de mensen waardoor zij een succesvolle beschaving konden bouwen. In de film worden documenten gevonden die zijn verbonden aan de ontstaansgeschiedenis van de mensheid en dus wordt er een vlucht gemaakt naar de plek in het universum die staat beschreven. Daar aangekomen vinden ze al snel vijandelijke aliens en de overblijfselen van een technische beschaving van mensachtige wezens. Helaas is het allemaal niet zo spannend meer nadat de eerste slachtoffers zijn gevallen. Het grootste gemis is hier de dreiging van een grote alien en de claustrofobische scènes in het ruimteschip. De meeste scènes met actie vinden zich plaats in een grot waar weer gemakkelijk uit is te ontsnappen, alhoewel de eerste twee slachtoffers verdwaald weten te raken en al snel alienvoer worden.
Niet alleen het gebrek aan dreiging, maar ook het gebrek aan interessante personages is in deze film een probleem. De meest interessante is ironisch genoeg de android David, gespeeld door Michael Fassbender. De Duitser zet ook hier weer een fantastische acteerprestatie neer. Na X-Men: First Class en Shame, twee totaal verschillende films, bewijst hij weer eens wat een veelzijdige acteur hij is die met weinig materiaal diepgang aan zijn personages weet te geven. De andere bekende namen zijn Charlize Theron, die hier een kille bitch speelt, en de ongebrijpelijke cast van Guy Pearce als stokoude Weyland. Charlize Theron is een ontzettend veelzijdige actrice, maar krijgt hier zo weinig materiaal om mee te werken, dat ook haar personage eendimensionaal blijft. Het verhaal kent ook de noodzakelijke vervanger van Ripley en dat is in deze film Noomi Rapace, een Zweedse actrice die zich nog in Hollywood moet bewijzen. Rapace kan doorgaan als prima heldin, maar kan niet tippen aan Weaver.
Ridley Scott is ondertussen al flink op leeftijd en wil het verhaal een filosofische draai geven door de personages existentialistische gesprekken te laten voeren. Het gesprek tussen de onderzoeker Holloway (Logan Marshall-Green) en de android David is zo'n moment dat enige diepgang weet te creëren. David vraagt zich af waarom hij door de mensen gemaakt is en Holloway antwoordt minachtend "Gewoon, omdat het kan." David vraagt hem vervolgens of hij blij zou zijn met dat antwoord, waarna hij Holloway ongezien infecteert met wat Alienslijm. Kent de android concepten zoals rancune en wraak? De film heeft een behoorlijk cynische ondertoon en het wordt nooit duidelijk wat precies de beweegredenen van Scott zijn. De film roept sowieso meer vragen op dan dat het antwoorden verschaft over de ontstaansgeschiedenis van de mensheid, maar ook van de alien uit de Alienfilms.
Prometheus is mooi aan de oppervlakte, maar is niet in balans wanneer het de diepte in wil gaan. De film voelt niet als een belangrijke toevoeging aan de reeks en heeft een aantal goede kansen laten liggen. Er wordt voor de makkelijke weg gekozen en het verhaal vervalt in clichés. Jammer.
Is dit een waardige Alienfilm geworden? Het korte antwoord is 'nee'. Aan de oppervlakte zou het een geweldige film moeten zijn, maar het is een typisch geval 'net niet'. De film opent met prachtige beelden in 3D van het IJslandse landschap. Dit is werkelijk hoogstaande cinematografie en het gebruik van 3D is in deze film niet eens storend, maar juist sfeerverhogend, al blijft het brilletje wel na een tijdje irriteren. Aan de beelden ligt het niet, daar kun je Scott wel op vertrouwen. Het is het gebrek aan een sterke plot en personages waar je empathie voor kunt hebben.
