maandag 28 januari 2013

Bad Religion - True North (2013) – 7.5/10

De eerste seconden van het eerste en tevens titelnummer van True North klinken zo herkenbaar dat je je misschien even vergist. De productie van dit album grijpt terug naar de vroegere perioden van Bad Religion. De mix is clean met alleen gitaren, drums en zang, en geen toeters en bellen. Om eerlijk te zijn zit er één toetertje ("Dharma and the Bomb") en één belletje in ("Fuck You"). Voor de rest is het onvervalste punkrock van het meest catchy soort. De heren zijn al sinds het begin van de jaren '80 bezig en om de twee à drie jaar komen ze trouw met een album op de proppen. Als je als band al zestien albums op je naam hebt staan, zitten er uiteraard weleens een paar missers tussen. True North komt nu toch wel ècht dichtbij hun oude sound van Against the Grain (Epitaph, 1990) en Generator (Epitaph, 1992). Nog meer zelfs dan hun 'comeback' The Process of Belief (Epitaph, 2002), toen ze, na wat middelmatige albums bij Atlantic, weer terugkwamen bij hun label Epitaph van oprichter en gitarist Mr. Brett, die voor het eerst in zijn carrière een nummertje op een album zingt ("Dharma and the Bomb").

Hoewel de terugkomst van Mr. Brett in 2002 de band weer wat energie heeft gegeven, na volledig ingekakt te zijn op No Substance (Atlantic, 1998) en The New America (Atlantic, 2000), is het Greg Graffin die de band volledig maakt. Zijn zang is herkenbaar uit duizenden. Al sinds hun echte doorbraak met hun derde album Suffer (Epitaph, 1988), klinkt hij al als een oude wijze man met rauwe stem die in dichtvorm preekt over alles wat er mis is in de wereld. In het nummer "I Am a Huge Fan of Bad Religion" van NOFX zingt Fat Mike I bought Suffer then I bought a thesaurus, om maar even aan te geven wat een enorme woordenschat Graffin tot zijn beschikking heeft. Het kon ook niet anders dat hij nog eens professor zou worden; naast zanger heeft hij ook een Ph.D. in zoölogie en geeft hij les aan de UCLA. Het mag duidelijk zijn dat hij de evolutietheorie verkiest boven het creationisme, blijkens de naam van de band en hun logo. Dit zijn dan ook de meest radicale elementen van de band. Bad Religion is nooit echt 'hardcore' geweest en dat is al jaren hun kracht. Ze hebben namelijk de perfecte combinatie van catchy punkrock met intelligente teksten gevonden.

Met een album dat LP-vriendelijkerwijs 35 minuten duurt en maar een nummer langer dan 3 minuten heeft, is True North ook qua vorm weer lekker ouderwets. De nummers zijn snel, heerlijk snel, en laten zien dat de heren nog lang niet ingedut zijn. Het 1 minuut durende "Vanity" is zo'n voorbeeld, evenals de klapper van het album "Nothing to Dismay" die je voorlopig niet uit je kop krijgt (No, no, no security / Nothing to dismay!). Wanneer een Bad Religion nummer een banale titel heeft als "Fuck You", dan schuilt daar meer achter. Het is geen scheldtirade, maar gaat over het feit dat je af en toe weleens lekker onverantwoord op iemand mag schelden als dat nodig is. De echte hardrock-achtige nummers zijn bijna afwezig, afgezien van "Dharma and the Bomb", de vreemde, maar lekkere eend in de bijt, en "Hello Cruel World", de ballad van het album. De rest zijn kort maar krachtige, recht-voor-z'n-raap punkrocknummers. Dit album combineert alle fijne elementen (ja, zelfs die van hun Atlantic-periode) uit hun carrière en wat mij betreft had dit hun 30-jarige jubileum-album moeten zijn, in plaats van het twijfelachtige The Dissent of Man (Epitaph, 2010). Dit zou wel een mooie afsluiter van hun carrière kunnen zijn, mochten de heren erover denken op te houden.

