Volgens velen is The Good, the Bad and the Ugly bestempeld als de beste (spaghetti) western aller tijden. De film staat op de vijfde plaats in de IMDb Top 250. Dit wil overigens niet veel zeggen over de lijst zelf, waarin The Shawshank Redemption op nummer één staat. Maar eerlijk is eerlijk, veel beter dan het laaste deel in de Dollar-trilogie wordt het niet. Wat is dit toch een geweldige film. Sergio Leone overtreft zichzelf op elk vlak en de film is grootser, spannender en ook een stuk langer. In 2003 zijn er een drietal gerestaureerde scènes toegevoegd waardoor de extended version nu een lengte heeft van een kleine drie uur.
Er zijn in dit verhaal nu drie hoofdpersonages. Blondie (The Good), Angel Eyes (The Bad) en Tuco (The Ugly). Ze worden alledrie stijlvol (in omgekeerde volgorde) geïntroduceerd door hen ieder een openingsscène te geven waarna het desbetreffende deel van de titel in beeld verschijnt. De grootste rol is weggelegd voor Eli Wallach als Tuco. Hij is het meest uitgediept van de drie en ondanks dat hij alles heeft gedaan wat God verboden heeft, is hij toch charismatisch. De rol van de mysterieuze revolverheld (dit keer Blondie genaamd) is weer weggelegd voor Clint Eastwood. In dit verhaal is de beroemde poncho bewaard voor de nagelbijtend spannende slotscène en loopt hij de rest van de film in een lange jas en een sjaaltje. De kleinste rol is voor de wederom terugkerende Lee Van Cleef, die hier nu de slechterig van het stel speelt; een rol die hem op het lijf is geschreven. Hij zegt zelf dat het beste wat hem ooit is overkomen, het feit is dat hij geboren is met een paar kraaloogjes. Dit heeft hem veel typecasts als slechterik opgeleverd. Hij kan juist ook veel emotionele diepte aan zijn personages geven, zoals te zien is in For a Few Dollars More.
De plot van de film is ontzettend eenvoudig, maar daardoor ijzersterk. Het verhaal speelt zich af tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. Blondie en Tuco hebben met elkaar een deal gesloten dat Blondie elke keer degene is die Tuco oppakt en naar de sheriff brengt voor een vindersloon. Telkens wanneer Tuco op het punt staat opgehangen te worden, schiet Blondie het touw door waardoor hij kan ontsnappen. Ze herhalen dit kunstje om zo aan hun geld te komen, dat ze onder elkaar verdelen. Op een dag besluit Blondie om het geld voor zichzelf te houden en Tuco in de woestijn achter te laten. Tuco spoort Blondie vervolgens op, vangt hem en neemt hem terug de woestijn in. Daar komen ze een zekere Bill Carson tegen, die er flink aan toe is en op sterven na dood is. Hij weet met zijn laatste adem te vertellen dat hij een enorm bedrag aan goud ergens heeft begraven op een begraafplaats. Hij vertelt aan Tuco welke dat is en aan Blondie in welk graf. Nu wil het zo zijn dat Angel Eyes in opdracht van iemand anders op zoek is naar Bill Carson en erachterkomt dat Blondie en Tuco op de hoogte zijn van de schat. Blondie en Tuco zijn zo gedwongen weer samen te werken. Uiteindelijk weten ze alledrie op welke begraafplaats het goud begraven is. De race begint en uiteindelijk is Blondie degene die de exacte plek weet. Gewiekst als hij is, probeert hij de andere partijen tegen elkaar uit te spelen.