De plot is op papier even sterk als de eerste Alienfilm. Een schip landt op een planeet om onderzoek te doen en komt daar aliens tegen. De aliens blijken vijandig te zijn en de crew moet zien te overleven. Het schip heet in deze film Prometheus, vernoemd naar de Griekse god. Deze god schonk het vuur aan de mensen waardoor zij een succesvolle beschaving konden bouwen. In de film worden documenten gevonden die zijn verbonden aan de ontstaansgeschiedenis van de mensheid en dus wordt er een vlucht gemaakt naar de plek in het universum die staat beschreven. Daar aangekomen vinden ze al snel vijandelijke aliens en de overblijfselen van een technische beschaving van mensachtige wezens. Helaas is het allemaal niet zo spannend meer nadat de eerste slachtoffers zijn gevallen. Het grootste gemis is hier de dreiging van een grote alien en de claustrofobische scènes in het ruimteschip. De meeste scènes met actie vinden zich plaats in een grot waar weer gemakkelijk uit is te ontsnappen, alhoewel de eerste twee slachtoffers verdwaald weten te raken en al snel alienvoer worden.
Niet alleen het gebrek aan dreiging, maar ook het gebrek aan interessante personages is in deze film een probleem. De meest interessante is ironisch genoeg de android David, gespeeld door Michael Fassbender. De Duitser zet ook hier weer een fantastische acteerprestatie neer. Na X-Men: First Class en Shame, twee totaal verschillende films, bewijst hij weer eens wat een veelzijdige acteur hij is die met weinig materiaal diepgang aan zijn personages weet te geven. De andere bekende namen zijn Charlize Theron, die hier een kille bitch speelt, en de ongebrijpelijke cast van Guy Pearce als stokoude Weyland. Charlize Theron is een ontzettend veelzijdige actrice, maar krijgt hier zo weinig materiaal om mee te werken, dat ook haar personage eendimensionaal blijft. Het verhaal kent ook de noodzakelijke vervanger van Ripley en dat is in deze film Noomi Rapace, een Zweedse actrice die zich nog in Hollywood moet bewijzen. Rapace kan doorgaan als prima heldin, maar kan niet tippen aan Weaver.
Ridley Scott is ondertussen al flink op leeftijd en wil het verhaal een filosofische draai geven door de personages existentialistische gesprekken te laten voeren. Het gesprek tussen de onderzoeker Holloway (Logan Marshall-Green) en de android David is zo'n moment dat enige diepgang weet te creëren. David vraagt zich af waarom hij door de mensen gemaakt is en Holloway antwoordt minachtend "Gewoon, omdat het kan." David vraagt hem vervolgens of hij blij zou zijn met dat antwoord, waarna hij Holloway ongezien infecteert met wat Alienslijm. Kent de android concepten zoals rancune en wraak? De film heeft een behoorlijk cynische ondertoon en het wordt nooit duidelijk wat precies de beweegredenen van Scott zijn. De film roept sowieso meer vragen op dan dat het antwoorden verschaft over de ontstaansgeschiedenis van de mensheid, maar ook van de alien uit de Alienfilms.
Prometheus is mooi aan de oppervlakte, maar is niet in balans wanneer het de diepte in wil gaan. De film voelt niet als een belangrijke toevoeging aan de reeks en heeft een aantal goede kansen laten liggen. Er wordt voor de makkelijke weg gekozen en het verhaal vervalt in clichés. Jammer.
zondag 15 juli 2012
The Good, the Bad and the Ugly (1966) – 9/10
Volgens velen is The Good, the Bad and the Ugly bestempeld als de beste (spaghetti) western aller tijden. De film staat op de vijfde plaats in de IMDb Top 250. Dit wil overigens niet veel zeggen over de lijst zelf, waarin The Shawshank Redemption op nummer één staat. Maar eerlijk is eerlijk, veel beter dan het laaste deel in de Dollar-trilogie wordt het niet. Wat is dit toch een geweldige film. Sergio Leone overtreft zichzelf op elk vlak en de film is grootser, spannender en ook een stuk langer. In 2003 zijn er een drietal gerestaureerde scènes toegevoegd waardoor de extended version nu een lengte heeft van een kleine drie uur.