maandag 7 januari 2013

Burial - Truant (2012) – 8/10

Geknisper, gekraak, getik, gerommel, gekras, gekling, geklang en flarden zang; Burial komt weer met nieuwe muziek. En hoe! Na zijn echte doorbrak met zijn tweede album Untrue is het steeds bergopwaarts gegaan voor William Bevan (als dat immers zijn echte naam is – er hangt altijd veel geheimzinnigheid rond Burial). Een nieuw album laat lang op zich wachten, maar hij is nu al toe aan zijn derde EP, genaamd Truant, en blijft wederom weer trouw aan het label Hyperdub van Kode9. Deze drie 'zoethoudertjes' staan prima op zichzelf en Truant is daarop geen uitzondering.

Met Truant geeft Burial weer een stukje meer prijs, maar laat de luisteraar wederom gissen naar zijn identiteit. Was hij een spijbelaar (truant)? Is hij nog steeds opstandig en heeft hij maling aan de gevestigde orde? Misschien vertelt hij wel een van de duizenden sombere verhalen uit Londen. Als je naar de muziek van Burial luistert, hoor en voel je de somberheid en de duisternis van de Engelse hoofdstad. Alsof je met je gezicht op het grauwe asfalt ligt en Burial je de schoonheid ervan toont. Op de nieuwe EP staan twee van die ruwe diamanten: de titeltrack en Rough Sleeper, elk ver boven de 10 minuten durend. Burial maakt niet echt 'liedjes' meer, maar meer lang uitgesponnen werken, waar de nadruk nog meer op de sfeer ligt dan voorheen.

De basis van Burial is nog steeds die van de garage en house en de gruizigheid is wederom veelvuldig aanwezig, met flarden van zang die contrasteren met de korreligheid van de rest van de muziek. De tekst "I fell in love with you" van het titelnummer zou in elke andere context banaal overkomen, maar bij Burial klinkt het oprecht en gestript van elke suikerlaag. De bas speelt een prominente rol in deze track en het is werkelijk heerlijk wanneer deze halverwege dieper gaat dan je had durven hopen.

De twee tracks zijn als taxiritten in de nacht door de achterwijken van Londen; je krijgt maar een vlaag mee van wat er gebeurt en heeft alles behalve een climax. De tracks zijn versnipperd in hun interne samenhang, maar geven je in ruil daarvoor verrassingen en impressies. Zo klinkt er in Rough Sleeper het geluid van een saxofoon, een instrument dat nooit eerder te horen was in het oeuvre van Burial. Het mooie van Burial is, is dat hij als geen ander zijn huisstijl weet te bewaren en toch nog ruimte over te laten voor vernieuwing. De tweede track is de melodieuze verrassing van de twee en klinkt melancholisch. De melodie is eenvoudig, maar zeer geslaagd en dat draagt bij aan de charme van Burial. Zo geeft vooral deze laatste track niet meteen alle geheimen prijs en bij de derde luisterbeurt besef je weer dat Burial de enige in zijn soort is.

zondag 23 december 2012

Taken 2 (2012) – 2/10

Soms vraag ik me weleens af waarom een film een bioscoop release krijgt. Natuurlijk, Taken was een onverwachte hit. Dat valt uit te melken! Death Wish is immers ook tot deeltje 5 gekomen. Waarom wraakfilms altijd veel aan populariteit winnen, is mij nog steeds een raadsel. Wraak is een van de meest primitieve reacties op een heftige gebeurtenis. Oog om oog, tand om tand. Bryan Mills (Liam Neeson) had in het eerste deel een hoop mensen om het leven geholpen, dat hij legitimeert met het feit dat het misdadigers waren die jonge vrouwen verhandelden. Deze mannen waren natuurlijk iemands zonen, vaders, etc. Nu, in Taken 2, neemt een van die vaders (Rade Serbedzija, Snatch.) wraak op Bryan en zijn gezin. Een lichtelijk interessant uitgangspunt, ware het niet dat deze schurk niet clichématiger neergezet had kunnen worden.