Een simpel gegeven zoals een verborgen schat werkt uitstekend als plotmechanisme en menig avonturenfilm heeft hier een verhaal omheen gebouwd. Hierdoor wordt de film veel meer dan alleen een western. Bij een episch avontuur hoort natuurlijk epische muziek. Ennio Morricone is uiteraard weer van de partij en levert een meesterwerk af. Het titelnummer is zo iconisch dat het ondertussen onderdeel uitmaakt van het collectief geheugen. Het wordt te pas en te onpas gebruikt voor allerlei reclames en bij elke verwijzing naar wat ook maar iets met western te maken heeft. Niet alleen dit nummer, maar ook The Ecstacy of Gold is filmmuziek op z'n best. Simpelweg onvergetelijk. De combinatie van beeld en geluid heeft Leone in deze film tot hogere kunst verheven. En ook de beelden zijn prachtig. De settings variëren van kleine stadjes tot uitgestrekte vlaktes van de droge woestijn. De scènes zijn grootschalig, zoals de veldslag om een brug, maar ook kleinschalig, zoals de slotscène waarin de regisseur de ronde plek in het midden van de begraafplaats volledig uitbuit voor stylistische doeleinden. En wat een geslaagde scène is dat geworden. Hier heeft Leone zijn handelsmerk van starende cowboys in extreme close-up niet als doel gebruikt, maar als middel om de film tot een climax te brengen. De film is spannend tot op het laatste moment.
De film is in alle aspecten het werk van een meester en is een meer dan waardig slot van de Dollar-trilogie met de folkloristische Man With No Name die door Clint Eastwood tot icoon is gemaakt. De film is zijn genre ontstegen en is de invloed geworden van een ontelbaar legio films. The Good, the Bad and the Ugly is een begrip geworden en een lat die ontzettend hoog is gelegd. Wanneer wordt er weer eens zo'n fijne western gemaakt?
Posts tonen met het label clint eastwood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label clint eastwood. Alle posts tonen
zondag 15 juli 2012
woensdag 11 juli 2012
For a Few Dollars More (1965) – 8/10
Een jaar na de uitgave van A Fistful of Dollars kwam Leone al op de proppen met een volgende film: For a Few Dollars More, de tweede in de Dollars- of The Man With No Name-trilogie. Het hoofdpersonage wordt in elke film wel genoemd met telkens een andere naam, dit keer Monco. Door deze film is ook weer een ongegrijpelijke rechtzaak aangespannen door de productiemaatschappij van A Fistful of Dollars, die een claim maakte op het personage Joe. Zij hebben dit verloren aangezien de rechter vond dat het personage van folkloristische aard is, en dus publiek domein. Joe en Monco zijn dus niet hetzelfde personage. Eigenlijk is dit vrij onbelangrijk aangezien Eastwood niet bekend staat om zijn transformaties en het personage in de film niet groeit, waardoor we niets van hem te weten komen; hij is slechts een voorbijganger. In deze film nog meer dan in de voorganger. Het verhaal heeft nu meer om het lijf en nu wordt het duidelijker dat The Man With No Name op zich geen interessant personage is.
De naam Clint Eastwood verschijnt als eerste in de opening credits, maar het is zijn tegenspeler Lee Van Cleef die in deze film de show steelt. Hij is tevens een doorgewinterde acteur in dit genre. De plot draait om hem en zijn intenties worden duidelijk aan het eind van de film. Monco heeft buiten de dollars die hem toekomen geen reden om smerige klusjes op te knappen. Dit keer is hij een premiejager die tuig opspoort voor de plaatselijke sheriff aan de hand van de overbekende wanted-posters die het stadsbeeld tekenen. Van Cleef's personage, Col. Douglas Mortimer, is bovendien een premiejager en al snel komen ze erachter dat ze beide achter de bandiet El Indio aanzitten. Dit leidt uiteindelijk tot een samenwerking. De slechterik wordt dit keer weer gespeeld door Gian Maria Volonté. Hij voldoet precies aan het stereotype van een schurk: hij doodt onschuldige mensen, lacht hysterisch en rookt zijn sigaret tussen zijn middel- en ringvinger. Het theatrale spel van de acteur verschaft het personage dan ook weinig diepgang.