Er zijn in dit verhaal nu drie hoofdpersonages. Blondie (The Good), Angel Eyes (The Bad) en Tuco (The Ugly). Ze worden alledrie stijlvol (in omgekeerde volgorde) geïntroduceerd door hen ieder een openingsscène te geven waarna het desbetreffende deel van de titel in beeld verschijnt. De grootste rol is weggelegd voor Eli Wallach als Tuco. Hij is het meest uitgediept van de drie en ondanks dat hij alles heeft gedaan wat God verboden heeft, is hij toch charismatisch. De rol van de mysterieuze revolverheld (dit keer Blondie genaamd) is weer weggelegd voor Clint Eastwood. In dit verhaal is de beroemde poncho bewaard voor de nagelbijtend spannende slotscène en loopt hij de rest van de film in een lange jas en een sjaaltje. De kleinste rol is voor de wederom terugkerende Lee Van Cleef, die hier nu de slechterig van het stel speelt; een rol die hem op het lijf is geschreven. Hij zegt zelf dat het beste wat hem ooit is overkomen, het feit is dat hij geboren is met een paar kraaloogjes. Dit heeft hem veel typecasts als slechterik opgeleverd. Hij kan juist ook veel emotionele diepte aan zijn personages geven, zoals te zien is in For a Few Dollars More.
De plot van de film is ontzettend eenvoudig, maar daardoor ijzersterk. Het verhaal speelt zich af tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. Blondie en Tuco hebben met elkaar een deal gesloten dat Blondie elke keer degene is die Tuco oppakt en naar de sheriff brengt voor een vindersloon. Telkens wanneer Tuco op het punt staat opgehangen te worden, schiet Blondie het touw door waardoor hij kan ontsnappen. Ze herhalen dit kunstje om zo aan hun geld te komen, dat ze onder elkaar verdelen. Op een dag besluit Blondie om het geld voor zichzelf te houden en Tuco in de woestijn achter te laten. Tuco spoort Blondie vervolgens op, vangt hem en neemt hem terug de woestijn in. Daar komen ze een zekere Bill Carson tegen, die er flink aan toe is en op sterven na dood is. Hij weet met zijn laatste adem te vertellen dat hij een enorm bedrag aan goud ergens heeft begraven op een begraafplaats. Hij vertelt aan Tuco welke dat is en aan Blondie in welk graf. Nu wil het zo zijn dat Angel Eyes in opdracht van iemand anders op zoek is naar Bill Carson en erachterkomt dat Blondie en Tuco op de hoogte zijn van de schat. Blondie en Tuco zijn zo gedwongen weer samen te werken. Uiteindelijk weten ze alledrie op welke begraafplaats het goud begraven is. De race begint en uiteindelijk is Blondie degene die de exacte plek weet. Gewiekst als hij is, probeert hij de andere partijen tegen elkaar uit te spelen.
Een simpel gegeven zoals een verborgen schat werkt uitstekend als plotmechanisme en menig avonturenfilm heeft hier een verhaal omheen gebouwd. Hierdoor wordt de film veel meer dan alleen een western. Bij een episch avontuur hoort natuurlijk epische muziek. Ennio Morricone is uiteraard weer van de partij en levert een meesterwerk af. Het titelnummer is zo iconisch dat het ondertussen onderdeel uitmaakt van het collectief geheugen. Het wordt te pas en te onpas gebruikt voor allerlei reclames en bij elke verwijzing naar wat ook maar iets met western te maken heeft. Niet alleen dit nummer, maar ook The Ecstacy of Gold is filmmuziek op z'n best. Simpelweg onvergetelijk. De combinatie van beeld en geluid heeft Leone in deze film tot hogere kunst verheven. En ook de beelden zijn prachtig. De settings variëren van kleine stadjes tot uitgestrekte vlaktes van de droge woestijn. De scènes zijn grootschalig, zoals de veldslag om een brug, maar ook kleinschalig, zoals de slotscène waarin de regisseur de ronde plek in het midden van de begraafplaats volledig uitbuit voor stylistische doeleinden. En wat een geslaagde scène is dat geworden. Hier heeft Leone zijn handelsmerk van starende cowboys in extreme close-up niet als doel gebruikt, maar als middel om de film tot een climax te brengen. De film is spannend tot op het laatste moment.
