dinsdag 18 december 2012

Cloud Atlas (2012) – 4/10

Wat moet het tegenwoordig moeilijk zijn voor filmmakers om nog diepgaande films te maken met alle kwalitatief uitstekende series die HBO en andere betaalzenders uitzenden. Het publiek wil meer, verwacht uitgewerkte personages en vooral hoogwaardige kwaliteit; de honger wordt al lang niet meer gestild door series als CSI en diens klonen. De nieuw film Cloud Atlas van Tom Tykwer, Andy en Lana (voorheen Larry) Wachowski heeft een episodisch karakter, maar mist de uitgebreide vertelling van een serie en vooral de uitdieping van de personages.

Maar wat te doen als je maar liefst zes verschillende verhalen hebt – die inhoudelijk maar magertjes verbonden zijn – en die wil vertellen? Het drietal heeft ervoor gekozen om de film heel lang te maken (bijna drie uur!) en vooral heel veel weg te laten. Dit moet een nachtmerrie in de montageruimte zijn geweest. Zoeken naar samenhang is een ware uitdaging en hetgeen wat alles lijkt te verbinden is een vaag thema over universele connectiviteit en keuzes die langdurige invloed hebben op de toekomst. De acteurs in de film spelen verschillende rollen, waarvoor de meesten urenlang in de stoel bij de grimeurs hebben moeten zitten. Sommigen zijn uitstekend gelukt, zoals Tom Hanks in de rol van een vloekende, agressieve pulpromanschrijver, en anderen minder goed, zoals Hugo Weaving als een grote kenau in een verzorgingstehuis, dat eerder doet denken aan een creatie van Wendy van Dijk.

De losse samenhang tussen de verhalen heeft ook te maken met het feit dat de zes segmenten niet door de drie regisseurs samen zijn geregisseerd, maar dat het duo Wachowski en Tykwer elk drie segmenten voor hun rekening hebben genomen. Vooral de toon van de segmenten verschilt en dat komt de coherentie niet ten goede. Zo springt de vertelling van de hak op de tak van overdreven ernstige sci-fi naar schaamteloze slapstick. Nu zijn de Wachowski's niet erg befaamd om hun diepgang. The Matrix en de twee matige vervolgen waren vooral gestileerde films zonder veel emotie. Tykwer heeft met Lola rennt een unieke film gemaakt, maar is daarna nooit echt enerverend meer geweest.

Het is jammer dat een stel sympathieke filmmakers zo de plank kunnen misslaan. Dit project mag met zekerheid de meest pretentieuze onafhankelijke film genoemd worden. Tegelijkertijd blijft de film maar akelig laag aan de oppervlakte. De segmenten die zich in de toekomst afspelen zijn kopieën van films die dit veel beter hebben gedaan; ze doen erg aan een goedkope Blade Runner denken. De scènes in de jaren '70 met Halle Berry zijn oersaai en missen elke noodzaak. Berry is een complete miscast en heeft duidelijk moeite met het neerzetten van haar verschillende personages.

De film kan samengevat worden met één woord: onsamenhangend. Zowel op inhoud als vorm slaagt de film er niet in om een geheel te vormen. De segmenten zijn gekunsteld aan elkaar gemonteerd en de meerdere rollen van dezelfde acteurs werken eerder afleidend dan dat ze een toegevoegde waarde hebben. De regisseurs en acteurs hebben vast veel plezier gehad in het maken van deze film, maar de kijker wordt buitengesloten van dit al vier jaar durende feestje.

dinsdag 4 december 2012

Lawless (2012) – 6.5/10

Deze film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Na Fargo van de gebroeders Coen betekent dit niet veel meer, aangezien ook maar het kleinste gegeven uit de werkelijkheid deze zin rechtvaardigt. Lawless is gebaseerd het boek The Wettest County in the World van Matt Bondurant, die het leven van zijn grootvader Jack (Shia LaBeouf) en zijn oudere broers Forrest (Tom Hardy) en Howard (Jason Clarke) beschrijft tijdens de drooglegging in de jaren '30 in Franklin County, Virginia. Ze waren zogenaamde bootleggers, die in het geheim hun eigen alcoholische dranken vervaardigden. Het thema is recentelijk populair geworden door de HBO-serie Boardwalk Empire en heeft de broers Weinstein waarschijnlijk aan het idee geholpen deze film uit te brengen. Regisseur John Hillcoat werkt voor de tweede keer samen met muzikant (en scriptschrijver) Nick Cave aan een film.