Famke Janssen heeft hier een iets grotere rol dan in het origineel, maar mag vooral hulpeloos hangen en liggen terwijl Bryan een paar handlangers om het leven helpt. Dochter Kim (Maggie Grace) mag in deze film wat meer rondlopen en papa uit de nood helpen wanneer hij en mama gevangen zitten. Kim moet haar ouders vinden en Bryan zou geen ex-CIA zijn als hij niet wist hoe hij haar naar hen toe kan leiden. Hij laat Kim granaten gooien in het centrum van Istanboel, zodat hij aan de knal kan horen hoe ver ze van hen verwijderd is. Dit is even ingenieus als belachelijk. Luc Besson (Léon, The Fifth Element) is nu ook weer medeverantwoordelijk voor het schrijven van deze film. De naam Luc Besson is inmiddels een handelsmerk geworden en een soort kwaliteitslabel voor goede actiefilms. En easy money vanuit zijn standpunt.

De film zit vol met belachelijke scènes. Zo laat Bryan zijn dochter auto rijden wanneer ze achternagezeten worden door een stel slechteriken. Hij vertelt haar naar de Amerikaanse Ambassade te rijden en wanneer daar een stel gewapende mariniers klaar staan om te vuren, lijkt het hem het beste om daar gewoon doorheen te rijden. Een telefoontje (nog steeds vanuit de auto!) naar een van zijn ex-CIA vrienden is genoeg om hem na een paar minuten weer los rond te laten lopen. Als de schrijvers een loopje nemen met de geloofwaardigheid, dan moeten zij ook niet vreemd opkijken dat de kijker de ernst van de zaak ook niet serieus neemt. Dat is nog een probleem van deze film: de serieuze toon. Alles wordt zonder ook maar enige ironie verteld, waardoor er geen andere laag overblijft waarop je de film zou kunnen waarderen.

Taken 2 is een mislukt vervolg om een overhypte actiefilm. De film is niet beter dan een gemiddelde Steven Seagal-film en hoort direct thuis in de overvolle grabbelbakken van een Media Markt of Saturn. Het wordt tijd dat Neeson weer eens een wat uitdagender project gaat doen. Tussen Oscar Schindler en Bryan Mills zit namelijk een enorme kloof. Laten we hopen dat hij de verleiding van Taken 3 kan weerstaan.

vrijdag 21 december 2012

End of Watch (2012) – 7.5/10

Politieagent is geen beroep, maar een roeping. Het werk houdt niet op na je dienst. Je collega's zijn je familie en je deelt alles met je maatje. Je offert jezelf op voor je familieleden en je laat elkaar nooit in de steek; altruïsme staat hoog in het vaandel. Daar mag je best trots op zijn. End of Watch gaat over de twee partners Taylor (Jake Gyllenhaal) en Zavala (Michael Peña) van de LAPD. Taylor neemt alles op wat ze doen. Hij heeft overal kleine cameraatjes in hun auto geplaatst, heeft bij zijn partner en zichzelf een minicamera op de kleding vastgemaakt en loopt rond met een camcorder. Iedereen vindt het maar onzin. Als ze echter na een wilde achtervolging de daders neerschieten, dat terecht blijkt te zijn, worden ze door het bureau gehuldigd. Wanneer de twee buddies een man aanhouden, vinden ze in zijn auto een hoop geld en een stel wapens. Wat ze niet weten, is dat deze man lid is van een gevaarlijk kartel, dat opereert in de wijken waar Taylor en Zavala patrouilleren. Ze raken steeds meer verwikkeld in hun zaken, dat het op den duur levensbedreigend wordt en leden van het kartel de twee agenten voor goed willen uitschakelen.

Deze derde film van David Ayer (hiervoor maakte hij het matige Street Kings) is niet een reguliere cop buddy film. De humor vloeit voort uit de gesprekken van de twee agenten en zijn nooit onderdeel van de plot. Ook de actie is behoorlijk rauw; zeker niet op zijn plaats in een doorsnee actiekomedie. Dit komt de film allemaal ten goede, want Ayer tracht een realistisch beeld weer te geven van het leven van een politieman. Dit wordt nog eens versterkt door de digitale cameravoering. Het beeld is schokkerig en rauw, vol van over- en onderbelichting, maar met vlagen prachtig. Zo is er een scène waarbij de twee agenten twee vermiste kinderen vinden. De scene is prachtig belicht en een van de kinderen, vol van onschuld, met grote ogen kijkend in de camera, is in beeld gebracht met de kleine camera in het borstzakje van de agent. Een van de meest realistische scènes.