De film is in alle aspecten het werk van een meester en is een meer dan waardig slot van de Dollar-trilogie met de folkloristische Man With No Name die door Clint Eastwood tot icoon is gemaakt. De film is zijn genre ontstegen en is de invloed geworden van een ontelbaar legio films. The Good, the Bad and the Ugly is een begrip geworden en een lat die ontzettend hoog is gelegd. Wanneer wordt er weer eens zo'n fijne western gemaakt?
Er zijn in dit verhaal nu drie hoofdpersonages. Blondie (The Good), Angel Eyes (The Bad) en Tuco (The Ugly). Ze worden alledrie stijlvol (in omgekeerde volgorde) geïntroduceerd door hen ieder een openingsscène te geven waarna het desbetreffende deel van de titel in beeld verschijnt. De grootste rol is weggelegd voor Eli Wallach als Tuco. Hij is het meest uitgediept van de drie en ondanks dat hij alles heeft gedaan wat God verboden heeft, is hij toch charismatisch. De rol van de mysterieuze revolverheld (dit keer Blondie genaamd) is weer weggelegd voor Clint Eastwood. In dit verhaal is de beroemde poncho bewaard voor de nagelbijtend spannende slotscène en loopt hij de rest van de film in een lange jas en een sjaaltje. De kleinste rol is voor de wederom terugkerende Lee Van Cleef, die hier nu de slechterig van het stel speelt; een rol die hem op het lijf is geschreven. Hij zegt zelf dat het beste wat hem ooit is overkomen, het feit is dat hij geboren is met een paar kraaloogjes. Dit heeft hem veel typecasts als slechterik opgeleverd. Hij kan juist ook veel emotionele diepte aan zijn personages geven, zoals te zien is in For a Few Dollars More.
De plot van de film is ontzettend eenvoudig, maar daardoor ijzersterk. Het verhaal speelt zich af tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. Blondie en Tuco hebben met elkaar een deal gesloten dat Blondie elke keer degene is die Tuco oppakt en naar de sheriff brengt voor een vindersloon. Telkens wanneer Tuco op het punt staat opgehangen te worden, schiet Blondie het touw door waardoor hij kan ontsnappen. Ze herhalen dit kunstje om zo aan hun geld te komen, dat ze onder elkaar verdelen. Op een dag besluit Blondie om het geld voor zichzelf te houden en Tuco in de woestijn achter te laten. Tuco spoort Blondie vervolgens op, vangt hem en neemt hem terug de woestijn in. Daar komen ze een zekere Bill Carson tegen, die er flink aan toe is en op sterven na dood is. Hij weet met zijn laatste adem te vertellen dat hij een enorm bedrag aan goud ergens heeft begraven op een begraafplaats. Hij vertelt aan Tuco welke dat is en aan Blondie in welk graf. Nu wil het zo zijn dat Angel Eyes in opdracht van iemand anders op zoek is naar Bill Carson en erachterkomt dat Blondie en Tuco op de hoogte zijn van de schat. Blondie en Tuco zijn zo gedwongen weer samen te werken. Uiteindelijk weten ze alledrie op welke begraafplaats het goud begraven is. De race begint en uiteindelijk is Blondie degene die de exacte plek weet. Gewiekst als hij is, probeert hij de andere partijen tegen elkaar uit te spelen.