De zaken van de broers Bondurant worden natuurlijk in de war geschopt door een mysterieuze dame genaamd Maggie Beauford (Jessica Chastain) uit de grote stad, die voor hen komt werken, en de nieuwe deputy Charlie Rakes (Guy Pearce), die een een graantje van de winst mee wil pikken. Rakes is een eersteklas eikel met een rotkop (geweldige prestatie van de grimeurs!). Pearce heeft de rol van zijn leven en houdt zich ook niet in om dit een van de meest memorabele schurken van dit decennium te maken. De rest van de cast mag er ook wezen. Tom Hardy (flink op gewicht door zijn rol als Bane in The Dark Knight Rises) draagt de film en speelt de stille kracht van het drietal. Forrest is stilzwijgend, intelligent, zorgzaam, maar ook een beetje onhandig met vrouwen en andere mensen in het algemeen. Het maakt hem tot een sympathiek en vertederend personage en Hardy laat wederom zien wat voor een fantastische acteur hij is. De Brit heeft in deze film weer zijn stemkunsten ten dienste van zijn rol gezet, wat hem tot een ware kameleon maakt. Gary Oldman, landgenoot en ook bekend om zijn metamorfe gaven, heeft ook een rolletje in deze film als een keiharde, onberekenbare gangster; een eitje voor Oldman.

LaBeouf is zijn Transformers-status inmiddels ontgroeid en laat in dit serieuze werk een sterk staaltje acteerwerk zien. Hij doet denken aan een jonge DiCaprio, maar mist net dat beetje intensiteit in zijn spel, waardoor hij hier niet meer is dan het jonge broertje dat keer op keer de fout ingaat. Eigenlijk zorgen de broers Jack en Howard ervoor dat alles in de soep loopt en ze dienen als mechanismen die de plotwendingen in gang zetten. Howard is aan de zuip wanneer Forrest zijn keel wordt doorgesneden en Jack gaat eropuit met de dochter van de predikant (Mia Wasikowska) en leidt op deze manier Rakes en zijn collega's naar een grote brouwerij. Het spel van Wasikowska is weer heerlijk naturel, zoals dat ook was in The Kids Are All Right. Helaas is ze hier niet meer dan het liefje van Jack.

Lawless is een prachtig geschoten film. De muziek van Nick Cave en zang van countrylegenden Willie Nelson en Emmylou Harris maken de sfeer af. Hoewel dit een solide film is geworden, missen de acteurs toch een chemie onder elkaar. Hardy weet op subtiele wijze diepte aan zijn personage te geven, maar we krijgen nooit het gevoel dat de broers een intrinsieke band met elkaar hebben. Ook de plot komt vooral neer op het kat-en-muisspel tussen Rakes en de broers Bondurant, dat eindigt in een gewelddadige afloop. De film zorgt voor weinig verrassingen en dat is jammer. Alle acteurs doen prima hun best, maar hebben te lijden onder een generieke vertelling.

maandag 3 december 2012

Man from the South - Koblenz (2012) – 7/10

Man from the South komt uit het zuiden. Het zuiden van de Verenigde Staten? Zuid-Europa? Nee, Paul van Hulten komt uit het Brabantse Eindhoven, maar maakt zuidelijke roots muziek. En dan wel heel erg on-Nederlands. Ook hier in Nederland zijn we gecharmeerd van folk, roots en blues. Even weg van al het burgerlijke en het knullige. Wat is er mooier dan uitgestrekte velden, bergen, houten huizen met grote veranda's, afgelegen kerkjes en een zanger met zijn gitaar? Van Hulten houdt van nostalgie en melancholie. Hij spreekt in het korte interview dat bij de tracks van Koblenz zit over het huis van zijn grootvader en hoe geuren en geluiden hem aan vroeger herinneren wanneer hij er langsloopt. Hij houdt van zwaarmoedigheid en moedeloosheid, zonder dat zelf te zijn. Het zijn de motieven die door Koblenz lopen en ze maken dit album, negen nummers tellend, tot een melancholisch geheel, dat ondanks alles toch niet deprimerend werkt.