Wat een film mede realistisch maakt is sterk acteerwerk. Dat zit wel goed met deze film. Gyllenhaal en Peña hebben een geweldige chemie en je gelooft echt dat deze twee mannen voor elkaar door het vuur gaan. Ze acteren lekker natuurlijk en ongeforceerd. Ook Anna Kendrick, die indruk maakte in het fantastische Up in the Air, speelt geweldig ingetogen als de vriendin van Taylor. De acteurs die de gangsters spelen (Richard Cabral en Maurice Compte) zijn een geweldige metamorfose ondergaan en lijken zo uit de achterwijken van LA geplukt; angstaanjagend en levensecht.

Het idee dat in elk huis, achter elke hoek gruweldaden schuil kunnen gaan is een beangstigende gedachte, en maakt End of Watch op momenten een ware horror. De ontknoping van de film is bloedstollend intens en heeft een heuse take no prisoners stijl. Niets blijft de hoofdpersonages bespaard en de film heeft tot dat punt zo'n sfeer weten te creëren dat de kijker alles kan verwachten. Het einde is grimmig, maar past perfect bij de toon van de film. End of Watch is keihard en ontroerend. Het is geen reclamefilm voor de politie, maar eerder een reality check. Petje af voor de mensen voor wie dit dagelijkse kost is.

dinsdag 18 december 2012

Cloud Atlas (2012) – 4/10

Wat moet het tegenwoordig moeilijk zijn voor filmmakers om nog diepgaande films te maken met alle kwalitatief uitstekende series die HBO en andere betaalzenders uitzenden. Het publiek wil meer, verwacht uitgewerkte personages en vooral hoogwaardige kwaliteit; de honger wordt al lang niet meer gestild door series als CSI en diens klonen. De nieuw film Cloud Atlas van Tom Tykwer, Andy en Lana (voorheen Larry) Wachowski heeft een episodisch karakter, maar mist de uitgebreide vertelling van een serie en vooral de uitdieping van de personages.

Maar wat te doen als je maar liefst zes verschillende verhalen hebt – die inhoudelijk maar magertjes verbonden zijn – en die wil vertellen? Het drietal heeft ervoor gekozen om de film heel lang te maken (bijna drie uur!) en vooral heel veel weg te laten. Dit moet een nachtmerrie in de montageruimte zijn geweest. Zoeken naar samenhang is een ware uitdaging en hetgeen wat alles lijkt te verbinden is een vaag thema over universele connectiviteit en keuzes die langdurige invloed hebben op de toekomst. De acteurs in de film spelen verschillende rollen, waarvoor de meesten urenlang in de stoel bij de grimeurs hebben moeten zitten. Sommigen zijn uitstekend gelukt, zoals Tom Hanks in de rol van een vloekende, agressieve pulpromanschrijver, en anderen minder goed, zoals Hugo Weaving als een grote kenau in een verzorgingstehuis, dat eerder doet denken aan een creatie van Wendy van Dijk.

De losse samenhang tussen de verhalen heeft ook te maken met het feit dat de zes segmenten niet door de drie regisseurs samen zijn geregisseerd, maar dat het duo Wachowski en Tykwer elk drie segmenten voor hun rekening hebben genomen. Vooral de toon van de segmenten verschilt en dat komt de coherentie niet ten goede. Zo springt de vertelling van de hak op de tak van overdreven ernstige sci-fi naar schaamteloze slapstick. Nu zijn de Wachowski's niet erg befaamd om hun diepgang. The Matrix en de twee matige vervolgen waren vooral gestileerde films zonder veel emotie. Tykwer heeft met Lola rennt een unieke film gemaakt, maar is daarna nooit echt enerverend meer geweest.