Een simpel gegeven zoals een verborgen schat werkt uitstekend als plotmechanisme en menig avonturenfilm heeft hier een verhaal omheen gebouwd. Hierdoor wordt de film veel meer dan alleen een western. Bij een episch avontuur hoort natuurlijk epische muziek. Ennio Morricone is uiteraard weer van de partij en levert een meesterwerk af. Het titelnummer is zo iconisch dat het ondertussen onderdeel uitmaakt van het collectief geheugen. Het wordt te pas en te onpas gebruikt voor allerlei reclames en bij elke verwijzing naar wat ook maar iets met western te maken heeft. Niet alleen dit nummer, maar ook The Ecstacy of Gold is filmmuziek op z'n best. Simpelweg onvergetelijk. De combinatie van beeld en geluid heeft Leone in deze film tot hogere kunst verheven. En ook de beelden zijn prachtig. De settings variëren van kleine stadjes tot uitgestrekte vlaktes van de droge woestijn. De scènes zijn grootschalig, zoals de veldslag om een brug, maar ook kleinschalig, zoals de slotscène waarin de regisseur de ronde plek in het midden van de begraafplaats volledig uitbuit voor stylistische doeleinden. En wat een geslaagde scène is dat geworden. Hier heeft Leone zijn handelsmerk van starende cowboys in extreme close-up niet als doel gebruikt, maar als middel om de film tot een climax te brengen. De film is spannend tot op het laatste moment.
De film is in alle aspecten het werk van een meester en is een meer dan waardig slot van de Dollar-trilogie met de folkloristische Man With No Name die door Clint Eastwood tot icoon is gemaakt. De film is zijn genre ontstegen en is de invloed geworden van een ontelbaar legio films. The Good, the Bad and the Ugly is een begrip geworden en een lat die ontzettend hoog is gelegd. Wanneer wordt er weer eens zo'n fijne western gemaakt?
woensdag 11 juli 2012
For a Few Dollars More (1965) – 8/10
Een jaar na de uitgave van A Fistful of Dollars kwam Leone al op de proppen met een volgende film: For a Few Dollars More, de tweede in de Dollars- of The Man With No Name-trilogie. Het hoofdpersonage wordt in elke film wel genoemd met telkens een andere naam, dit keer Monco. Door deze film is ook weer een ongegrijpelijke rechtzaak aangespannen door de productiemaatschappij van A Fistful of Dollars, die een claim maakte op het personage Joe. Zij hebben dit verloren aangezien de rechter vond dat het personage van folkloristische aard is, en dus publiek domein. Joe en Monco zijn dus niet hetzelfde personage. Eigenlijk is dit vrij onbelangrijk aangezien Eastwood niet bekend staat om zijn transformaties en het personage in de film niet groeit, waardoor we niets van hem te weten komen; hij is slechts een voorbijganger. In deze film nog meer dan in de voorganger. Het verhaal heeft nu meer om het lijf en nu wordt het duidelijker dat The Man With No Name op zich geen interessant personage is.
De naam Clint Eastwood verschijnt als eerste in de opening credits, maar het is zijn tegenspeler Lee Van Cleef die in deze film de show steelt. Hij is tevens een doorgewinterde acteur in dit genre. De plot draait om hem en zijn intenties worden duidelijk aan het eind van de film. Monco heeft buiten de dollars die hem toekomen geen reden om smerige klusjes op te knappen. Dit keer is hij een premiejager die tuig opspoort voor de plaatselijke sheriff aan de hand van de overbekende wanted-posters die het stadsbeeld tekenen. Van Cleef's personage, Col. Douglas Mortimer, is bovendien een premiejager en al snel komen ze erachter dat ze beide achter de bandiet El Indio aanzitten. Dit leidt uiteindelijk tot een samenwerking. De slechterik wordt dit keer weer gespeeld door Gian Maria Volonté. Hij voldoet precies aan het stereotype van een schurk: hij doodt onschuldige mensen, lacht hysterisch en rookt zijn sigaret tussen zijn middel- en ringvinger. Het theatrale spel van de acteur verschaft het personage dan ook weinig diepgang.