Opener William begint met een drone van een elektrische gitaar met een flinke dosis distortion, dat wegebt en plaatsmaakt voor van Hulten's fijne, gelaagde stem. De distortion zet de toon zet voor de rest van het album en keert jammer genoeg niet meer terug. Zijn gitaarspel werkt hypnotiserend en hij weet met subtiele elektrische gitaarklanken zijn akoestische geluid kracht bij te zetten. Een zeer geslaagde opener. Into the Gloom klinkt minder droefgeestig dan de titel doet vermoeden. Het heeft een vrolijke, folky gitaar en de zachte klanken van de vibrafoon. Something Made the Streets Melt zet een shufflebeat in met een sample van onduidelijke herkomst en tilt het album naar een hoger niveau, dat boven de traditionele folk uitkomt. Welcome to Camacua, inclusief sitar, en Bring Me Home zijn dan weer wat traditioneler. De sfeer blijft constant en het zijn lekkere nummers om even van de wereld te ontsnappen. De viool in het laatstgenoemde nummer weet de melancholiek nog eens te benadrukken. Van Hulten vervalt af en toe in geijkte, ietwat eenvoudige taalconstructies zoals "down memory lane" en "take me away from here". Hij houdt niet van moeilijk doen en quasi-poëtische teksten.

Het album, opgenomen in 2009 met een stel vrienden, stond nooit op de planning om uitgebracht te worden. Een vriend heeft hem overgehaald om dit wel te doen en we zijn hem dankbaar. Muziek van deze fijne kwaliteit mag niet op de planken blijven liggen, maar moet gehoord worden. De negen nummers hebben veel goede ideeën en wellicht zou een tweede album voor meer samenhang en structuur kunnen zorgen. De bluesy Ain't That Sweet to Me en Hardy Man breken een beetje met de stijl en hangen er los bij. Dit zijn slechts kleine minpuntjes van een kort, maar heerlijk album. Het is te hopen dat we nog veel van Man from the South gaan horen en dat hij die plaat gaat maken die ons allemaal gaat verrassen. Dat hij nog lekker veel on-Hollandse muziek mag maken!

Download het album (gratis) via Bandcamp.

woensdag 21 november 2012

Skyfall (2012) – 7/10

Stijl, stijl en nog eens stijl. De nieuwe Bondfilm loopt over van stijl! En Sam Mendes is de verantwoordelijke. Dat ruikt naar verandering. Sinds Casino Royale heeft de Bond-franchise een omwenteling gekend door voor een serieuzere aanpak te kiezen en Daniel Craig te casten, die ook op zijn manier een hele andere invulling geeft aan de traditionele Bond. Maar waarom nog steeds hameren op verandering? Wellicht om het mislukte debacle te doen vergeten dat Quantum of Solace heet. Is Mendes eigenlijk wel de juiste persoon om een actiefilm te regisseren? Met films als American Beauty (zijn zeer indrukwekkende doorbraak), Road to Perdition (een ietwat overgewaardeerd gangsterepos) en Revolutionary Road (een zeer ondergewaardeerd meesterwerk) zou je niet gauw denken dat zijn zesde (!) bioscoopfilm een Bondfilm zou zijn.

De film opent ietwat twijfelachtig en geforceerd. Alsof ze Mendes hebben moeten pushen een met actie doorspekte openingsscène te filmen. Hij is duidelijk geen actieregisseur en de achtervolging op motors door de nauwe straatjes van Istanboel doet een beetje knullig aan. Het is niets nieuws en steekt maar bleekjes af tegen de knappe parkour-stunts uit Casino Royale. Dan volgt het themanummer en is dit keer weggelegd voor Adele. Fan of geen fan, dit is weer een ouderwetse, bombastische Bond tune. Iedereen kon 'm van tevoren meezingen, aangezien het nummer al weken van tevoren in de hitlijsten stond.