For a Few Dollars More is duidelijk met een groter budget gefilmd en dat is te zien. De locaties zijn grootschaliger, er is een legio aan figuranten opgetrommeld en de special effects zien er vakkundig uit. De stemmen en geluidseffecten zijn weer naderhand toegevoegd en dit is te merken, maar niet storend. De muziek van Morricone is ook hier weer van de partij en van hoge kwaliteit, al blijft het hoofdthema niet zo goed hangen als bij de voorganger. De film is mooi om te zien en er is duidelijk te zien dat Leone is gegroeid als regisseur. Geef de man een groter budget en hij maakt prachtige shots van de omgeving en de interieurs waar duidelijk veel aandacht is besteed aan de belichting. Ook heeft hij gekozen voor meer actie, wat het tempo van de film wat verhoogt, maar ten koste gaat van de broeierigheid die A Fistful of Dollars zo kenmerkte. Er wordt overigens nog steeds veel naar elkaar gestaard, gepaard met extreme close-ups van gezichten, een handelsmerk dat Leone zich eigen heeft gemaakt.
Concluderend is dit een waardige opvolger van A Fistful of Dollars. Qua verhaal en personages heeft het niets met de voorganger te maken, maar de stijl is hetzelfde; een echte spaghetti western van de bovenste plank.
De naam Clint Eastwood verschijnt als eerste in de opening credits, maar het is zijn tegenspeler Lee Van Cleef die in deze film de show steelt. Hij is tevens een doorgewinterde acteur in dit genre. De plot draait om hem en zijn intenties worden duidelijk aan het eind van de film. Monco heeft buiten de dollars die hem toekomen geen reden om smerige klusjes op te knappen. Dit keer is hij een premiejager die tuig opspoort voor de plaatselijke sheriff aan de hand van de overbekende wanted-posters die het stadsbeeld tekenen. Van Cleef's personage, Col. Douglas Mortimer, is bovendien een premiejager en al snel komen ze erachter dat ze beide achter de bandiet El Indio aanzitten. Dit leidt uiteindelijk tot een samenwerking. De slechterik wordt dit keer weer gespeeld door Gian Maria Volonté. Hij voldoet precies aan het stereotype van een schurk: hij doodt onschuldige mensen, lacht hysterisch en rookt zijn sigaret tussen zijn middel- en ringvinger. Het theatrale spel van de acteur verschaft het personage dan ook weinig diepgang.
For a Few Dollars More is duidelijk met een groter budget gefilmd en dat is te zien. De locaties zijn grootschaliger, er is een legio aan figuranten opgetrommeld en de special effects zien er vakkundig uit. De stemmen en geluidseffecten zijn weer naderhand toegevoegd en dit is te merken, maar niet storend. De muziek van Morricone is ook hier weer van de partij en van hoge kwaliteit, al blijft het hoofdthema niet zo goed hangen als bij de voorganger. De film is mooi om te zien en er is duidelijk te zien dat Leone is gegroeid als regisseur. Geef de man een groter budget en hij maakt prachtige shots van de omgeving en de interieurs waar duidelijk veel aandacht is besteed aan de belichting. Ook heeft hij gekozen voor meer actie, wat het tempo van de film wat verhoogt, maar ten koste gaat van de broeierigheid die A Fistful of Dollars zo kenmerkte. Er wordt overigens nog steeds veel naar elkaar gestaard, gepaard met extreme close-ups van gezichten, een handelsmerk dat Leone zich eigen heeft gemaakt.
Concluderend is dit een waardige opvolger van A Fistful of Dollars. Qua verhaal en personages heeft het niets met de voorganger te maken, maar de stijl is hetzelfde; een echte spaghetti western van de bovenste plank.
dinsdag 10 juli 2012
A Fistful of Dollars (1964) – 7.5/10
De spaghetti western. Het is een subgenre waar filmmakers zoals Tarantino door geïnspireerd zijn. Wat maakt een western juist spaghetti? Ze zijn van Italiaanse makelij en kennen hun eigen vertel- en filmstijl. Sergio Leone heeft dit genre op de kaart gezet met de film A Fistful of Dollars. De film is broeierig en heeft veel scenes waarin mannen met revolvers elkaar lang aanstaren om vervolgens los te barsten in een kort vuurgevecht. Dit doet denken aan de samuraifilm. In dit Japanse genre gaat het niet om het gevecht, maar om de aanloop ernaar toe. De onderhuidse spanningen lopen zo hoog op dat ze niet eindigen in een lang gevecht, maar op een paar strategische steken met het zwaard, waardoor de vijand wordt uitgeschakeld.