For a Few Dollars More is duidelijk met een groter budget gefilmd en dat is te zien. De locaties zijn grootschaliger, er is een legio aan figuranten opgetrommeld en de special effects zien er vakkundig uit. De stemmen en geluidseffecten zijn weer naderhand toegevoegd en dit is te merken, maar niet storend. De muziek van Morricone is ook hier weer van de partij en van hoge kwaliteit, al blijft het hoofdthema niet zo goed hangen als bij de voorganger. De film is mooi om te zien en er is duidelijk te zien dat Leone is gegroeid als regisseur. Geef de man een groter budget en hij maakt prachtige shots van de omgeving en de interieurs waar duidelijk veel aandacht is besteed aan de belichting. Ook heeft hij gekozen voor meer actie, wat het tempo van de film wat verhoogt, maar ten koste gaat van de broeierigheid die A Fistful of Dollars zo kenmerkte. Er wordt overigens nog steeds veel naar elkaar gestaard, gepaard met extreme close-ups van gezichten, een handelsmerk dat Leone zich eigen heeft gemaakt.
Concluderend is dit een waardige opvolger van A Fistful of Dollars. Qua verhaal en personages heeft het niets met de voorganger te maken, maar de stijl is hetzelfde; een echte spaghetti western van de bovenste plank.
De naam Clint Eastwood verschijnt als eerste in de opening credits, maar het is zijn tegenspeler Lee Van Cleef die in deze film de show steelt. Hij is tevens een doorgewinterde acteur in dit genre. De plot draait om hem en zijn intenties worden duidelijk aan het eind van de film. Monco heeft buiten de dollars die hem toekomen geen reden om smerige klusjes op te knappen. Dit keer is hij een premiejager die tuig opspoort voor de plaatselijke sheriff aan de hand van de overbekende wanted-posters die het stadsbeeld tekenen. Van Cleef's personage, Col. Douglas Mortimer, is bovendien een premiejager en al snel komen ze erachter dat ze beide achter de bandiet El Indio aanzitten. Dit leidt uiteindelijk tot een samenwerking. De slechterik wordt dit keer weer gespeeld door Gian Maria Volonté. Hij voldoet precies aan het stereotype van een schurk: hij doodt onschuldige mensen, lacht hysterisch en rookt zijn sigaret tussen zijn middel- en ringvinger. Het theatrale spel van de acteur verschaft het personage dan ook weinig diepgang.
For a Few Dollars More is duidelijk met een groter budget gefilmd en dat is te zien. De locaties zijn grootschaliger, er is een legio aan figuranten opgetrommeld en de special effects zien er vakkundig uit. De stemmen en geluidseffecten zijn weer naderhand toegevoegd en dit is te merken, maar niet storend. De muziek van Morricone is ook hier weer van de partij en van hoge kwaliteit, al blijft het hoofdthema niet zo goed hangen als bij de voorganger. De film is mooi om te zien en er is duidelijk te zien dat Leone is gegroeid als regisseur. Geef de man een groter budget en hij maakt prachtige shots van de omgeving en de interieurs waar duidelijk veel aandacht is besteed aan de belichting. Ook heeft hij gekozen voor meer actie, wat het tempo van de film wat verhoogt, maar ten koste gaat van de broeierigheid die A Fistful of Dollars zo kenmerkte. Er wordt overigens nog steeds veel naar elkaar gestaard, gepaard met extreme close-ups van gezichten, een handelsmerk dat Leone zich eigen heeft gemaakt.
Concluderend is dit een waardige opvolger van A Fistful of Dollars. Qua verhaal en personages heeft het niets met de voorganger te maken, maar de stijl is hetzelfde; een echte spaghetti western van de bovenste plank.
Abonneren op:
Posts (Atom)