De nieuwe Bond is anders, maar heeft toch dezelfde ingrediënten. Even checken:
  • Actievolle openingsscène; ✔
  • Bombastisch openingsnummer van populaire artiest; ✔
  • Schurk met lichamelijk mankement die de wereld wil veroveren; ✔
  • Exotische locaties; ✔
  • Femme fatale; ✔
  • Nietszeggende seksscènes; ✔
  • Technische snufjes (weinig gadgets dit keer!); ✔ 
  • "Bond. James Bond." ✔
  • Flauwe oneliners; ✔
  • Moederfiguur;
  • Jeugdtrauma...
Hey, daar gebeurt iets nieuws! Mendes legt hier zo de nadruk op dat de echte Bond-ingrediënten het moeten ontgelden. Zo wordt de femme fatale al halverwege de film van kant gemaakt. Ze werd geïntroduceerd als een van de meest interessante en gelaagde Bondgirls, maar er is geen tijd te verliezen! We moeten naar het einde toe! Dat gaat zo prachtig worden! Ook de schurk, Silva genaamd, kan zich in deze film niet echt uitleven. Javier Bardem kan geweldig goed een engerd neerzetten (zie No Country for Old Men) en de verplichte martelscène weet hij op een heel andere manier ongemakkelijk te maken dan bijvoorbeeld de (vooral voor mannen) huiveringwekkende scène uit Casino Royale met Mads Mikkelsen. Bardem krijgt niet veel tijd om zijn personage ten toon te spreiden en moet het vooral hebben van de duidelijk op The Silence of the Lambs geïnspireerde gevangenisscène. Zijn geschiedenis met M (Judi Dench) maakt hem een interessant personage, maar er is weinig tijd. Vooruit, naar het einde toe!

Het laatste bedrijf is er een die je nog nooit in een Bondfilm hebt gezien. Het speelt zich af in een apart genre, namelijk die van de home invasion à la Straw Dogs. Bond keert terug naar zijn ouderlijk huis in de Schotse hooglanden om daar Silva naar toe te lokken en te verslaan. Dit is werkelijk stijlporno met een hoofdletter S. Hier moet Mendes vast het meest trots op zijn geweest, want de cinematografie is fenomenaal. Het oude huis en de omgevingen zijn prachtig in beeld gebracht. En wat is het tegenwoordig met schurken die op een wel heel erg onspectaculaire wijze aan hun einde komen? Denk aan hoe Bane aan zijn einde kwam in The Dark Knight Rises. Net als deze film is Skyfall het einde van een trilogie van een reboot van een langlopende franchise. Mendes weet heel goed wat diepgang is, maar laat dit ten koste gaan van een ongebruikelijke twist die maar half uitgewerkt is. De film voelt als touwtrekken tussen Mendes en de studiobazen, waarbij ze beiden eindigen met het kortste eind. Bond is weer terug bij af, is in stijl gekomen en gegaan... en zal dit nog keer op keer gaan doen.

zaterdag 3 november 2012

Heavenly Creatures (1994) – 8/10

Voordat Peter Jackson een van de succesvolste filmreeksen aller tijden maakte (The Lord of the Rings trilogie), was hij in de jaren '80 en '90 al flink aan de weg aan het timmeren om een gerespecteerd filmmaker te worden. Hij filmt het liefst in zijn thuisland Nieuw-Zeeland en Heavenly Creatures is dan ook geen uitzondering. Jackson heeft in zijn films altijd een hang naar het duistere, het macabere. Begin jaren '50 werd het stadje Christchurch opgeschrikt door een gruwelijke moord, gepleegd door de tienermeisjes Pauline Parker en Juliet Hulme. Het slachtoffer betrof de moeder van Pauline, Honora Parker Rieper, en was door de meisjes tienvoudige malen met een steen op haar hoofd geslagen. Wat kan deze jonge meisjes gedreven hebben om zo'n daad te begaan? Genoeg materiaal om een film van te maken, dacht Jackson.