Het is jammer dat een stel sympathieke filmmakers zo de plank kunnen misslaan. Dit project mag met zekerheid de meest pretentieuze onafhankelijke film genoemd worden. Tegelijkertijd blijft de film maar akelig laag aan de oppervlakte. De segmenten die zich in de toekomst afspelen zijn kopieën van films die dit veel beter hebben gedaan; ze doen erg aan een goedkope Blade Runner denken. De scènes in de jaren '70 met Halle Berry zijn oersaai en missen elke noodzaak. Berry is een complete miscast en heeft duidelijk moeite met het neerzetten van haar verschillende personages.

De film kan samengevat worden met één woord: onsamenhangend. Zowel op inhoud als vorm slaagt de film er niet in om een geheel te vormen. De segmenten zijn gekunsteld aan elkaar gemonteerd en de meerdere rollen van dezelfde acteurs werken eerder afleidend dan dat ze een toegevoegde waarde hebben. De regisseurs en acteurs hebben vast veel plezier gehad in het maken van deze film, maar de kijker wordt buitengesloten van dit al vier jaar durende feestje.

dinsdag 4 december 2012

Lawless (2012) – 6.5/10

Deze film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Na Fargo van de gebroeders Coen betekent dit niet veel meer, aangezien ook maar het kleinste gegeven uit de werkelijkheid deze zin rechtvaardigt. Lawless is gebaseerd het boek The Wettest County in the World van Matt Bondurant, die het leven van zijn grootvader Jack (Shia LaBeouf) en zijn oudere broers Forrest (Tom Hardy) en Howard (Jason Clarke) beschrijft tijdens de drooglegging in de jaren '30 in Franklin County, Virginia. Ze waren zogenaamde bootleggers, die in het geheim hun eigen alcoholische dranken vervaardigden. Het thema is recentelijk populair geworden door de HBO-serie Boardwalk Empire en heeft de broers Weinstein waarschijnlijk aan het idee geholpen deze film uit te brengen. Regisseur John Hillcoat werkt voor de tweede keer samen met muzikant (en scriptschrijver) Nick Cave aan een film.

De zaken van de broers Bondurant worden natuurlijk in de war geschopt door een mysterieuze dame genaamd Maggie Beauford (Jessica Chastain) uit de grote stad, die voor hen komt werken, en de nieuwe deputy Charlie Rakes (Guy Pearce), die een een graantje van de winst mee wil pikken. Rakes is een eersteklas eikel met een rotkop (geweldige prestatie van de grimeurs!). Pearce heeft de rol van zijn leven en houdt zich ook niet in om dit een van de meest memorabele schurken van dit decennium te maken. De rest van de cast mag er ook wezen. Tom Hardy (flink op gewicht door zijn rol als Bane in The Dark Knight Rises) draagt de film en speelt de stille kracht van het drietal. Forrest is stilzwijgend, intelligent, zorgzaam, maar ook een beetje onhandig met vrouwen en andere mensen in het algemeen. Het maakt hem tot een sympathiek en vertederend personage en Hardy laat wederom zien wat voor een fantastische acteur hij is. De Brit heeft in deze film weer zijn stemkunsten ten dienste van zijn rol gezet, wat hem tot een ware kameleon maakt. Gary Oldman, landgenoot en ook bekend om zijn metamorfe gaven, heeft ook een rolletje in deze film als een keiharde, onberekenbare gangster; een eitje voor Oldman.

LaBeouf is zijn Transformers-status inmiddels ontgroeid en laat in dit serieuze werk een sterk staaltje acteerwerk zien. Hij doet denken aan een jonge DiCaprio, maar mist net dat beetje intensiteit in zijn spel, waardoor hij hier niet meer is dan het jonge broertje dat keer op keer de fout ingaat. Eigenlijk zorgen de broers Jack en Howard ervoor dat alles in de soep loopt en ze dienen als mechanismen die de plotwendingen in gang zetten. Howard is aan de zuip wanneer Forrest zijn keel wordt doorgesneden en Jack gaat eropuit met de dochter van de predikant (Mia Wasikowska) en leidt op deze manier Rakes en zijn collega's naar een grote brouwerij. Het spel van Wasikowska is weer heerlijk naturel, zoals dat ook was in The Kids Are All Right. Helaas is ze hier niet meer dan het liefje van Jack.