Dit is helemaal niet zo'n vreemde vergelijking, aangezien Leone A Fistful of Dollars heeft gebaseerd op Kurosawa's Yojimbo met in plaats van een samurai een revolverheld als hoofdpersonage. De rechtzaak die Kurosawa tegen het team van Leone heeft aangespannen heeft ervoor gezorgd dat de film drie jaar later in het land van Hollywood uitgebracht werd. Toen pas heeft Clint Eastwood zijn stem voor de film in kunnen spreken. Ja, deze film is zonder geluid opgenomen. In deze Italiaans-Spaanse coproductie sprak elke acteur bij de opnames zijn of haar eigen taal. In de post-productie werd voor elk land van uitgave andere stemmen ingesproken. Dit was niet alleen goedkoop, maar ook een normale gang van zaken in de Europese filmindustrie.
Dat dit een low-budget film is, is aan alles te zien. Weinig acteurs, nachtscènes die overdag zijn geschoten, en, als we Kurosawa mogen geloven, een regelrechte kopie van een bestaande film. Tarantino heeft met zijn low-budget debuut ook uit het Aziatische vaatje getapt door Reservoir Dogs te baseren op de Chinese film City on Fire. Dat acteurs zelf hun personage aankleden en meedenken over de vormgeving van de film, wordt bij een grote productie door andere mensen gedaan. Clint Eastwood heeft met de knijpende ogen, de zwarte sigaar en de Mexicaanse poncho een icoon neergezet die de filmwereld is ontstegen. De poncho is in de slotscène van deze film zelfs een plotmechanisme.
Eastwood speelt een naamloze, rondtrekkende opportunist die uit de conflicten van anderen een slaatje probeert te slaan. Elke cultuur heeft zo zijn schelmenverhalen – wij hebben bijvoorbeeld Reintje de Vos – en je mag gerust zeggen dat The Man With No Name de Italiaanse schelm bij uitstek is. Hij is gewiekst en verzint listen om partijen tegen elkaar uit te spelen, maar heeft daarentegen een charismatische persoonlijkheid. In A Fistful of Dollars rijdt het personage van Eastwood op zijn paard een dood stadje in waarin twee families, die Rojos en de Baxters, een langdurige vete hebben. Daarnaast wonen er alleen een salooneigenaar en een stokoude begrafenisondernemer die een dagtaak heeft aan het vervaardigen van kisten. Die laatste is de enige die blijkbaar de naam weet van het hoofdpersonage, aangezien hij hem constant Joe noemt.
Joe gaat aan de slag bij beide families en eet zo van twee walletjes terwijl zij elkaar het leven zuur maken. Halverwege de film wordt duidelijk waar het echt om gaat. Het hoofd van de Rojos, Ramón, houdt de mooie Marisol in gevangenschap en weg van haar zoontje (een heel irritant jankend kind) en haar man, met wie Ramón een langdurige ruzie heeft vanwege een spelletje poker. Uiteraard komt Joe hier ook achter en besluit het gezin weer te herenigen, tot groot ongenoegen van de Rojos natuurlijk. Het conflict eindigt in een stand-off waarbij de gewiekste Joe een pantser onder zijn poncho heeft verstopt. De Rojos komen zo aan hun einde en er is weer vrede in het stadje. Voor Joe reden genoeg om weer te vertrekken. Hij is immers gewend om in conflicten te leven en aan vrede valt voor hem niets te verdienen.
De film legt qua stijl de lat ontzettend hoog en is dan ook niet voor niets een inspiratiebron geworden voor veel filmmakers. Dit komt ook mede door de inmiddels iconische muziek van Ennio Morricone. Het themanummer komt herhaaldelijk in verschillende varianten door de film heen voor. De combinatie Leone-Morricone is een goude en dat hebben ze geweten. Vanaf dit moment is hun samenwerking niet gestopt en hebben zij zich later nog overtroffen met films zoals The Good, the Bad and the Ugly en Once Upon a Time in the West. A Fistful of Dollars is de eerste uit de Dollars-trilogie en de review van For a Few Dollars More volgt snel!