De film had maar liefst twee debuterende actrices: Melanie Lynskey en Kate Winslet. Lynskey is (helaas) het meest bekend geworden als de stalkende buurvrouw Rose uit Two and a Half Men, en het succesverhaal van Winslet mag door de jaren heen duidelijk zijn geworden. Het acteerwerk van beide dames in deze film is werkelijk fenomenaal. Dit des te meer omdat het twee uitermate uitdagende rollen zijn van twee meisjes die een intens hechte vriendschap hadden. Pauline is een braaf meisje dat uit een liefdevol gezin komt. Ze is ontzettend creatief: ze maakt figuurtjes van klei van de koninklijke familie en laat ze spelen in haar fantasieverhalen. Juliet komt met haar familie uit Engeland naar Nieuw-Zeeland en komt uit een liberaal gezin, is welbespraakt en een tikje ondeugend, tot groot ongenoegen van de leraressen van de stijve meisjesschool. Pauline raakt onder de indruk van Juliet en de twee worden al gauw dikke vriendinnen. Ze zwijmelen weg bij de muziek van Italiaanse zangers en vereren hun favoriete filmsterren. Ze ontsnappen de saaie wereld van hun school en duffe ouders en spelen in hun fantasiewereld leden van de koninklijke familie waarbij Pauline's kleifiguurtjes tot leven komen. Jackson toont zich hier weer een meester in practical special effects. Jackson heeft altijd al een liefde gehad voor handgemaakte poppen en monsters; zijn live-action special effects zijn een handelsmerk geworden. Meet the Feebles (1989) is een soort Muppets on acid en Braindead (1992) is een over-the-top horror-komedie.

Door juist hun fantasiewereld te laten zien, worden de personages vele malen interessanter en maakt de beleving van hun vriendschap des te intenser. De realiteit wordt hierdoor ook intenser beleefd en de kijker begrijpt de pijn veel beter wanneer de meisjes elkaar een lange tijd niet mogen zien wanneer Juliet tuberculose krijgt en in quarantaine moet. De ouders van Juliet laten de schaduwzijde van hun liberale leven zien door tijdens haar ziektebed doodleuk op vakantie te gaan. Pauline en Juliet komen deze moeilijke tijd door, door elkaar brieven te schrijven in een langdurig rollenspel, waarbij ze elk de identiteit van een koninklijk familielid aannemen. Het weerzien is euforisch en hun ouders maken zich steeds meer zorgen om de hechte vriendschap. Vader Hulme gaat naar de ouders van Pauline om zijn zorgen te uiten over de volgens hem ongezonde verstandhouding van hun dochters. Het ondenkbare zou toch niet waar zijn? De psychiater van Pauline heeft dan ook grote moeite het woord 'homoseksualiteit' uit te spreken als hij haar moeder informeert dat dit slechts een fase is en dat het wel weer over gaat. Jackson weet slim hier en daar de film van humor te voorzien. Juliet Hulme, die nu door het leven gaat als Anne Perry en bovendien een succesvol schrijfster is, heeft altijd gezegd dat hun vriendschap wel obsederend, maar niet lesbisch geaard was.

Moeder Rieper (de ouders waren niet getrouwd) gaat Pauline steeds meer tegenstaan, helemaal wanneer ze met een jongen wordt betrapt en steeds opstandiger begint te worden. Pauline begint steeds meer een hekel aan haar te krijgen en ziet haar als het grootste obstakel dat haar vriendschap met Juliet in de weg staat. Ze besluit samen met Juliet een plan te maken om moeder uit de weg te ruimen. Met de wetenschap dat deze scène eraan gaat komen, wordt het extra spannend als de dag aanbreekt waarop het gaat gebeuren. Jackson weet als geen ander de spanning op te voeren om uiteindelijk te leiden tot de gruwelijke climax; Jackson is niet vies van een beetje bloed. Niet alleen spanning en tempo is Jackson gegeven, maar ook zijn geweldige camerawerk. Hij staat erom bekend veel verschillende schots van zijn scènes te maken, waardoor ze erg levendig worden; het beeld is altijd in beweging.