Lawless is een prachtig geschoten film. De muziek van Nick Cave en zang van countrylegenden Willie Nelson en Emmylou Harris maken de sfeer af. Hoewel dit een solide film is geworden, missen de acteurs toch een chemie onder elkaar. Hardy weet op subtiele wijze diepte aan zijn personage te geven, maar we krijgen nooit het gevoel dat de broers een intrinsieke band met elkaar hebben. Ook de plot komt vooral neer op het kat-en-muisspel tussen Rakes en de broers Bondurant, dat eindigt in een gewelddadige afloop. De film zorgt voor weinig verrassingen en dat is jammer. Alle acteurs doen prima hun best, maar hebben te lijden onder een generieke vertelling.

maandag 3 december 2012

Man from the South - Koblenz (2012) – 7/10

Man from the South komt uit het zuiden. Het zuiden van de Verenigde Staten? Zuid-Europa? Nee, Paul van Hulten komt uit het Brabantse Eindhoven, maar maakt zuidelijke roots muziek. En dan wel heel erg on-Nederlands. Ook hier in Nederland zijn we gecharmeerd van folk, roots en blues. Even weg van al het burgerlijke en het knullige. Wat is er mooier dan uitgestrekte velden, bergen, houten huizen met grote veranda's, afgelegen kerkjes en een zanger met zijn gitaar? Van Hulten houdt van nostalgie en melancholie. Hij spreekt in het korte interview dat bij de tracks van Koblenz zit over het huis van zijn grootvader en hoe geuren en geluiden hem aan vroeger herinneren wanneer hij er langsloopt. Hij houdt van zwaarmoedigheid en moedeloosheid, zonder dat zelf te zijn. Het zijn de motieven die door Koblenz lopen en ze maken dit album, negen nummers tellend, tot een melancholisch geheel, dat ondanks alles toch niet deprimerend werkt.

Opener William begint met een drone van een elektrische gitaar met een flinke dosis distortion, dat wegebt en plaatsmaakt voor van Hulten's fijne, gelaagde stem. De distortion zet de toon zet voor de rest van het album en keert jammer genoeg niet meer terug. Zijn gitaarspel werkt hypnotiserend en hij weet met subtiele elektrische gitaarklanken zijn akoestische geluid kracht bij te zetten. Een zeer geslaagde opener. Into the Gloom klinkt minder droefgeestig dan de titel doet vermoeden. Het heeft een vrolijke, folky gitaar en de zachte klanken van de vibrafoon. Something Made the Streets Melt zet een shufflebeat in met een sample van onduidelijke herkomst en tilt het album naar een hoger niveau, dat boven de traditionele folk uitkomt. Welcome to Camacua, inclusief sitar, en Bring Me Home zijn dan weer wat traditioneler. De sfeer blijft constant en het zijn lekkere nummers om even van de wereld te ontsnappen. De viool in het laatstgenoemde nummer weet de melancholiek nog eens te benadrukken. Van Hulten vervalt af en toe in geijkte, ietwat eenvoudige taalconstructies zoals "down memory lane" en "take me away from here". Hij houdt niet van moeilijk doen en quasi-poëtische teksten.

Het album, opgenomen in 2009 met een stel vrienden, stond nooit op de planning om uitgebracht te worden. Een vriend heeft hem overgehaald om dit wel te doen en we zijn hem dankbaar. Muziek van deze fijne kwaliteit mag niet op de planken blijven liggen, maar moet gehoord worden. De negen nummers hebben veel goede ideeën en wellicht zou een tweede album voor meer samenhang en structuur kunnen zorgen. De bluesy Ain't That Sweet to Me en Hardy Man breken een beetje met de stijl en hangen er los bij. Dit zijn slechts kleine minpuntjes van een kort, maar heerlijk album. Het is te hopen dat we nog veel van Man from the South gaan horen en dat hij die plaat gaat maken die ons allemaal gaat verrassen. Dat hij nog lekker veel on-Hollandse muziek mag maken!

Download het album (gratis) via Bandcamp.