Dit is helemaal niet zo'n vreemde vergelijking, aangezien Leone A Fistful of Dollars heeft gebaseerd op Kurosawa's Yojimbo met in plaats van een samurai een revolverheld als hoofdpersonage. De rechtzaak die Kurosawa tegen het team van Leone heeft aangespannen heeft ervoor gezorgd dat de film drie jaar later in het land van Hollywood uitgebracht werd. Toen pas heeft Clint Eastwood zijn stem voor de film in kunnen spreken. Ja, deze film is zonder geluid opgenomen. In deze Italiaans-Spaanse coproductie sprak elke acteur bij de opnames zijn of haar eigen taal. In de post-productie werd voor elk land van uitgave andere stemmen ingesproken. Dit was niet alleen goedkoop, maar ook een normale gang van zaken in de Europese filmindustrie.
Dat dit een low-budget film is, is aan alles te zien. Weinig acteurs, nachtscènes die overdag zijn geschoten, en, als we Kurosawa mogen geloven, een regelrechte kopie van een bestaande film. Tarantino heeft met zijn low-budget debuut ook uit het Aziatische vaatje getapt door Reservoir Dogs te baseren op de Chinese film City on Fire. Dat acteurs zelf hun personage aankleden en meedenken over de vormgeving van de film, wordt bij een grote productie door andere mensen gedaan. Clint Eastwood heeft met de knijpende ogen, de zwarte sigaar en de Mexicaanse poncho een icoon neergezet die de filmwereld is ontstegen. De poncho is in de slotscène van deze film zelfs een plotmechanisme.
Eastwood speelt een naamloze, rondtrekkende opportunist die uit de conflicten van anderen een slaatje probeert te slaan. Elke cultuur heeft zo zijn schelmenverhalen – wij hebben bijvoorbeeld Reintje de Vos – en je mag gerust zeggen dat The Man With No Name de Italiaanse schelm bij uitstek is. Hij is gewiekst en verzint listen om partijen tegen elkaar uit te spelen, maar heeft daarentegen een charismatische persoonlijkheid. In A Fistful of Dollars rijdt het personage van Eastwood op zijn paard een dood stadje in waarin twee families, die Rojos en de Baxters, een langdurige vete hebben. Daarnaast wonen er alleen een salooneigenaar en een stokoude begrafenisondernemer die een dagtaak heeft aan het vervaardigen van kisten. Die laatste is de enige die blijkbaar de naam weet van het hoofdpersonage, aangezien hij hem constant Joe noemt.
Joe gaat aan de slag bij beide families en eet zo van twee walletjes terwijl zij elkaar het leven zuur maken. Halverwege de film wordt duidelijk waar het echt om gaat. Het hoofd van de Rojos, Ramón, houdt de mooie Marisol in gevangenschap en weg van haar zoontje (een heel irritant jankend kind) en haar man, met wie Ramón een langdurige ruzie heeft vanwege een spelletje poker. Uiteraard komt Joe hier ook achter en besluit het gezin weer te herenigen, tot groot ongenoegen van de Rojos natuurlijk. Het conflict eindigt in een stand-off waarbij de gewiekste Joe een pantser onder zijn poncho heeft verstopt. De Rojos komen zo aan hun einde en er is weer vrede in het stadje. Voor Joe reden genoeg om weer te vertrekken. Hij is immers gewend om in conflicten te leven en aan vrede valt voor hem niets te verdienen.
De film legt qua stijl de lat ontzettend hoog en is dan ook niet voor niets een inspiratiebron geworden voor veel filmmakers. Dit komt ook mede door de inmiddels iconische muziek van Ennio Morricone. Het themanummer komt herhaaldelijk in verschillende varianten door de film heen voor. De combinatie Leone-Morricone is een goude en dat hebben ze geweten. Vanaf dit moment is hun samenwerking niet gestopt en hebben zij zich later nog overtroffen met films zoals The Good, the Bad and the Ugly en Once Upon a Time in the West. A Fistful of Dollars is de eerste uit de Dollars-trilogie en de review van For a Few Dollars More volgt snel!
Abonneren op:
Posts (Atom)