Jackson weet hier een uitzonderlijke gevoeligheid voor zijn personages te creëren die in zijn latere films nooit zo fijn en kleinschalig meer worden. The Return of the King (2003) neigt erg naar melodrama en The Lovely Bones (2009) is een half geslaagde film die weinig subtiel is. De geslaagde emotionele gelaagdheid in Heavenly Creatures is grotendeels te danken aan de twee hoofdrolspeelsters die als debuterend actrices een verbluffende prestatie neerzetten. Het is te hopen dat Jackson nog eens zo'n fijne, kleine film maakt, maar met nog drie Hobbit-films en een vervolg op Kuifje voor de boeg, zal dat voorlopig niet gebeuren.

maandag 22 oktober 2012

Killer Joe (2011) – 4.5/10

Dear Mr. Friedkin,

Your 2011 film Killer Joe has finally become available here in the Netherlands and I have been waiting for it for quite a while now. In the early 70s you have made two absolute classics, The French Connection and The Exorcist, and finished your spree in 1980 with the underrated Cruising. In 2003, I went to the cinema on my own to see your new film The Hunted. It was entertaining while it lasted, but it was a shame to see that it had fallen into the mediocre Hollywood category. I am pleased to see that, at your age, you have made a 180 degree turn in terms of new projects, starting with the 2006 film Bug. I did not understand it, but it was a welcome change in your director's reel. And now, with Killer Joe, you have turned movie land and its movie goers upside down again with a mean, dirty, and all over controversial film. It has gotten the rare NC-17 rating in your country and this can mean only one thing: lots of sex and violence! I am glad you have made no consessions towards the milder R rating.

The film is full of nasty surprises, but the good surprise is the performance of the actors. I am glad that you could persuade Matthew McConaughey, the go-to Texan actor it seems, to play the part of Killer Joe. He is so intimidating and yet so slick. He is clean-shaven – everywhere – and yet very rough. Speaking of hair, the women in this movie show a lot of pubic hair. Is this to emphasize a contrast between them being trailer trash and Joe being a more 'civilized' police detective? I have to admit i chuckled when the woman flashed her bush in front of her step-son when she opened the door of the trailer. I know Gina Gershon does not shy away from showing herself, and I am glad she went all the way in this film. She seemed the most committed to this project, as the most humiliating scene of the film involved her performing fellatio on a deep fried chicken leg. Now, I am not an American and KFC is not really a part of our Dutch culture, but is it a visual metaphor for the dumb people sucking the cock of the big fast food chains? I really hope so, because, as you may have noticed, I am trying to make sense of this movie.

The story you have chosen is actually quite simple. It is not unique at all. A guy named Chris (Emile Hirsch) owes some guys some money and he has to get it within a very short period of time. His mother has a big life insurance, and from what we know she is supposed to be a real monster of a woman, so it would be no biggie to get her killed. It turns out all the money will be given to Dottie (Juno Temple), the younger sister of Chris, so through her, they can split it four ways among the dad (great performance by Thomas Haden Church!), the step-mom and the kids. Killer Joe is the corrupt detective who has a killing job on the side, but we never see him kill anyone. Not even the mother! Is this another joke? And who are we supposed to root for in this film? I thought it was Chris, but he is so dumb. It can't be Joe, because he is such a sick fuck. He keeps the young Dottie – how old is she supposed to be again? – as a 'retainer' for his money until he gets his share. You have made everyone (except for Dottie, maybe) an asshole in this movie, so there is no way I was going to invest my emotions in any of them.

The pacing of the story was also a problem for me. There is a lot of meaningless dialogue that goes nowhere and some scenes just drag on. Are we supposed to feel uncomfortable while watching this? When Dottie undressed herself in front of Joe, and he turned around when she revealed her private parts, the viewer is the only one watching her get naked. Was this your intention? Also, the dark humor in this film worked sometimes, but usually not. I did not know when to laugh, because it was so violent. I am all about excessive violence mixed with humor, but there was no contrasting entity in this film that made sense of it all. I did laugh at the suit of the dad falling apart at the notary public. This joke was perfectly timed. The visual humor was so innocent and really appreciated in this dark film. See? That's contrast! This works!

Now, I am not here to tell you what you can and cannot do. You have made this uncompromising film with a big intention – I am not sure what it is, yet – and that is a great thing. Although, I did feel a bit like you were telling me what I can and cannot feel for the characters involved. Everyone was so unlikable that I had no choice but to conform to that. And the ending was so abrupt, that I felt a bit cheated. But please, keep on making these kinds of films. I heard you were making a new one with Nicolas Cage called I Am Wrath, where he takes the law into his own hands. I am very excited! For the record: I'd rather see a failed project from a master than a PG-13 rated, big budget Hollywood production.

Sincerely,

Tomas D. Dekkers

zondag 21 oktober 2012

Moonrise Kingdom (2012) – 7/10

Moonrise Kingdom gaat over het 12-jarige jongetje Sam (Jared Gilman) is lid van de Khaki Scouts, onder leiding van Scout Master Randy Ward (Edward Norton), die zijn gebivakkeerd op het eilandje Penzance in New England. Op een morgen blijkt Sam vertrokken te zijn en hij heeft een brief achtergelaten met daarop zijn ontslag van de Khaki Scouts. Hij en het meisje Suzy (Kara Hayward) hebben in het geheim brieven naar elkaar gestuurd nadat ze elkaar enige tijd geleden hadden ontmoet en verliefd zijn geworden. Suzy woont aan de andere kant van het eiland in een groot huis met vader (Bill Murray), moeder (Frances McDormand) en drie jongere broertjes. Ze is het buitenbeentje van de familie en ziet in Sam een uitvlucht. Vader en moeder zijn allebei advocaat, maar hebben ook hun eigen probleem. Moeder heeft namelijk ook een relatie met Police Captain Sharp (Bruce Willis).

Al gauw wordt onder de eilandbewoners duidelijk dat zowel Sam als Suzy op dezelfde dag zijn verdwenen. Sam is een weeskind en niet meer welkom bij zijn pleegouders en zal nadat hij gevonden is, overgedragen worden aan Social Services (Tilda Swinton). Er wordt een zoekactie gestart met hulp van de Khaki Scouts. Ondertussen zijn Sam en Suzy samen op avontuur, al jagend en kamperend in de natuur, alwaar hun kalverliefde tot uiting komt.

Het nieuwe kunstwerkje van Wes Anderson mag er zeker wezen. De man staat bekend om zijn eindeloze visuele details. Met films als The Life Aquatic with Steve Zissou en Fantastic Mr. Fox heeft Anderson al meerdere malen bewezen hierin een meester te zijn. Hij heeft er deze keer voor gekozen om zijn film op 16mm-film op te nemen, om het jaren '60 gevoel te accentueren. Het beeld krijgt zo een grofkorrelig effect wanneer dit wordt uitvergroot op het traditionele 35mm-formaat. De hele stijl van de film, inclusief de credits, komen rechtstreeks uit de keuken van Anderson en geen enkele filmmaker komt daarin echt in de buurt. De stijl was de prioriteit en daar heeft de rest van de film helaas onder te lijden.

Moonrise Kingdom heeft om mee te beginnen al te veel personages. Te veel om hen in anderhalf uur goed uit te diepen. Ze zijn allemaal eendimensionale figuren in de prachtige kijkdoos van Anderson. De plot van Sam en Suzy krijgt zo te weinig aandacht en dat is zonde, aangezien het de hoofdattractie van de film is. Ook is het acteerwerk van de kinderen wat twijfelachtig. Ze beschikken niet over de emotionele diepgang om hun personages kleur te geven. Wat overblijft zijn kinderen die de zinnen oplezen die volwassen voor hen hebben geschreven. Anderson zelf en Roman Coppola – de zoon van – zijn hiervoor verantwoordelijk.

Ondanks het gebrek aan diepgang, iets waarin Anderson juist wel excelleert in The Royal Tenenbaums, en het soms moeizame tempo en vreemd gekozen spanningsbogen, is de film geen straf om te zien. Andersons visuele stijl is zo uniek dat dit gegeven de film alleen al de moeite waard maakt. Ook de visuele humor draagt bij aan de charme van de film. Het is nu hopen dat Anderson in zijn volgende project het deksel van zijn kijkdoos oplicht, zodat we een dieper beeld krijgen van zijn personages en hun zo wat ademruimte gunt.